Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1791

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504195:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van eiser om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Eiser heeft een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen en verzocht tevens om een eerdere ingangsdatum van de regeling.

De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de omstandigheden die tot zijn schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen. Daarom werd het verzoek tot toelating tot de regeling toegewezen.

Het verzoek om de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling op een eerdere datum te bepalen werd echter afgewezen. De rechtbank vond de onderbouwing hiervoor onvoldoende en onduidelijk, mede omdat de beschermingsbewindvoerder dit verzoek ter zitting niet kon onderbouwen.

De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf 16 maart 2026, benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en bepaalde dat de bewindvoerder de post van eiser mag inzien en een voorschot op vergoeding mag opnemen. Tevens vervielen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2504195:R-RK
Vonnis van maandag 16 maart 2026
op het verzoek van
[eiser],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [eiser],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[eiser] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 2 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [eiser];
- de heer [naam 1], ambulant begeleider;
- mevrouw [naam 2] namens Beschermingsbewind Twente B.V.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[eiser] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [eiser] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Dit is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
3.3.
[eiser] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een eerdere datum dan de datum waarop deze wordt uitgesproken. Het is de rechtbank echter niet duidelijk welke datum dat zou moeten zijn (vermoedelijk 1 juli 2025) en waarom een eerdere ingangsdatum moet worden bepaald. In het verzoek is daar slechts summier iets over opgenomen en de beschermingsbewindvoerder kon het verzoek ter zitting niet onderbouwen. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af wegens het ontbreken van een onderbouwing.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[eiser],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf maandag 16 maart 2026;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [eiser] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.