Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2030

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
11973172 \ CV EXPL 25-3400
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling premieachterstand en incassokosten in zakelijke verzekeringsovereenkomst

Achmea vordert betaling van een premieachterstand van gedaagde, vermeerderd met rente en kosten, voortvloeiend uit een zakelijke verzekeringsovereenkomst voor een bedrijfsauto. Gedaagde betwist de vordering vanwege onduidelijke specificatie en bezwaar tegen proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte was van de procedure.

De kantonrechter stelt vast dat gedaagde een adreswijziging heeft doorgegeven, maar Achmea en haar incassobureau ook aanmaningen naar het oude adres hebben gestuurd. Betalingsherinneringen zijn ook naar het nieuwe adres verzonden, en gedaagde heeft niet concreet betwist dat hij deze heeft ontvangen. De premieachterstand is onderbouwd met polisblad en overzicht van openstaande premies.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de specificatie onduidelijk is en wijst de vordering tot betaling van de premieachterstand van € 775,60 toe. Tevens wordt de wettelijke handelsrente over € 716,51 vanaf 22 februari 2024 toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten van € 130,05 en de proceskosten van € 853,97 worden eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van premieachterstand, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11973172 \ CV EXPL 25-3400
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., handelend onder de naam
Centraal Beheer Achmea,
te Apeldoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Achmea,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[bedrijf 1], tevens handelend onder de naam
[bedrijf 2],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 oktober 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek tevens houdende akte vermeerdering van eis met producties;
- de conclusie van dupliek met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De samenvatting

2.1.
Achmea vordert betaling van een premieachterstand van [gedaagde], te vermeerderen met rente en kosten. [gedaagde] betwist de vordering, omdat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ook is [gedaagde] het niet eens met de proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte is geraakt van de procedure.
2.2.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De feiten

3.1.
[gedaagde] heeft een bedrijf onder de naam ‘[bedrijf 1]’. In die hoedanigheid heeft hij een zakelijke verzekeringsovereenkomst gesloten met Achmea om zijn bedrijfsauto te verzekeren. De polis is op 1 februari 2023 ingegaan, tegen automatische verlenging met een jaar. De maandpremie bedroeg € 110,80 inclusief assurantiebelasting.
3.2.
Op de verzekeringspolis staat als adres: [het oude adres] (hierna: het oude adres). [gedaagde] heeft zijn adres in de GBA per 1 april 2023 gewijzigd naar: [het nieuwe adres] (hierna: het nieuwe adres).
3.3.
[gedaagde] heeft vanaf april 2023 een achterstand in de maandelijkse premie laten ontstaan. Achmea heeft [gedaagde] op 18 april 2023 een eerste betalingsherinnering gestuurd voor de premie over de maand april 2023, gericht aan het oude adres van [gedaagde]. Daarna heeft Achmea op 9 en 23 mei 2023 betalingsherinneringen gestuurd naar het nieuwe adres.
3.4.
[gedaagde] heeft de premieachterstand niet betaald. Daarop heeft Achmea de verzekeringsovereenkomst met [gedaagde] per 15 november 2023 opgezegd. Zij heeft haar vordering tot betaling van de premieachterstand, die tot dat moment was opgelopen tot een bedrag van € 716,51, ter incasso overgedragen aan Syncasso. Syncasso heeft vervolgens op 18 december 2023 een aantal aanmaningen gestuurd naar het oude adres van [gedaagde]. Vanaf 6 februari 2024 heeft Syncasso [gedaagde] meerdere keren aangemaand op het nieuwe adres.
3.5.
Vervolgens heeft Syncasso op 26 september 2025 [gedaagde] gedagvaard op zijn oude adres. Die zaak is op 2 oktober 2025 ingetrokken, waarna Syncasso op 24 oktober 2025 alsnog een dagvaarding heeft uitgebracht op het nieuwe adres van [gedaagde].

