4.99.De kantonrechter overweegt dat dit onderdeel in het rapport niet als ‘onvoldoende’, maar als ‘matig’ wordt aangemerkt. Bovendien leest de kantonrechter in het rapport dat onderhoud de levensduur zal rekken. [eisers] heeft onvoldoende (onderbouwd ) gesteld dat sprake is van een gebrek dat op korte termijn moet worden hersteld, en dat sprake is van een verminderd huurgenot.
4.100. De kantonrechter wijst de vordering tot herstel daarom af.
4.101. [eisers] voert aan dat sprake is van defecten aan de wasbak en dat wordt geadviseerd de wasbak te vervangen.
4.102. De kantonrechter overweegt dat [eisers] niet heeft toegelicht wat de ‘defecten’ inhouden en waarom herstel op dit moment nodig is, terwijl in het rapport staat dat het gaat om ‘kosten binnen 5 jaar’.
4.103. De kantonrechter wijst de vordering tot herstel daarom af.
4.104. [eisers] stelt dat sprake is van klapperend leidingwerk, omdat de leidingen onvoldoende zijn gebeugeld.
4.105. De kantonrechter overweegt dat [eisers] onvoldoende heeft toegelicht in hoeverre hij last heeft van klapperend leidingwerk en in hoeverre sprake is van een gebrek. Dit geldt temeer nu in het rapport wordt gesproken over ‘verbeterkosten’ en niet over kosten die op korte termijn moeten worden gemaakt.
4.106. De kantonrechter wijst de vordering daarom af.
4.107. [eisers] stelt dat oudere roestende leidingen zijn aangetroffen en een installatiekeuring wordt geadviseerd.
4.108. De kantonrechter overweegt dat [eisers] niet heeft toegelicht waarom een installatiekeuring zou moeten plaatsvinden, en waarom dit op korte termijn zou moeten plaatsvinden. De kantonrechter had hiertoe temeer een toelichting verwacht, nu in het rapport wordt gesproken over kosten die binnen 5 jaar gemaakt moeten worden.
4.109. De kantonrechter wijst de vordering dan ook af.
Radiatoren en leidingwerk
4.110. [eisers] stelt dat sprake is van gebreken en/of defecten aan de radiatorkranen en van één of meerdere radiatoren de bevestiging niet optimaal is. Volgens [eisers] moet dit onmiddellijk gebeuren, gelet op dreigende lekkages of andere gebreken aan koppelingen.
4.111. De kantonrechter overweegt dat [eisers] onvoldoende heeft onderbouwd wat de gebreken dan wel defecten inhouden, van welke radiator(en) de bevestiging niet goed zou(den) zijn en waarom herstel onmiddellijk dient plaats te vinden, dit terwijl nu in het rapport staat dat het gaat om kosten binnen vijf 5 jaar.
4.112. De kantonrechter wijst het gevorderde herstel dan ook af.
4.113. [eisers] stelt dat de ophanging van de riolering aan de fundering/onderzijde vloer onvoldoende is en dit per direct moet worden verbeterd.
4.114. De kantonrechter overweegt dat in het rapport staat dat sprake is van kosten binnen vijf jaar. [eisers] heeft onvoldoende toegelicht waarom herstel volgens hem onmiddellijk moet gebeuren.
4.115. De kantonrechter wijst de vordering tot verbetering dan ook af.
4.116. [eisers] heeft nog een aantal onderdelen in de conclusie van repliek opgenomen, maar daarbij vermeld dat direct herstel niet noodzakelijk wordt geacht. De kantonrechter zal deze onderdelen daarom niet afzonderlijk behandelen.
4.117. [eisers] heeft aangeboden zijn stellingen te bewijzen.
4.118. Aan een bewijsopdracht wordt pas toegekomen als voldoende onderbouwd is gesteld. Voor zover de vorderingen hiervoor worden afgewezen, is dit doordat [eisers] daartoe onvoldoende (onderbouwd) heeft gesteld. Aan een bewijsopdracht wordt daarom niet toegekomen.
