Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:183

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
11969631 \ CV EXPL 25-3607
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 RvArt. 6:119 BWTitel 2A Boek 7 BWArt. 4:34 Wft
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling gevorderd wegens tekortkoming in doorlopend kredietovereenkomst

Eiseres heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde wegens niet-nakoming van een overeenkomst van geldlening in de vorm van een doorlopend krediet met een kredietlimiet van € 1.000,00. Gedaagde heeft langer dan drie maanden rood gestaan en het opgeëiste bedrag onbetaald gelaten.

De procedure verliep bij verstek, aangezien gedaagde niet is verschenen. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of de wettelijke voorschriften, waaronder titel 2A van boek 7 BW en artikel 4:34 Wft Pro, zijn nageleefd en of de algemene voorwaarden niet onredelijk benadelen. Dit bleek het geval niet te zijn.

De vordering van € 271,74, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, wordt toegewezen. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 404,14, inclusief nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag en proceskosten wegens tekortkoming in de kredietovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11969631 \ CV EXPL 25-3607
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het tegen gedaagde verleende verstek,
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Eiseres heeft bij dagvaarding gevorderd gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van primair een bedrag van € 271,74 en subsidiair een bedrag van € 184,26, in beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding (4 november 2025) en met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2.
Ter onderbouwing van die vordering heeft eiseres gesteld dat zij met gedaagde een overeenkomst van geldlening in de vorm van een doorlopend krediet (onder de productnaam Rabo Kort Roodstaan) heeft gesloten voor een bedrag van maximaal € 1.000,00 (de kredietlimiet). Volgens eiseres is gedaagde toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de hiervoor genoemde kredietovereenkomst doordat gedaagde langer dan drie maanden rood heeft gestaan en later het opgeëiste bedrag onbetaald heeft gelaten.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.
3.2.
Op grond van artikel 139 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering wijst de kantonrechter de vordering bij verstek van een gedaagde toe, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
3.3.
De tussen partijen gesloten overeenkomst betreft een consumentenkrediet, waarop titel 2A van boek 7 BW en artikel 4:34 Wft Pro van toepassing is. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat de voorschriften zijn nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij hieraan heeft voldaan.
3.4.
De kantonrechter heeft verder ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom en de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is hier niet het geval.
3.5.
Het primair gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
3.6.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
404,14

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 271,74, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 4 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 404,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.