Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht haar toe te laten tot de schuldsaneringsregeling en tevens om de ingangsdatum van deze regeling op een eerdere datum te stellen, namelijk 1 april 2025, de datum waarop de schuldregelingsovereenkomst werd getekend.
De rechtbank beoordeelde het verzoek en concludeerde dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de schuldsaneringsregeling zoals gesteld in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Er was geen grond voor afwijzing van het verzoek tot toelating.
Ten aanzien van het verzoek tot een eerdere ingangsdatum oordeelde de rechtbank dat verzoekster onvoldoende had aangetoond dat zij tijdens het minnelijk traject aan haar inspanningsplicht had voldaan. Zij had geen medische verklaring overgelegd die haar onvermogen tot arbeid tussen april 2025 en september 2025 onderbouwde en had geen inspanningen verricht om betaald werk te verkrijgen. Ook was onduidelijk of er sprake was van afdracht van spaarcapaciteit aan schuldeisers, terwijl het bestedingspatroon royaal was.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af en stelde zij de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf de datum van uitspraak. Tevens werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd en werden de beslagleggingen opgeheven.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.