Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1935

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
ak_25_1678
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:51a AwbArt. 8:51b AwbArt. 8:80a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over onvoldoende motivering UWV bij afwijzing WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zij per 1 augustus 2023 geen WIA-uitkering kreeg toegekend vanwege een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage van 0%. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. In het bestreden besluit handhaafde het UWV de afwijzing.

De rechtbank beoordeelt in deze tussenuitspraak of het UWV het gebrek in de motivering heeft hersteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat eiseres niet beperkt is in het vasthouden en verdelen van de aandacht, het samenwerken en dat een verdergaande urenbeperking niet nodig is vanwege het risico op deconditionering. De rechtbank stelt dat deze motivering onvoldoende is, omdat de belemmeringen van eiseres, onder meer door haar ASS en ADHD, niet adequaat zijn onderzocht en betrokken.

De rechtbank wijst erop dat de presentatie van eiseres tijdens gesprekken niet representatief is voor haar dagelijkse functioneren en dat de omstandigheden waaronder zij werkzaamheden verricht niet juist zijn meegewogen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom een verdergaande urenbeperking niet aangewezen is, ondanks de energielimieten die eiseres ervaart.

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet voldoet aan de motiveringsvereisten van de Awb. Daarom krijgt het UWV de gelegenheid binnen acht weken het gebrek te herstellen, hetzij door aanvullende motivering, hetzij door een nieuwe beslissing op bezwaar. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet beperkt is en geeft het UWV de gelegenheid het gebrek te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1678

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E. Schriemer),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: E.H. van den Brink).

Samenvatting

1. In deze tussenuitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV waarin eiseres per 1 augustus 2023 geen uitkering op grond van de Wet WIA [1] krijgt. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1
De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Het UWV heeft niet toereikend gemotiveerd waarom eiseres niet beperkt is voor het vasthouden en verdelen van de aandacht/concentreren en het samenwerken en waarom vanwege de energetische beperking van eiseres geen verdergaande urenbeperking aangewezen is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
Het UWV heeft in het besluit van 21 februari 2024 de WIA-aanvraag van eiseres afgewezen. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 0%. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Het UWV heeft het bezwaar in het besluit van 8 oktober 2024 ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. In de uitspraak van
28 maart 2025 [2] heeft de rechtbank het beroep van eiseres gegrond verklaard, het besluit van 8 oktober 2024 vernietigd en bepaald dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
2.2
In het besluit van 4 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres opnieuw ongegrond verklaard. Het UWV acht eiseres per 1 augustus 2023 0% arbeidsongeschikt.
2.3
Eiseres is het niet eens met dit besluit en zij heeft beroep ingesteld. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4
De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het UWV. Ook is verschenen [begeleider] , ambulant begeleider van eiseres.

Totstandkoming van het besluit

3.1
Voor de voorgeschiedenis en voor de feiten en omstandigheden die voor deze zaak van belang zijn, verwijst de rechtbank naar haar uitspraak van 28 maart 2025. Daaraan voegt zij toe dat zij dat beroep gegrond heeft verklaard, omdat – kort gezegd – de algemene motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over de belastbaarheid van eiseres, bekend met een autismespectrumstoornis en ADHD, niet toereikend is. Verwezen is naar het rapport van Evenzicht en de beschreven problematiek. De rechtbank heeft in het bijzonder gewezen op (verdergaande) beperkingen bij eiseres op energetische gebied en op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende onderbouwd dat met de (destijds geldende) FML [3] kan worden volstaan. Evenmin is niet kenbaar rekening gehouden met het feit dat eiseres vaak door haar omgeving wordt overschat en mogelijk ook bij de waarnemingen door de verzekeringsartsen in diens onderzoeken in de beoordeling is overschat. Daarnaast heeft de verzekeringsarts onvoldoende gemotiveerd dat er geen aanleiding zou zijn om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. De rechtbank is tot de slotsom gekomen dat de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep grotendeels geen stand kan houden. Alleen ten aanzien van de beoordelingspunten frequent buigen, tillen, dragen, lopen, trappenlopen, klimmen, staan, staan tijdens werk, geknield of gehurkt en gebogen en/of getordeerd actief zijn is de motivering afdoende, nu eiseres weliswaar heeft gesteld, maar niet heeft onderbouwd waarom de in de FML opgenomen beperkingen ten aanzien van deze onderdelen niet toereikend zouden zijn.
3.2
Op 28 april 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep een rapport uitgebracht. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op 28 mei 2025 gerapporteerd. Vervolgens heeft het UWV het besluit van 4 juni 2025 genomen.

