Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1817

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502466:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van [verzoeker] om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling en om de ingangsdatum van deze regeling op een eerdere datum vast te stellen.

[verzoeker] heeft een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen en verzocht om de ingangsdatum te bepalen op 28 november 2024, de datum van ondertekening van de schuldregelingsovereenkomst. De rechtbank oordeelde echter dat het minnelijk traject start bij het doen van het aanbod aan schuldeisers, wat in deze zaak op 10 maart 2025 was.

De rechtbank concludeerde dat [verzoeker] wegens volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de inspanningsplicht hoefde te voldoen tijdens het minnelijk traject en dat door beslag op zijn uitkering de volledige spaarcapaciteit is afgedragen. Daarom werd de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vastgesteld op 10 maart 2025.

De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf die datum, benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en bepaalde dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. Tevens werd de bewindvoerder gemachtigd een voorschot op vergoeding op te nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraakdatum.

Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling toegewezen met ingangsdatum 10 maart 2025 en termijn van achttien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2502466:R-RK
Vonnis van dinsdag 13 januari 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1]
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van dinsdag 6 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- de heer [naam] van [bedrijf] V.O.F.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 28 november 2024, zijnde de datum waarop de schuldregelingsovereenkomst is getekend. In verband met beslag op de uitkering van [verzoeker] kon er niet worden gespaard voor de gezamenlijke schuldeisers. [verzoeker] ontvangt een Wajonguitkering en verblijft in een Awbz-instelling op basis van een 24-uursindicatie.
De rechtbank is van oordeel dat het minnelijk traject niet start bij het tekenen van de schuldregelingsovereenkomst maar bij het doen van het aanbod aan schuldeisers. Dat is in het geval van [verzoeker] op 10 maart 2025. De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan.
De rechtbank concludeert dat [verzoeker] tijdens het minnelijk traject wegens volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de inspanningsplicht hoefde te voldoen. Voorts concludeert de rechtbank dat uit hoofde van beslag de volledige spaarcapaciteit is afgedragen zodat aan de verplichting tot maximaal afdragen conform de berekening van het vrij te laten bedrag is voldaan. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op 10 maart 2025.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 10 maart 2025 [1] ;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.