Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1813

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502507:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling en afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker heeft een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen en verzocht tevens om een eerdere ingangsdatum van de regeling.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker aan de voorwaarden voor toelating tot de schuldsaneringsregeling voldoet. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en dat zij zich zal inspannen om de verplichtingen uit de regeling na te komen.

Echter, het verzoek om de ingangsdatum van de regeling te bepalen op een eerdere datum, namelijk 11 april 2025, werd afgewezen. De rechtbank stelde vast dat verzoeker tijdens het minnelijk traject onvoldoende aan haar inspanningsplicht heeft voldaan, omdat zij geen betaalde arbeid verrichtte en nauwelijks sollicitatieactiviteiten ontplooide, zonder dat er voldoende gronden waren voor ontheffing van deze plicht.

De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf de uitspraakdatum en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. Tevens werden de beslagleggingen opgeheven en werden voorschotten op de vergoeding van de bewindvoerder toegestaan, voor zover de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Zwolle
Rekestnummer: NL:TZ:2502507:R-RK
Vonnis van maandag 26 januari 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1]
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van 12 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- de heer [naam], [bedrijf 1] B.V.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 11 april 2025, zijnde de datum waarop het nul-aanbod is gedaan aan de schuldeisers. De rechtbank dient onder andere te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. [verzoeker] heeft tijdens het minnelijk traject geen betaalde arbeid verricht en heeft niet of nauwelijks sollicitatie-activiteiten verricht, omdat haar gezinssituatie de mogelijkheden daartoe volgens haar beperkt. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er gronden voor (volledige) ontheffing van de inspanningsplicht bestonden tijdens het minnelijk traject, zodat de inspanningsplicht tijdens het minnelijk traject op [verzoeker] heeft gerust. Nu [verzoeker] niet aan deze inspanningsplicht heeft voldaan, wijst de rechtbank de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
laatstelijk handelend onder de handelsnaam [bedrijf 2],
laatstelijk gevestigd aan de [adres 1],
laatstelijk ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel
onder nummer [KvK-nummer];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.