De zaak betreft het bezwaar van eiser tegen de bijhouding van de gegevens van een perceel in de Basisregistratie Kadaster, dat pas in 2025 werd ingediend terwijl de kennisgeving van bijhouding dateert uit 2014. De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en verklaart het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Daarnaast verzocht eiser om herstel van de kadastrale grenzen van het perceel, stellende dat de aanwijzing in 2014 niet correct is weergegeven. De rechtbank stelt dat het verzoek om herstel alleen kan worden gericht tegen afwijkingen tussen de bijhouding en het brondocument, niet tegen het resultaat van de bijhouding zelf. Omdat het relaas van bevindingen als brondocument niet betwist kan worden, wijst de rechtbank het herstelverzoek af.
Eiser had tijdig bezwaar kunnen maken tegen het resultaat van de bijhouding, maar heeft dit nagelaten. Ook is geoordeeld dat de bewaarder de hoorplicht niet heeft geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.