ECLI:NL:RBOVE:2026:2054

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11649811 \ CV EXPL 25-1243
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor onderzoek gebreken aanbouw en vaststelling kosten

In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagden staat de vraag centraal of de door gedaagden gerealiseerde aanbouw gebreken vertoont. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis van 30 december 2025 geoordeeld dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is om meer duidelijkheid te verschaffen over de gestelde gebreken.

Partijen zijn het eens geworden over de benoeming van de heer ir. [naam] als deskundige. De kosten van het onderzoek zijn begroot op €9.841,54 inclusief btw, en partijen hebben ingestemd met deze begroting. De kantonrechter legt partijen de wettelijke verplichting op om mee te werken aan het onderzoek en stelt nadere voorwaarden en instructies aan de deskundige vast.

De deskundige krijgt de opdracht om onder meer te onderzoeken of de aangelegde bestrating een rol speelt bij de lekkage, de oorzaak van het gebrek vast te stellen, en mogelijke herstelmethoden met kostenopgave te rapporteren. Het rapport moet binnen vier maanden na betaling van het voorschot worden ingediend. De zaak wordt aangehouden tot na ontvangst van het deskundigenbericht.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een deskundige voor onderzoek naar de gebreken aan de aanbouw en stelt het voorschot op de kosten vast op €9.841,54.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11649811 \ CV EXPL 25-1243
Vonnis van 24 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C.J. Spitters,
tegen

1.[gedaagde 1],

te [woonplaats 2],
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats 3],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden]
gemachtigde: mr. A.G.E. Verbart.

1.De zaak in het kort

1.1
[eiser] en [gedaagden] verschillen van mening over de vraag of de door [gedaagden] in opdracht van [eiser] gerealiseerde aanbouw gebreken vertoond. In het tussenvonnis van 30 december 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat benoeming van een deskundige nodig is om meer duidelijkheid te krijgen over de door [eiser] gestelde gebreken. In dit vonnis wordt een deskundige benoemd.

2.De verdere procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 30 december 2025;
  • de akte uitlating deskundigenonderzoek van 27 januari 2026 van mr. Verbart;
  • de akte uitlating deskundigenonderzoek van 28 januari 2026 van mr. Spitters.

3.Het tussenvonnis van 30 december 2025 en de standpunten van partijen

3.1
In het tussenvonnis van 30 december 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat voor goede beoordeling van de zaak een deskundigenonderzoek nodig is. Partijen hebben zich vervolgens uitgelaten over de persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen. Door partijen is voorgesteld om de heer ir. [naam] te benoemen als deskundige. De heer [naam] heeft verklaard de opdracht te kunnen en willen uitvoeren. De kosten voor het onderzoek door de heer [naam] zijn begroot op € 9.814,54 inclusief BTW.

4.De verdere beoordeling

4.1
Nu partijen het eens zijn over de te benoemen deskundige, zal de kantonrechter de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. [gedaagden] hebben aanvullingen op de door de kantonrechter geformuleerde vragen voorgesteld. [eiser] heeft tegen deze aanvullingen geen bezwaar. De kantonrechter zal de door [gedaagden] voorgestelde aanvullingen op de vragen geherformuleerd aan de deskundige voorleggen nu de vraagstelling zoals door [gedaagden] was voorgesteld normatieve elementen bevat die niet ter beoordeling van de deskundige maar uiteindelijk wel ter beoordeling van de kantonrechter zijn. Dit resulteert in de in de beslissing vermelde vragen die door de kantonrechter aan de deskundige worden voorgelegd.
4.2
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 9.841,54 (inclusief btw) en hij heeft deze begroting bij brief van 16 februari 2026 toegelicht. Partijen hebben desgevraagd aangegeven te kunnen instemmen met de begrote kosten. Nu partijen geen bezwaar hebben gemaakt tegen de begroting van de kosten zal de kantonrechter het voorschot vaststellen op een bedrag van € 9.841,54 (inclusief btw). In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald.
4.3
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
4.4
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
4.5
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen en verzoekt de deskundige de navolgende vragen te beantwoorden
per vermeend gebrek zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.14. van het vonnis van 30 december 2025:
Wat is de oorzaak van het gestelde gebrek en waaruit blijkt dat?
Is het gestelde gebrek het gevolg van de door [gedaagden] verrichte werkzaamheden in het kader van de uitvoering aan de aan hen verstrekte opdracht? Waarom wel of waarom niet?
Ten aanzien van de lekkage vanuit de fundering:
door [gedaagden] is gesteld dat deze lekkage (ook) veroorzaakt kan zijn of veroorzaakt wordt door de wijze waarop de bestrating is aangelegd. In hoeverre speelt de aangelegde bestrating een rol bij de (oorzaak van de) lekkage?
4. Op welke verschillende wijze(n) kan het gebrek verholpen worden en wat zijn de kosten daarvan? Geeft u daarbij aan op welke wijze deze kosten zijn opgebouwd;
5. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
5.2
benoemt tot deskundige:
De heer ir. [naam]
adres: [adres]
telefoon: [telefoonnummer],
e-mailadres: [e-mailadres],
5.3
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
5.4
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 9.841,54 (inclusief btw),
5.5
bepaalt dat [eiser] het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
5.6
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
5.7
bepaalt dat [eiser] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
5.8
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
5.9
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op
www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
5.1
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
5.11
draagt de deskundige op om uiterlijk
vier maandenna het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
5.12
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om
binnen vier wekendaarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
5.13
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
5.14
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
dinsdag 6 oktober 2026voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen,
5.15
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken;
5.16
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;
5.17
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Hermsen en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.