Standpunten van partijen

4.1
Aan het bestreden besluit ligt het standpunt van het UWV ten grondslag dat eiseres per 1 augustus 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zij krijgt geen WIA-uitkering.
4.2
Eiseres stelt zicht op het standpunt – samengevat weergegeven – dat het UWV geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van 28 maart 2025. In dit verband wijst eiseres erop dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alleen in de rubriek ‘persoonlijk functioneren’ de items 8.1, 8.2, 8.3 en 8.4 heeft toegevoegd en in de rubriek ‘sociaal functioneren’ de items 7.1 en 10.1. Niet is gemotiveerd waarom er niet meer beperkingen moeten worden vastgesteld.
Eiseres stelt verder dat de enkele vaststelling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres haar aandacht bij het gesprek kon houden, onvoldoende is om aan te nemen dat eiseres niet verdergaand beperkt is op het vasthouden en verdelen van de aandacht, het inzicht in het eigen kunnen, het kunnen uiten van eigen gevoelens en samenwerking. Eiseres wijst er in dit verband op dat de rechtbank in haar uitspraak juist heeft overwogen dat in het rapport van Evenzicht wordt opgemerkt dat eiseres hardnekkig kan vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag. Ook zijn er bijzonderheden opgemerkt in hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstellingen voor de zintuiglijke aspecten van de omgeving. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit ten onrechte niet bij zijn beoordeling betroken. Ook is hierbij van betekenis dat, zoals uit het rapport van Evenzicht volgt, eiseres vanwege haar disharmonisch intelligentieprofiel beter overkomt dan zij is. Eiseres verwijst ter onderbouwing van haar betoog naar het handboek CBBS waarin staat dat bij het vasthouden van de aandacht essentieel is dat iemand in staat is om zich te richten op informatie uit één bron (voorwerp, persoon of gebeurtenis) zonder daarbij afgeleid te worden. Uit het rapport van Evenzicht blijkt juist dat zij dat niet kan, om eiseres staat door prikkels en onrust wordt afgeleid. Ook is eiseres ten onrechte niet beperkt geacht op het onderdeel samenwerken. Uit het rapport van Evenzicht blijkt juist dat eiseres mensen moeilijk kan inschatten en dat zij niet kan inspelen op (sociale) situaties en interacties. Eiseres stelt verder dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen acht heeft geslagen op het feit dat zij niet tegen prikkels en drukte kan. Volgens eiseres is zij meer beperkt dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen op de onderdelen conflicthantering, samenwerken, intensieve cliënt- en patiëntcontacten en leidinggeven. Verder is eiseres bekend met diverse stoornissen op grond waarvan een urenbeperking aangenomen moet worden. Ook vanuit preventief oogpunt moet een urenbeperking aangenomen worden. Eiseres kan moeilijk haar grenzen aangeven en zij heeft tot driemaal toe een burn-out gehad. Ook kan zij sociale contacten niet aan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in dit verband zonder enige onderbouwing overwogen dat een verdergaande urenbeperking gezien de reeds aangenomen beperkingen vanuit het risico op deconditionering niet wenselijk is. Ook op dit punt is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd, zo stelt eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