4.Het geschil

4.1.
Achmea vordert – samengevat en na eisvermeerdering – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 948,01, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist de vordering van Achmea, omdat de specificatie onduidelijk is. Daarnaast voert hij verweer tegen de proceskosten.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Betaling premieachterstand
5.1.
Achmea vordert, na eisvermeerdering, een hoofdsom van € 775,60 aan premieachterstand. Achmea heeft deze vordering onderbouwd met het polisblad waarop te zien is dat de maandelijkse premie € 110,80 bedraagt. Verder heeft Achmea een overzicht ingebracht met de vanaf 1 februari 2023 te betalen maandelijkse premies en welk bedrag [gedaagde] te weinig aan premies heeft betaald.
5.2.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de specificatie van de premieachterstand, die Achmea bij conclusie van repliek heeft ingebracht, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord eerst aangegeven het eens te zijn met de vordering van Achmea. Daarna heeft [gedaagde], bij conclusie van dupliek, gesteld dat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ter onderbouwing heeft hij gewezen op een e-mail van Achmea van 24 oktober 2023, waarin Achmea [gedaagde] vraagt om een premieachterstand van € 221,60 te betalen, en dat Achmea [gedaagde] daar op 18 april 2023 en op 9 mei 2023 voor heeft aangeschreven. De kantonrechter erkent dat deze e-mail vragen kan oproepen, maar uit deze e-mail blijkt niet dat Achmea uitdrukkelijk afstand doet van de rest van de premieachterstand. Bovendien heeft [gedaagde] niet uitgelegd op welke punten de specificatie van Achmea onduidelijk is. Als hij het oneens is met de specificatie, dan ligt het op zijn weg om uit te leggen op welke punten die specificatie tekortschiet. Als [gedaagde] meent dat de vordering van Achmea om die of een andere reden (gedeeltelijk) moet worden afgewezen, is het aan hem om precies duidelijk te maken waarom. Dat heeft hij niet gedaan. Dat heeft tot gevolg dat de kantonrechter de vordering tot betaling van de premieachterstand van € 775,60 zal toewijzen.
Wettelijke (handels)rente
5.3.
Achmea vordert vergoeding van de wettelijke rente over (onder meer) de premieachterstand, zonder aan te geven welke wettelijke rente zij bedoelt te vorderen. De kantonrechter zal de in artikel 6:119a BW bedoelde rente over de premieachterstand toewijzen, omdat aan alle daarin neergelegde voorwaarden is voldaan. Er is namelijk sprake van vertraging in de betaling van een geldsom, die voortvloeit uit een handelsovereenkomst (maandelijkse premies uit een zakelijke verzekeringsovereenkomst tussen twee partijen die handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf). De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW wordt toegewezen over de hoofdsom van € 716,51 (dat is de hoofdsom waarover vóór de eisvermeerdering de rente wordt gevorderd, nu de eisvermeerdering niet mede op het rentedeel zag), te rekenen vanaf 22 februari 2024. Dat is de datum waarop de betalingstermijn in de eerste correcte aanmaning van Syncasso (van 6 februari 2024) aan het nieuwe adres van [gedaagde] is verstreken. De ‘meegevorderde’ wettelijke rente van € 101,45 wordt niet afzonderlijk toegewezen, omdat de rente anders dubbelop wordt toegewezen. Dat geldt ook voor de (kennelijk) gevorderde wettelijke rente over de ‘meegevorderde’ rente.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.4.
Achmea vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Achmea heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Achmea heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Achmea heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Achmea geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 130,05 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
5.5.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de proceskosten. Hij stelt dat hij pas ten tijde van de dagvaarding (24 oktober 2025) op de hoogte is geraakt van de vordering van Achmea. Hij is een aantal keren op zijn oude adres aangeschreven en ook gedagvaard, terwijl hij al op 1 april 2023 zijn nieuwe adres had laten registreren bij de GBA. Voor de datum van de dagvaarding heeft hij nooit iets ontvangen.
5.6.
De kantonrechter stelt voorop dat het slordig is dat zowel Achmea als Syncasso verschillende betalingsherinneringen en aanmaningen naar het oude adres van [gedaagde] hebben gestuurd en dat er zelfs een dagvaarding op het oude adres van [gedaagde] is betekend. Dat maakt de huidige procedure echter niet minder terecht. Het is namelijk gebleken dat Achmea al op 9 en 31 mei 2023 ook betalingsherinneringen naar het nieuwe adres van [gedaagde] heeft gestuurd. Daarnaast heeft Syncasso [gedaagde] vanaf 6 februari 2024 ook meerdere keren aangemaand op het nieuwe adres van [gedaagde]. [gedaagde] heeft daar in zijn conclusie van dupliek niets (concreets) tegenin gebracht, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat hij deze betalingsherinneringen en aanmaningen heeft ontvangen. [gedaagde] heeft niet betaald. Achmea is deze procedure daarom terecht gestart.
5.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Achmea worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,97
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
853,97

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea te betalen een bedrag van € 775,60, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 716,51, met ingang van 22 februari 2024, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea te betalen een bedrag van € 130,05 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 853,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.