4.119. Aangezien de kantonrechter de geschatte kosten van de herstelwerkzaamheden (+/- € 27.000,-) – gezien de staat van het gehuurde – niet buitensporig hoog acht, wijst de kantonrechter de vordering tot herstel van de gebreken, vermeld onder de volgende kopjes, toe: ‘dakkapellen (en kozijnen), zijwangen en overig plaatmateriaal dakkapel’, ‘badkamer (voegwerk)’, ‘installaties, gas, water en elektra’, ‘betonnen dakpannen/nokpannen’, ‘schoorsteen (loodaansluitingen)’, ‘goten’, ‘overstekken/boeiborden’, ‘houtrot kozijnen buitenzijde woning’ en (gedeeltelijk) ‘schilderwerk buitenzijde woning’ (hiervoor vermeld onder 4.6 tot en met 4.38).
4.120. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat [eisers] weliswaar ten aanzien van een aantal onderdelen onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat sprake is van een gebrek die hersteld moet worden, maar dat de kantonrechter ook ziet dat het pand niet goed is onderhouden en er diverse onderdelen aanpak behoeven. Zo heeft [eisers] onvoldoende onderbouwd gesteld welke deuren/kozijnen in welke staat verkeren, maar sluit de kantonrechter niet uit dat die in dezelfde staat verkeren als de genoemde (kale) deur op de foto. Veel onderdelen worden in het rapport ook als ‘matig’ aangemerkt of er staat in het rapport dat het gaat om herstelkosten binnen vijf jaar. Voor zover dit onderdelen betreffen die voor rekening van [gedaagde] komen, moet [gedaagde] er rekening mee houden dat de herstelwerkzaamheden daarvoor de komende jaren op het programma moeten staan.
4.121. Anderzijds is het aan [eisers] om de onderhoudswerkzaamheden die voor zijn rekening komen (op basis van het Besluit kleine herstellingen) tijdig uit te voeren. Zo moet [eisers] de goten en regenafvoeren – na vervanging daarvan en voor zover deze voor hem bereikbaar zijn – schoon houden.
4.122. [eisers] heeft herstel binnen drie maanden gevorderd. [gedaagde] voert als verweer dat hij voor herstel afhankelijk is van derde partijen en verzoekt om een hersteltermijn van negen maanden.
4.123. De kantonrechter overweegt dat een termijn van drie maanden inderdaad niet realistisch is en zal [gedaagde] negen maanden te tijd gegeven de gebreken te (laten) herstellen.
4.124. Gezien de omvang van de herstelwerkzaamheden en de kosten die daar (naar schatting) aan verbonden zijn, zal de gevorderde dwangsom worden gemaximeerd op € 60.000,-.
4.125. [eisers] vordert huurprijsvermindering van 50% vanaf zes weken na 29 oktober 2025.
4.126. De kantonrechter gaat ervan uit dat een typefout is gemaakt en 29 oktober 2024 is bedoeld, aangezien op dat moment de gemachtigde van [eisers] [gedaagde] heeft gesommeerd gebreken binnen zes weken te herstellen en 29 oktober 2025 bovendien na de datum van de dagvaarding is.
4.127. Om tot huurprijsvermindering te komen, moet sprake zijn van genotsvermindering van voldoende betekenis. Daarnaast moet sprake zijn van een evenredige prijsvermindering.
4.128. In dit geval acht de kantonrechter – gezien de staat van onderhoud en het aantal gebreken – de genotsvermindering van voldoende betekenis om tot een huurprijsvermindering te komen. Een huurprijsvermindering van 50% acht de kantonrechter echter te fors, gezien de beperkte toelichting van [eisers] daartoe. De kantonrechter acht een huurprijsvermindering van 20% evenredig. Dit wordt toegewezen vanaf zes weken na 29 oktober 2024.
Kosten bouwtechnische keuring
4.129. [eisers] vordert vergoeding van de gemaakte onderzoekskosten. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten voor rekening van [gedaagde] komen. [eisers] heeft terecht het onderzoek laten uitvoeren. Gebleken is immers dat [gedaagde] niet vrijwillig gebreken heeft willen herstellen, terwijl – zoals hiervoor blijkt – wel sprake is van gebreken die door hem hersteld moeten worden.
4.130. De kantonrechter wijst het gevorderde bedrag van € 489,- toe, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding.
4.131. [eisers] is de procedure terecht gestart, aangezien [gedaagde] wordt veroordeeld tot herstel van een aantal gebreken. [gedaagde] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eisers] betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
129,74
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.517,74
4.132. De kantonrechter wijst geen punt toe voor de conclusie van repliek, omdat [eisers] de toelichting ook al in de dagvaarding had kunnen opnemen.