5.1
De rechtbank beoordeelt of het UWV eiseres terecht minder dan 35% arbeidsongeschiktheid heeft geacht. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. In het bijzonder ligt ter beoordeling voor of het UWV de belastbaarheid van eiseres voor wat betreft het vasthouden van de aandacht/concentreren, het verdelen van de aandacht, het samenwerken en de energetische belastbaarheid in samenhang met de urenbeperking juist heeft vastgesteld.
5.2
De verzekeringsarts bezwaar en beroep is in reactie op de uitspraak van
28 maart 2025 ingegaan op de onderdelen vasthouden van de aandacht, het verdelen van de aandacht, het inzicht in het eigen kunnen en de urenbeperking. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn er geen medische redenen om beperkingen op deze onderdelen aan te nemen. Eiseres bleek zowel in de primaire fase als in de bezwaarfase tijdens het gesprek adequaat te begrijpen en te reageren. Dat maakt dat eiseres geen stoornis heeft in het vasthouden van de aandacht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wijst er in dit verband op dat een afwijking in het verdelen van de aandacht in het dagelijks functioneren alleen zal voorkomen bij mensen met een ernstige stoornis. Hiervoor zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij eiseres geen aanwijzingen gezien haar deelname aan de primaire beoordeling, het medisch onderzoek in bezwaar en de diagnostiek ASS. Ook zijn er geen aanwijzingen voor een verminderde realiteitstoetsing van de eigen mogelijkheden tot functioneren en/of problemen met sturing van het eigen handelen. Dit blijkt uit de huishoudelijke taken die eiseres verricht, het feit dat zij boodschappen doet en de werkzaamheden die zij uitvoert op een zorgboerderij. Verder zijn er geen medische redenen om eiseres op het onderdeel samenwerken verdergaand beperkt te achten. Het uitvoeren van werkzaamheden op de zorgboerderij wijst er niet op dat eiseres doorgaans niet met anderen kan samenwerken. Eiseres kan samenwerken met een eigen van tevoren afgebakende deeltaak. Vanwege de diagnose ASS is eiseres aangewezen op structuur. Dat betekent dat eiseres aangewezen is op een werksituatie waarbij sprake is van een vaste agenda en een duidelijke structuur zonder steeds veranderende prioriteiten, steeds wisselende werkplekken of waarin eiseres steeds met andere personen te maken krijgt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep meent verder dat eiser niet moet worden blootgesteld aan veel visuele, auditieve prikkels en geurprikkels. Zij kan, nu zij aangewezen is op een werkplek zonder werkdruk, geen veelvuldige deadlines of productiepieken aan. De ADHD maakt het volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep aannemelijk dat eiseres vanwege de problemen met het concentreren niet moet worden blootgesteld aan veelvuldige onderbrekingen door externe factoren, waardoor zij gedwongen wordt een taak te onderbreken en/of te beëindigen en waarbij zij zich vervolgens moet richten op een andere deeltaak. De beschreven aandoeningen maken dat eiseres doorgaans niet in staat is gevoelens te uiten. Verder moet reizen met de trein onder begeleiding gebeuren. De beperkingen op energetisch gebied komen volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep tot uiting in de aangenomen (mate van sterkte) van de beperkingen op de beoordelingspunten in de rubrieken persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden. Een verdergaande urenbeperking is gezien de al aangenomen beperkingen vanuit het risico op deconditionering niet wenselijk, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
5.3
De rechtbank overweegt als volgt. De vraag die beantwoord moet worden, is of het UWV met het bestreden besluit het in de uitspraak van 28 maart 2025 geconstateerde gebrek heeft hersteld. Het gaat in het bijzonder om de vraag of het UWV toereikend heeft gemotiveerd dat eiseres niet beperkt is te achten voor de onderdelen vasthouden van de aandacht/concentreren, verdelen van de aandacht, samenwerken en op het punt van de urenbeperking. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Door in algemene zin te overwegen dat sprake moet zijn van een ernstige stoornis om beperkingen op de onderdelen vasthouden en verdelen van de aandacht te kunnen aannemen, gaat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voorbij aan de belemmeringen die eiseres ervaart en naar voren heeft gebracht en die ter zitting zijn bevestigd door de ambulant begeleider van eiseres. Verwacht mag worden dat wordt onderzocht waar de belemmeringen van eiseres uit bestaan en of die het gevolg zijn van de bij eiseres aanwezige ASS en ADHD. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op de presentatie van eiseres in de primaire fase en de bezwaarfase gewezen en dat zij tijdens het gesprek adequaat kon begrijpen en reageren. Daarbij gaat de verzekeringsarts bezwaar en beroep echter voorbij aan het feit dat eiseres, zoals volgt uit informatie van Evenzicht en reeds aangehaald in de uitspraak van 28 maart 2025, vaak wordt overschat door haar omgeving en op het eerste gezicht competent kan overkomen. Juist een gesprek op een spreekuur is een momentopname, waar een verzekerde zich op voorbereidt en naartoe leeft en de wijze waarop de verzekerde zich dan presenteert daarom niet noodzakelijkerwijs representatief is voor het dagelijkse niveau van functioneren. Het had dan ook op de weg van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gelegen het aspect van overschatting kenbaar bij de beoordeling te betrekken. Voorts is de verzekeringsarts bezwaar en beroep door bij de vraag of eiseres beperkt is voor samenwerken te verwijzen naar haar werkzaamheden op de zorgboerderij, voorbijgegaan aan de omstandigheden waaronder zij die werkzaamheden verricht. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij vooral alleen maar aanwezig is, soms een solistische taak uitvoert en af en toe wandelt met de hond. Ook krijgt zij snel onenigheid met anderen en lukt het zelfs niet om alleen maar met iemand mee te lopen niet. Ook dit is ter zitting door de begeleider van eiseres bevestigd. Eiseres is alleen met één op één begeleiding in staat om enigszins samen te werken. Zij loopt snel vast en loopt volledig op haar tenen. Eiseres is niet in staat te overleggen en te communiceren en op de momenten dat eiseres in een groep is, zondert zij zich af. Dat, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep meent, een eigen afgebakende deeltaak maakt dat samenwerking mogelijk is, volgt de rechtbank dan ook niet. Een deeltaak is immers naar zijn aard een onderdeel van een grote geheel waarin moet worden samengewerkt.
Ook de beperkingen op energetische gebied/de urenbeperking acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zich in dit verband namelijk ten onrechte beperkt tot de algemene motivering dat als de beperkingen die (aanvullend) zijn aangenomen, in acht zijn genomen, een verdergaande beperking/een urenbeperking niet aangewezen is. Dit is een te algemene overweging die niet duidelijk maakt waarom in geval van eiseres, gelet op háár medische situatie, geen aanleiding bestaat voor een verdergaande urenbeperking, temeer daar eiseres heeft verklaard vanwege haar aandoeningen te kampen met energieverlies. Ook op dit punt is het bestreden besluit niet toereikend gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

6. Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb [4] .
7. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om het UWV in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.
8. Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het UWV gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
9. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
  • draagt het UWV op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
  • stelt het UWV in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

1.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
3.Functionele mogelijkhedenlijst
4.Algemene wet bestuursrecht