Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats];
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling en tevens om vaststelling van een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating toegewezen omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan en er geen gronden voor afwijzing zijn gebleken.
Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum, namelijk 1 april 2025, is afgewezen. Dit omdat bij aanvang van het minnelijk traject weliswaar een bedrag van €7.162,99 is ingebracht, maar de maandelijkse spaarcapaciteit daarna niet is afgedragen. De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat deze afdracht om onbekende redenen niet heeft plaatsgevonden. Volgens een overzicht van de Stadsbank Oost Nederland had er over de periode april 2025 tot en met oktober 2025 circa €1.750 moeten worden gespaard.
De rechtbank oordeelde dat de inbreng bij aanvang van het minnelijk traject niet kan worden toegerekend aan de daaropvolgende maanden en dat om een eerdere ingangsdatum te bepalen ook de spaarcapaciteit over die maanden had moeten worden afgedragen. Daarom is het verzoek tot een eerdere ingangsdatum afgewezen.
De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf 13 januari 2026, benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en gaf de bewindvoerder diverse opdrachten, waaronder het inzien van de post van verzoekster en het mogen opnemen van een voorschot op vergoeding. Tevens vervallen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.