Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zij per 1 augustus 2023 geen WIA-uitkering kreeg toegekend vanwege een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage van 0%. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. In het bestreden besluit handhaafde het UWV de afwijzing.
De rechtbank beoordeelt in deze tussenuitspraak of het UWV het gebrek in de motivering heeft hersteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat eiseres niet beperkt is in het vasthouden en verdelen van de aandacht, het samenwerken en dat een verdergaande urenbeperking niet nodig is vanwege het risico op deconditionering. De rechtbank stelt dat deze motivering onvoldoende is, omdat de belemmeringen van eiseres, onder meer door haar ASS en ADHD, niet adequaat zijn onderzocht en betrokken.
De rechtbank wijst erop dat de presentatie van eiseres tijdens gesprekken niet representatief is voor haar dagelijkse functioneren en dat de omstandigheden waaronder zij werkzaamheden verricht niet juist zijn meegewogen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom een verdergaande urenbeperking niet aangewezen is, ondanks de energielimieten die eiseres ervaart.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet voldoet aan de motiveringsvereisten van de Awb. Daarom krijgt het UWV de gelegenheid binnen acht weken het gebrek te herstellen, hetzij door aanvullende motivering, hetzij door een nieuwe beslissing op bezwaar. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.