Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2010

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
ak_25_1032_T
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 8:51a AwbArt. 8:51b AwbArt. 8:80a AwbWet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onvoldoende gemotiveerde afwijzing aanvraag 24-uurszorg Wlz bij complexe PTSS en explosieve stoornis

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor langdurige zorg op grond van de Wet Langdurige Zorg (Wlz), welke door het CIZ is afgewezen. Eiser lijdt aan complexe PTSS en een periodiek explosieve stoornis, wat een grondslag vormt voor Wlz-zorg. De kern van het geschil is of eiser recht heeft op 24 uur per dag zorg in de nabijheid vanwege zware regieproblemen en het risico op ernstig nadeel.

De rechtbank stelt vast dat het CIZ onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de noodzaak van 24-uurszorg en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze zorg niet nodig zou zijn. Het is onduidelijk wat er gebeurt als eiser hulp inroept en deze niet onmiddellijk kan worden ingezet. De medisch adviseur heeft geen concrete voorbeelden gegeven ter onderbouwing van haar oordeel, en de verklaringen van de begeleider en psycholoog van eiser stroken niet met het advies van het CIZ.

De rechtbank wijst erop dat het CIZ eiser niet persoonlijk heeft onderzocht, wat gezien de problematiek van belang is. Ook is het advies van de medisch adviseur deels onvoldoende objectief gemotiveerd. De rechtbank verklaart het bestreden besluit in strijd met de Awb en geeft het CIZ de mogelijkheid om binnen acht weken het gebrek te herstellen door nader onderzoek en motivering, waarna de rechtbank een einduitspraak zal doen.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het CIZ onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen 24-uurszorg nodig heeft en geeft het CIZ de gelegenheid het besluit te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1032 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.F. Vermaat),
en

