Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
6 juni 2025. Ter onderbouwing van dit verzoek wordt gesteld dat sprake zou zijn van beslag op het inkomen van [verzoeker]. De rechtbank wijst het verzoek af omdat uit het verzoekschrift en hetgeen ter zitting is besproken niet blijkt dat daadwerkelijk sprake is geweest van beslaglegging. De beschermingsbewindvoerder heeft verklaard dat de werkgever de beslaglegging administratief niet goed verwerkte, waarna zij dit heeft overgenomen. De beschermingsbewindvoerder maakt maandelijks een bedrag over aan de deurwaarder. Feitelijk gezien is daarmee geen sprake van beslaglegging, maar van een betalingsregeling waarbij één schuldeiser wordt bevoordeeld ten opzichte van de overige schuldeisers. Daarbij is in het geheel niet onderbouwd op basis waarvan de maandelijkse afdrachten zijn vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank wordt hiermee niet voldaan aan de vereisten voor een eerdere ingangsdatum.
4.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];,