AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vergoeding investeringen woning en verrekening kosten huishouding na beëindiging samenleving
Partij A en partij B hebben samengewoond en hun samenleving in 2022 beëindigd. Partij A vordert vergoeding van investeringen in de woning en aflossingen op de hypothecaire geldlening. Partij B stelt in reconventie een verrekeningsvordering wegens hogere bijdragen aan de huishoudkosten.
De kantonrechter heeft partijen meerdere malen in de gelegenheid gesteld om nadere berekeningen en stukken te overleggen, waaronder over het netto-inkomen van partijen, de verdeelsleutel en de kosten van de huishouding. Uit de stukken blijkt dat partij B meer heeft bijgedragen aan de huishoudkosten dan haar aandeel volgens de verdeelsleutel, zodat partij A dit bedrag aan haar moet terugbetalen.
De kantonrechter oordeelt dat de aflossingen op de hypothecaire geldlening niet tot de kosten van de huishouding behoren, maar dat de hypotheekrente en boeterente wel als zodanig gelden. Na verrekening van de vorderingen blijft partij B een bedrag van € 11.339,76 aan partij A verschuldigd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van € 11.339,76 aan partij A, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
Voetnoten
1.In de conclusie van antwoord in (re)conventie.
2.Productie 2 bij de conclusie van antwoord in conventie tevens inhoudende eis in reconventie, ‘Inkomen en verdeelsleutel [partij A] en [partij B]’, onder het tabblad ‘Inkomsten [partij A] en [partij B]’, regel 24. En randnummer 30 onder ‘Inkomen [partij A]’ van de akte uitlating na tussenvonnis van 9 september 2025 aan de zijde van [partij A].
3.€ 12.743,00 aan inkomensafhankelijke bijdrage Zvw + € 4.118,00 aan premies inkomensverzekering + € 4.357,00 aan gage.
4.€ 278.986,00 x 100 / € 386.183,00.
5.€ 107.197,00 x 100 / € 386.183,00.
6.€ 25.576,90 aan aflossing op de hypothecaire geldlening + € 8.000,00 aan boeterente.
7.€ 30.406,02 aan hypotheekrente + € 16.054,31 aan aflossing op de hypothecaire geldlening + € 2.251,28 aan boeterente.
8.Productie 2 bij de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, ‘Samenvatting uitgaven [partij B]’, regel 14.
9.In eerste instantie gingen partijen ervan uit dat op de hypothecaire geldlening een bedrag van € 38.581,00 was afgelost. Dit bedrag minus het bedrag dat [partij A] in conventie noemt (€ 25.557,00) is € 13.004,00. Kennelijk is dit volgens beide partijen toch niet het goede bedrag omdat beiden stellen dat [partij B] € 16.054,00 heeft afgelost.
10.€ 30.406,02 aan hypotheekrente + € 2.251,28 aan boeterente.
11.€ 206.120,00 + € 3.754,00 - € 7.822,00 + € 250,50 + € 7.000,00 + € 8.000,00 + € 433,00 + € 124,00.
12.€ 139.013,00 + € 250,50 - € 16.054,31 - € 500,00 - € 11.109,00 - € 26.500,00.
13.€ 217.859,50 + € 85.100,19.
14.€ 302.959,69 x 72,24%.
15.€ 302.959,69 x 27,76%.
16.€ 85.100,19 - € 84.101,61.
17.€ 16.054,31 + € 500,00 / 2.
18.€ 20.615,5 - € 8.277,16.