De zaak betreft een boete van €1.500,- opgelegd door de minister van Landbouw aan een erkend intermediair en transporteur van dierlijke meststoffen wegens het niet gebruiken van het verplichte digitale systeem rVDM bij het vervoer van mest op 14 augustus 2024.
De minister stelde dat het gebruik van het papieren vervoersbewijs in strijd was met de meststoffenwetgeving, aangezien het digitale systeem sinds 1 maart 2023 volledig verplicht is. De transporteur voerde overmacht aan vanwege een storing in het digitale systeem, maar kon niet aantonen dat ook de voorgeschreven offline app gebruikt was.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd voor de overtreding en dat de transporteur niet voldeed aan de verplichtingen. De boete werd niet als buitenproportioneel beoordeeld en de stelling dat eerst een waarschuwing had moeten worden gegeven werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de boete in stand blijft. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld en griffier H. Richart op 7 april 2026.