Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1819

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502553:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de verzoeker om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling op een eerdere datum te stellen. De verzoeker kon zijn schuldenlast niet zelfstandig aflossen en had reeds een schuldhulptraject gevolgd dat niet tot een minnelijk akkoord leidde.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet, en dat er geen gronden waren om het verzoek af te wijzen. De rechtbank erkende dat de verzoeker zich al meer dan een jaar in een schuldhulptraject bevond en dat er beslag lag op zijn Wajong-uitkering, waardoor hij aan de verplichting tot maximaal afdragen had voldaan.

Gezien de arbeidsongeschiktheid van de verzoeker hoefde hij niet te voldoen aan de inspanningsplicht. Daarom werd de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vastgesteld op 13 januari 2025, een jaar voor de uitspraak. De rechtbank stelde de termijn van de regeling op achttien maanden en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder, met de daarbij behorende bevoegdheden en opdrachten.

Tot slot bepaalde de rechtbank dat alle gelegde beslagen vervallen met deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum 13 januari 2025 toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2502553:R-RK
Vonnis van dinsdag 13 januari 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1]
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van dinsdag 6 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- Mevrouw [naam 1], Damsté advocaten - notarissen U.A.;
- De heer [naam 2], [bedrijf].
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een jaar voor de datum van de uitspraak, dus op 13 januari 2025. Door de huidige schuldhulpverlener is geen minnelijk traject meer beproefd. Een eerder schuldhulptraject door BudgetAlert (gemeente Hengelo) is gestaakt wegens het niet volledig in kaart kunnen brengen van de totale schuldenlast. [verzoeker] ontvangt reeds vele jaren een Wajong-uitkering waarop sinds 16 augustus 2024 beslag ligt. De rechtbank dient te beoordelen of er tijdens het minnelijk traject maximaal is afgedragen conform de berekening van het vrij te laten bedrag en of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. De rechtbank concludeert dat [verzoeker] zich al meer dan een jaar in (een vorm van) een schuldhulptraject bevindt en dat er gedurende meer dan een jaar beslag ligt op de uitkering van [verzoeker]. De rechtbank is van oordeel dat het schuldhulptraject dat [verzoeker] heeft gevolgd, kan worden aangemerkt als een minnelijk traject. Nu [verzoeker] reeds langer dan een jaar uit hoofde van beslag de volledige spaarcapaciteit heeft afgedragen, is aan de verplichting tot maximaal afdragen, voldaan. Wat betreft nakoming van de inspanningsplicht concludeert de rechtbank dat [verzoeker] daaraan gelet op zijn arbeidsongeschiktheid, waarvan in ieder geval gedurende het minnelijk traject sprake was, niet hoefde te voldoen. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de eerdere ingangsdatum worden bepaald op 13 januari 2025.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 13 januari 2025;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.