Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1805

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
343022
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWVerordening (EU) 2019/1111 (Brussel II-ter)Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en verstoorde communicatie ouders

De vader verzoekt om ondertoezichtstelling van zijn drie kinderen omdat de moeder weigert de zorg- en contactregeling na beëindiging van de vorige ondertoezichtstelling na te leven. De raad ziet een ernstige ontwikkelingsbedreiging maar acht nog mogelijkheden binnen het vrijwillig kader en neemt het verzoek niet over.

De kinderrechter oordeelt dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet binnen het vrijwillig kader kan worden weggenomen vanwege het grote wantrouwen en de verstoorde communicatie tussen de ouders. De moeder stopte eenzijdig de omgang, wat schadelijk is voor de kinderen.

De huidige gecertificeerde instelling ziet geen mogelijkheden om de zaak opnieuw op te pakken. Daarom wordt Stichting Jeugdbescherming Overijssel benoemd als nieuwe GI en worden de kinderen voor een jaar onder toezicht gesteld. De beschikking is direct uitvoerbaar en gericht op het creëren van een veilige, stabiele omgeving en herstel van contact tussen vader en kinderen.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de drie minderjarige kinderen onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Overijssel voor de duur van een jaar wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almelo
Zaaknummer: C/08/343022 / JE RK 25-2130
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking ondertoezichtstelling
in de zaak van
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.H. van der Linden,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.M. Wolff en
Raad voor de Kinderbescherming
gevestigd te Almelo
hierna te noemen: de raad.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Enschede.

1.Het procesverloop

1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen van18 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026, gelijktijdig met zaaknummer: C/08/341207 / FA RK 25/2938. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [naam 1], namens de raad,
  • [naam 2], namens de GI .
De moeder is vergezeld van A.F.D. van den Broek, tolk in de Engelse taal.
1.3.
Mr. Van der Linden heeft tijdens de mondelinge behandeling een pleitnota overgelegd, die aan het digitaal dossier is toegevoegd.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De vader verzoekt, samengevat, om [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] per direct onder toezicht te stellen van de GI en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De vader stelt dat hij de kinderen sinds 17 augustus 2025 niet meer heeft gezien. Dit is één dag nadat de vorige ondertoezichtstelling is beëindigd. De moeder weigert om de kinderen af te geven volgens de afgesproken zorg- en contactregeling en staat ook niet open voor alternatieven. Het is niet in het belang van de kinderen dat zij hun vader niet meer zien. De vader is van mening dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat er daarom opnieuw een ondertoezichtstelling moet worden uitgesproken. Binnen het vrijwillig kader valt de moeder totaal niet te bewegen om mee te werken aan de zorgregeling. De vader hoopt dat dit onder regie van een jeugdbeschermer wel weer gaat lukken.
4.2.
De moeder laat weten dat zij eigenlijk niet zit te wachten op een ondertoezichtstelling omdat zij het gevoel heeft dat zij aan de eerdere ondertoezichtstelling niets heeft gehad. Zij ziet het echter ook niet zitten om het samen met de vader te doen. Mocht de kinderrechter van mening zijn dat een ondertoezichtstelling toch nodig is dan zal zij hier haar medewerking aan verlenen. De moeder vond het ongelukkig dat de vorige ondertoezichtstelling is afgesloten door de GI ondanks dat het toen ook al duidelijk was dat partijen er niet uit zouden gaan komen en er geen duidelijk zorg- en contactregeling was vastgelegd.
4.3.
De raad laat weten dat er in de toetsing beëindiging ondertoezichtstelling voorwaarden waren verbonden aan deze beëindiging. Een van de voorwaarden was een vastgelegde zorg- en contactregeling tussen partijen. De ondertoezichtstelling is echter afgesloten zonder dat aan deze voorwaarde is voldaan. De raad ziet een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. Gezien wordt dat de ouders totaal niet met elkaar kunnen communiceren. De kinderen worden hier de dupe van. Zij zitten klem tussen beide ouders. De situatie is voor hen onvoorspelbaar, vooral omdat de moeder zomaar de zorgregeling eenzijdig heeft stopgezet. Dit is schadelijk en onveilig voor de kinderen. Het schaadt het beeld dat zij hebben van hun vader. Het zomaar stopzetten van de regeling mag niet weer gebeuren. Als er een ondertoezichtstelling zou komen dan is deze niet alleen gericht op het contact. Desondanks neemt de raad het verzoek van de vader nog niet over. De raad ziet namelijk nog mogelijkheden binnen het vrijwillig kader. Met behulp van de wijkcoach kan de omgang weer worden opgestart. De ouders kunnen zich aanmelden voor een traject Solo Parallel Ouderschap voor hun communicatie. De raad adviseert om het verzoek voor de duur van een half jaar aan te houden in afwachting van de resultaten van dit traject. Als de GI niet bereid is om een eventuele ondertoezichtstelling uit te voeren dan adviseert de raad om Stichting Jeugdbescherming Overijssel te benoemen als gecertificeerde instelling.
4.4.
De GI geeft aan dat zij drie jaar haar best heeft gedaan voor deze ouders en de kinderen. Zij is gestopt omdat de doelen niet haalbaar bleken te zijn. De GI heeft er weinig vertrouwen in dat het nu wel gaat lukken. Het probleem zit bij de ouders zelf. Regie voeren werkt niet en de situatie zit muurvast.

