Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van het GBLT, de heffingsambtenaar
Inleiding
belastingjaar 2023een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd ten bedrage van € 1009,08 en hem op 29 juni 2024 een aanmaning gezonden, omdat belanghebbende de aanslag van 24 februari 2023 niet had betaald. Daarbij heeft de heffingsambtenaar € 19,- aan aanmaningskosten in rekening gebracht.
belastingjaar 2024een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd ten bedrage van € 674,47. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag van 24 februari 2024. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende met het besluit van
Beoordeling door de rechtbank
belastingjaar 2023een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd, onder aanslagnummer [nummer 1]. Belanghebbendes bezwaar is bij besluit van 20 juli 2023 ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft wegens niet-betalen van de aanslag € 19,- aanmaningskosten in rekening gebracht en heeft bij besluit van 31 oktober 2024 het bezwaar tegen de aanmaningskosten ongegrond verklaard.
belastingjaar 2024een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd, onder aanslagnummer [nummer 2]. Belanghebbendes bezwaar is bij besluit van 1 november 2024 ongegrond verklaard.
afwijzing kwijtschelding aanslagnrs. [nummer 1] en [nummer 2]’.Uit het beroepschrift blijkt dat belanghebbende een langlopend geschil heeft met het GBLT. Hij verzoekt de rechtbank om hem in het gelijk te stellen en het GBLT op te dragen hem kwijtschelding te verlenen.