Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1841

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2600387:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen. Tevens verzocht zij om een eerdere ingangsdatum van de regeling.

De rechtbank beoordeelde het verzoek en concludeerde dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en dat er geen gronden zijn voor afwijzing. Verzoekster kampt met psychische problematiek waardoor zij niet fulltime kan werken en werkt momenteel 6 tot 8 uur per week, hetgeen het maximaal haalbare is volgens de beschermingsbewindvoerder.

Op basis van de ingediende stukken en de berekening van het vrij te laten bedrag is vastgesteld dat verzoekster geen spaarcapaciteit heeft omdat haar inkomen lager is dan het vrij te laten bedrag. Daarom kan de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden vastgesteld op 29 juli 2025.

De rechtbank spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit, stelt de termijn vast op achttien maanden vanaf die datum, benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder, en bepaalt dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. Tevens krijgt de bewindvoerder de opdracht om de post van verzoekster in te zien en een voorschot op vergoeding op te nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met ingangsdatum 29 juli 2025 en een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Zwolle
Rekestnummer: NL:TZ:2600387:R-RK
Vonnis van maandag 30 maart 2026
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 23 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster];
- de heer [partner], partner van [verzoekster];
- mevrouw [naam], namens [bedrijf];
(beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener).
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoekster] is op 22 februari 2022 gehuwd in (beperkte) gemeenschap van goederen met [partner]. Samen met hun twee minderjarige dochters wonen zij in een huurwoning in [woonplaats]. [partner] heeft eveneens een verzoek gedaan om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Op dit verzoek zal bij apart vonnis worden beslist.
3.4.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op
29 juli 2025. De rechtbank dient te beoordelen of [verzoekster] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan. De rechtbank concludeert dat [verzoekster] kampt met psychische problematiek en daarom niet in staat is om fulltime te werken. Zij staat onder behandeling en zal binnenkort starten met EMDR-therapie. Daarnaast werkt zij 6 tot 8 uur per week en dit is volgens de beschermingsbewindvoerder het maximaal haalbare. Voorts concludeert de rechtbank op basis van het verzoekschrift en de bijgevoegde vrij te laten bedrag berekening dat geen sprake is van enige spaarcapaciteit nu het inkomen lager is dan het vrij te laten bedrag. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op
29 juli 2025.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 29 juli 2025;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.