5.De beoordeling

De ontvankelijkheid
5.1.
Omdat de moeder de Gambiaanse nationaliteit bezit, draagt de zaak een internationaal karakter.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat op het onderhavige verzoek de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter) van toepassing is. Op grond van artikel 7 lid 1 Brussel Pro II-ter is de Nederlandse rechter bevoegd als het kind zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Nu [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ten tijde van het indienen van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.
5.3.
De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV 1996), inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van minderjarigen. Op grond van het bepaalde in artikel 15 HKBV Pro 1996 past de bevoegde rechter zijn interne recht toe, zijnde het Nederlands recht.
5.4.
Op grond van artikel 1:255 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen op verzoek van een ouder als de raad niet overgaat tot indiening van het verzoek.
5.5.
Op de zitting heeft de raad verklaard nu geen ondertoezichtstelling te verzoeken, omdat er nog mogelijkheden zouden liggen binnen het vrijwillig kader. Omdat de raad geen ondertoezichtstelling verzoekt is de vader ontvankelijk in zijn verzoek. De kinderrechter zal dan ook overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek.
Het oordeel
5.6.
Om een kind onder toezicht te kunnen stellen moet op grond van artikel 1:255 lid 1 BW Pro sprake zijn van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Daarnaast moet de ouder met gezag onvoldoende in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging onder eigen verantwoordelijkheid weg te nemen. Er moet wel de verwachting zijn dat de ouders met gezag dat binnen afzienbare tijd wel weer kunnen. De kinderrechter is van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan.
5.7.
Naar het oordeel van de kinderrechter worden [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Bij hun ouders is sprake van ernstige ex-partnerproblematiek. De kinderen zitten hierdoor klem tussen beide ouders. Er is tussen de ouders sprake van een zeer groot onderling wantrouwen waardoor hun verstandhouding ernstig is verstoord. Zij kunnen totaal niet met elkaar communiceren in het belang van de kinderen. Van deze situatie hebben de kinderen last. Er is veel onrust tussen beide ouders. Vanwege het wantrouwen van de moeder en de vader, kunnen de moeder en de vader hun kinderen geen emotionele toestemming geven om het fijn te hebben bij de andere ouder. De zorg- en contactregeling tussen de kinderen en de vader is hier een voorbeeld van. Deze ligt al meer dan een half jaar stil.
5.8.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Een tekenend voorbeeld hiervan is dat de moeder een dag na het beëindigen van de vorige ondertoezichtstelling niet meer heeft meegewerkt aan de omgang tussen de vader en de kinderen. De eerdere ondertoezichtstelling is geëindigd zonder dat aan de door de raad gestelde voorwaarde was voldaan, namelijk een vastgestelde zorg- en contactregeling tussen de vader en de kinderen. Het is binnen het vrijwillig kader niet gelukt om hier enige beweging in te krijgen. Ook is de verstandhouding tussen beide ouders alleen maar verder verslechterd. De ouders erkennen zelf ook dat zij er niet uitkomen. De vader heeft daarom verzocht om een ondertoezichtstelling en de moeder heeft ook erkend dat zij het niet ziet zitten om er samen met de vader te moeten uitkomen. Anders dan de raad ziet de kinderrechter daarom geen heil in een allerlaatste poging om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen vanuit het vrijwillig kader. De inzet van een jeugdbeschermer om regie te voeren in deze zaak wordt noodzakelijk geacht. De huidige GI heeft aangegeven geen mogelijkheden te zien om de zaak opnieuw op te pakken. De kinderrechter zal daarom [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezichtstelling van Stichting Jeugdbescherming Overijssel te [plaats] voor de duur van een jaar.
5.9.
De kinderrechter verwacht dat in het kader van de ondertoezichtstelling het komende jaar (onder meer) gewerkt gaat worden aan de volgende doelen:
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] groeien op in een veilige en stabiele omgeving, waarbij zij
zich leeftijdsadequaat, sociaal en emotioneel kunnen ontwikkelen;
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben een onbelast contact met beide ouders, waarbij de GI de regie heeft over de concrete invulling hiervan en waarbij de (on)mogelijkheden van de kinderen leidend zijn;
- de moeder ondersteunt en werkt mee aan herstel van het contact tussen de vader en de kinderen, waarbij de GI de regie heeft over de concrete invulling van dit proces;
- er wordt, voor zover nodig, hulpverlening ingezet voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en deze hulpverlening wordt gemonitord door de GI;
- er wordt gewerkt aan de onderlinge verstandhouding en de communicatie van beide ouders, bijvoorbeeld door een traject Solo Parallel Ouderschap;
- er komt een ouderschapsplan, waarbij er een duidelijke zorg- en taakverdeling is ten behoeve van de kinderen.
5.10.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.11.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Overijssel voor de duur van een jaar, met ingang van 10 maart 2026 tot 10 maart 2027
6.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. A.B. de Wit, kinderrechter, in aanwezigheid van M. Esmeijer als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.