CIZ Utrecht, het CIZ

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser op grond van de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het CIZ onvoldoende onderzocht en gemotiveerd heeft waarom eiser geen 24-uurs zorg in de nabijheid nodig heeft.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiser heeft een aanvraag ingediend op grond van de Wlz. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 17 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 maart 2025 op het bezwaar van eiser is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts is voor eiser verschenen [naam 1], begeleider van eiser en M. Groen-ten Cate, psycholoog.
Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1
Eiser heeft op 26 juli 2024 een aanvraag ingediend op grond van de Wlz. Hij heeft zijn aanvraag onderbouwd met medische informatie.
Het CIZ heeftonderzoek gedaan naar de zorgvraag van eiser. In dit kader is er ook een telefonisch gesprek geweest om de aanvraag met eiser te bespreken.
3.2
In het primaire besluit van 17 september 2024 heeft het CIZ de aanvraag van eiser afgewezen. Eiser is bekend met (complexe) PTSS en een periodiek explosieve stoornis. Er is daarom sprake van een grondslag voor Wlz-zorg, op grond van een psychische stoornis.
Eiser is recent een nieuwe opleiding gestart, wat helpend is voor zijn structuur en daginvulling. Hij heeft aangegeven in de toekomst wat te willen gaan doen als ervaringsdeskundige. Daarnaast is hij graag bezig met sport en onderneemt hij activiteiten met vrienden.
De persoonlijke verzorging doet hij zelfstandig. De begeleiding helpt hem de dag op te starten, het huishouden bij te houden en samen een warme maaltijd te koken. Er wordt veel tijd besteed aan de gedragsproblemen. Eiser kan soms agressie vertonen omdat hij getriggerd wordt in het dagelijkse leven (verbale agressie en agressie naar materialen) en daarnaast een extreme sombere stemming ervaren. Hij heeft voldoende momenten nodig om moeilijke onderwerpen te bespreken.
Veel zorgvragen zijn passend binnen (meerdere) geplande zorgmomenten. Aan het criterium voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid is daarom niet voldaan.
Er is wel sprake van een intensieve zorgbehoefte waarbij eiser ruimte nodig heeft om te ventileren om de agressieve uitbarstingen enigszins te couperen.
3.3
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft in dit kader gewezen op medische informatie van 15 juli 2024 van H.J. Bijsterbosch, klinisch neuropsycholoog, een eindrapportage van 18 mei 2022 van H. de Waal, psycholoog Studenten Succes Centrum Deltion College, een brief met diagnose van 3 juni 2020 van M. Brouwer, psychiater, een intern MDO van 25 april 2024 van Wagterveld Zorg en een zorgplan van 31 juli 2024, van [naam 2], Wagterveld Zorg.
3.4.1
Bij bestreden besluit van 18 maart 2025 heeft het CIZ het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Aan het besluit ligt een advies van de medisch adviseur van 21 januari 2025 ten grondslag. Daarin wordt als volgt vermeld;
“ Uit onderzoek is gebleken dat verzekerde psychiatrische aandoeningen heeft. Er is o.a. sprake van (complexe) PTSS en een periodieke explosieve stoornis”. Er is daarmee sprake van een grondslag voor Wlz-zorg. De medisch adviseur heeft daarbij kennis genomen van de situatieschets zoals ook weergegeven onder het primaire besluit.
Voorts vermeldt de medisch adviseur: “Uit de informatie blijkt dat verzekerde om zorg kan vragen. Wel wordt benoemd dat hij de vraag dan niet altijd uit kan stellen, met name bij emotieregulatie, die thuis lastig kan zijn. (…)
Verzekerde heeft moeite om zelf op te starten. Ook heeft hij moeite om zijn dagstructuur te behouden. Hij heeft hulp nodig bij de administratie en bij het huishouden. De zorg die hij hiervoor nodig heeft is planbare zorg aangevuld met zorg op afroep. Verzekerde heeft last van uitbarstingen. Hij heeft dit niet op zijn stage of opleiding, maar wel thuis.
Er zijn dus wel problemen met de emotieregulatie, maar dit houdt niet in dat verzekerde door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
Hiermee is verzekerde niet aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel zoals bedoeld in de Wlz.
Aangezien er geen noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid is vastgesteld heeft het bespreken van de blijvendheid geen meerwaarde voor het indicatiebesluit. Desondanks het volgende: in 2020 wordt door een ter zake kundige aangegeven dat er behandeling mogelijk is als de woonsituatie van verzekerde stabiel zou zijn. Ook geeft een andere ter zake kundige afgelopen jaar aan dat het goed is voor verzekerde om met enige regelmaat een psychiater te zien om het toestandsbeeld te volgen. Verzekerde geeft aan er voor open te staan om te werken aan zijn problemen. Wellicht kan dus verdere behandeling door een ter zake kundige het algeheel functioneren van verzekerde doen verbeteren.”
Beroepsgronden
4.1
Eiser stelt dat zijn problematiek onvoorspelbaar is en dat hij niet toe kan met planbare zorg en dat de onplanbare zorg niet afgewacht kan worden. Dat wordt ook door de medisch adviseur van het CIZ wel erkend gezien diens opmerking dat eiser ook zorg op afroep nodig heeft. Onvoldoende onderbouwd is volgens eiser wat er gebeurd als de zorg niet afgewacht kan worden.
Voor toegang tot de Wlz moeten deze situaties voortkomen uit fysieke problemen of zware regieproblemen die gerelateerd zijn aan minstens één van de grondslagen voor de Wlz. Er moet een reëel risico zijn, gebaseerd op onderbouwde verwachtingen voor deze ene persoon. Het feit dat een bepaald gevaar bestaat of relatief vaak voorkomt bij personen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg Escalatie wordt in de Beleidsregels beschreven als acute verslechtering van iemands toestand waardoor onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is. Het kan hierbij gaan om fysieke of gedragsproblemen. Probleemgedrag is internaliserend en/of externaliserend gedrag dat door de persoon zelf en/ of de omgeving in een specifieke context als sociaal cultureel ongewenst wordt gezien en dat van zodanige intensiteit, frequentie of duur is, dat het voor de persoon zelf en/of de naaste omgeving nadelig stressvol of schadelijk is, aldus de Beleidsregels.
De redenering van de medisch adviseur is zonder nadere toelichting niet goed te volgen. Hoe is bepaald dat de problemen met de emotieregulatie onvoldoende uit zware regieproblemen voortvloeien en niet tot ernstig nadeel leiden is onvoldoende gemotiveerd.
Het CIZ lijkt te stellen dat, omdat alleen als eiser thuis is de uitbarstingen optreden, er geen sprake van ernstig nadeel kan zijn. Gezien de definitie in de Beleidsregels is dat niet relevant. Het gaat er niet om waar iets gebeurt, maar wat er gebeurt, hoe ernstig dat is en welke acties dan moeten worden ondernomen.
Eiser heeft zijn beroep onderbouwd met een brief van 17 februari 2025 van M. Groen, GZ-psycholoog, werkzaam bij WagterveldZorg.
Verweerschrift
4.2
Het verweerschrift vermeldt dat bij een cliënt sprake moet zijn van een continue voortdurende noodzaak van begeleiding, verpleging of overname van zorg. Alle informatie in het dossier is beoordeeld door de medisch adviseurs en daarbij is geconcludeerd dat bij eiser geen sprake is van een noodzaak tot 24 uurszorg in de nabijheid, ter voorkoming van ernstig nadeel, maar dat hij wel op meerdere momenten per dag begeleiding nodig heeft, bijvoorbeeld bij het behouden van de dagstructuur, het opstarten van de dag, het huishouden en bij de administratie. Op stage en op zijn opleiding heeft eiser geen last van uitbarstingen, maar dit heeft hij alleen thuis. Hij woont hierbij zelfstandig in een appartement maar ontvangt thuis wel begeleiding van Wagterveld zorg.
Ook de medisch adviseur heeft gereageerd op de beroepsgronden. Zij geeft aan dat: “ (…)
eiser complexe PTSS heeft en geen ADHD want dat staat niet in de diagnose van de psychiater en de GZ-psycholoog die na het rapport van school zijn gemaakt. Hij heeft een trauma gehad in de vroegste jeugd. Hij heeft daardoor last van reageren op dat trauma gerelateerde opmerkingen. Dan kan het zijn dat hij boos reageert (echter niet in zijn werk als voetbaltrainer, als het voor jeugd is dan heeft hij een bewijs van goed gedrag nodig). Hij weet dan zijn impulsen onder controle ten houden. De PTSS zelf is niet volledig te genezen. De gevolgen (impulscontrole) kan hij ontwikkelen (hij heeft al deels onder controle, hij kan zich beter inhouden en het lontje wordt langer). Hij heeft dergelijke behandeling gehad, maar dat was te snel. Als er meer rust is zal hij weer beginnen. Hij kan een gesprek voeren als het maar niet over het verleden gaat.
Hij doet een opleiding sociaal werk (MBO IV of toch SPH, HBO). Dat is een opleiding voor mensen met een passie voor mensen. Waar je gesprekken mee moet voeren en waarvoor je activiteiten moet organiseren. Je werkt met verslaafden jongeren, ouderen, asielzoekers. Je leert ontdekken wie je bent. Hij reist hiervoor 5 dagen per week naar Zwolle. De opleiding gaat goed.”

