Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1804

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503009:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp) en verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de verzoeker voldoet aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en dat er geen gronden zijn voor afwijzing.

De verzoeker ontvangt een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, waardoor het niet te verwachten is dat hij in de toekomst (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt wordt. Van april tot en met juli 2025 is er spaarcapaciteit geweest en is het niet vrij te laten deel van het vakantiegeld afgedragen. Vanaf augustus 2025 ligt er beslag op het inkomen, waardoor sparen voor schuldeisers niet meer mogelijk was.

Op basis van deze feiten wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe en stelt de termijn van achttien maanden vast, ingaande op 1 april 2025. Tevens benoemt de rechtbank een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en geeft instructies over het beheer van de post en vergoeding van de bewindvoerder. Alle gelegde beslagen komen te vervallen met deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met ingangsdatum 1 april 2025 wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2503009:R-RK
Vonnis van maandag 9 februari 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 2 februari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- de heer [naam].
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 april 2025. [verzoeker] ontvangt een WIA-uitkering (IVA) in verband met 80 tot 100 % arbeidsongeschiktheid. Het is niet te verwachten dat hij in de toekomst (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt wordt. Van april 2025 tot en met juli 2025 is de spaarcapaciteit en het niet vrij te laten deel van het vakantiegeld afgedragen. Vanaf augustus 2025 ligt er beslag op het inkomen van [verzoeker], zodat er niet meer kon worden gespaard ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Op grond van vorenstaande wijst de rechtbank het verzoek tot het bepalen van de eerdere ingangsdatum op 1 april 2025 toe.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 1 april 2025;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.