Beoordeling door de rechtbank

5.1
De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het bestreden besluit waarin het CIZ de aanvraag van eiser heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5.2
Niet in geschil is dat bij eiser sprake is van een grondslag voor Wlz-zorg. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser voldoet aan de voorwaarden die in art. 3.2.1. Wlz gesteld worden, namelijk of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen, door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
Oordeel van de rechtbank6.1 De rechtbank is van oordeel dat het CIZ onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de situatie van eiser en daarnaast dat onvoldoende gemotiveerd is dat geen sprake is van een noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
6.2
Voor de rechtbank is zonder nadere motivering nog niet helder waarom het CIZ van mening is dat eiser de hulp kan inroepen en vervolgens de hulp kan afwachten. Het is onduidelijk gebleven wat er plaatsvindt als eiser hulp inroept en deze niet onmiddellijk ingezet kan worden.
De rechtbank merkt op dat de bevindingen van de medisch adviseur niet inzichtelijk zijn gemaakt en deze op sommige delen niet overeenstemmen met hetgeen door eisers begeleider en psycholoog (ter zitting) is verklaard. De medisch adviseur geeft aan dat eiser zijn impulscontrole inmiddels beter onder controle heeft. Dat dit het geval is heeft zij niet gestaafd met voorbeelden en wordt door zijn begeleider ook bestreden. Waarom de impulscontrolestoornis van eiser alleen thuis een probleem zou vormen is niet inzichtelijk gemaakt. Immers, er wordt aangegeven dat thuis meer triggers zijn, maar dat deze triggers zich niet tevens buitenshuis zouden kunnen voordoen is niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd. Wat er gebeurt als de triggers zich wel buiten voordoen is niet uiteengezet.
Het bestreden besluit vermeldt voorts dat uit informatie blijkt dat eiser om hulp kan vragen. Wel wordt door de medisch adviseur benoemd dat hij zijn hulpvraag dan niet altijd uit kan stellen, met name bij emotieregulatie, die thuis lastig kan zijn. Het CIZ heeft onvoldoende uiteengezet wat het voor gevolgen heeft als eiser zijn zorg niet kan uitstellen en hij daar op moet wachten. Heeft dit dan gevolgen voor hem of zijn omgeving? Ontstaat er in dat geval een ernstig nadeel en zo nee, waarom niet?
Voorts wordt verwezen naar de omstandigheid dat eiser een opleiding volgt en wordt door het CIZ gesteld dat dit goed zou gaan. Waar dit op gebaseerd is, is niet duidelijk, temeer daar, gelet op het eerder aangehaalde citaat, voor de medisch adviseur kennelijk niet duidelijk is geweest welke opleiding eiser precies volgt. De begeleider en psycholoog hebben ter zitting ook bestreden dat eiser met goed gevolg de opleiding doorloopt.
Reeds gelet hierop acht de rechtbank het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en tevens onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank betrekt daarbij tevens dat eiser zelf niet door de medisch adviseur is gezien en bevraagd. De rechtbank acht dit gelet op het voorgaande wel van belang.
7.1
Eiser heeft daarnaast gesteld dat het advies onvoldoende objectief is opgesteld. De medisch adviseur heeft onder meer opmerkingen gemaakt over de voormalige werkkring van de psycholoog en de vestigingsplaats van klinisch psycholoog Bijsterbosch.
7.2
De gemachtigde van het CIZ heeft ter zitting hierop desgevraagd gereageerd en aangegeven dat deze opmerkingen niet relevant zijn geweest voor de beoordeling.
7.3
De rechtbank wil het CIZ hierbij meegeven dat als dergelijke opmerkingen niet ten grondslag liggen aan de medische beoordeling deze niet in de rapportage opgenomen zouden moeten worden.
8.1
Zoals hiervoor onder 6 is overwogen, is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.
De rechtbank ziet aanleiding om het CIZ in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet het CIZ eiser oproepen voor een onderzoek en het bestreden besluit nader motiveren. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het CIZ het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.
8.2
Het CIZ moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het CIZ gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het CIZ. In beginsel, ook in de situatie dat het CIZ de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
8.3
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- draagt het CIZ op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt het CIZ in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.