Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1790

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502393:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder b FaillissementswetArt. 288 lid 1 onder c Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens niet verschijnen en niet nakomen verplichtingen

Verzoeker heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op zittingen van 15 december 2025 en 23 februari 2026.

Verzoeker is bij beide zittingen niet verschenen, ondanks oproepen en herinneringen, waaronder contact van de bewindvoerder en de griffier. De rechtbank concludeert dat verzoeker bewust heeft gekozen niet te verschijnen en daardoor geen toelichting heeft gegeven op zijn verzoek.

Door het niet verschijnen heeft verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Ook is niet aannemelijk dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen, mede omdat hij door zijn afwezigheid de inlichtingenplicht heeft geschonden.

Op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet wijst de rechtbank het verzoek af. Verzoeker kan binnen acht dagen hoger beroep instellen bij het gerechtshof.

De uitspraak is gedaan door rechter S.J.S. Groeneveld-Koekkoek te Almelo op 2 maart 2026.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet verschijnen en niet aannemelijk maken nakoming verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2502393:R-RK
Vonnis van maandag 2 maart 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 15 december 2025 en 23 februari 2026, waarbij aanwezig was:
- mw. [bewindvoerder], namens Stichting Christelijke Schuldhulp (beschermingsbewindvoerder).
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
[verzoeker] is bij brief van 30 oktober 2025 opgeroepen om ter zitting van 15 december 2025 om 10:00 uur te verschijnen voor de behandeling van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (verzoek schuldsanering). [verzoeker] is niet verschenen. [bewindvoerder] is wel verschenen en zij heeft ter zitting verklaard dat zij [verzoeker] een week voor de zitting nog op het hart had gedrukt om wel te komen.
3.2.
De griffier van de rechtbank (Team Toezicht, Schuldsanering) heeft na de zitting telefonisch contact opgenomen met [verzoeker]. Vervolgens is [verzoeker] bij brief van
17 december 2025 opgeroepen om ter zitting van 23 februari 2026 om 10:30 uur te worden gehoord op zijn verzoek schuldsanering.
3.3.
Ter zitting van 23 februari 2026 is [verzoeker] wederom niet verschenen. [bewindvoerder] heeft verklaard dat zij twee weken voor de zitting nog contact heeft gehad met [verzoeker] over de datum en het tijdstip van de zitting. Volgens [bewindvoerder] wist [verzoeker] dat hij op 23 februari 2026 om 10:30 uur bij de rechtbank in Almelo moest verschijnen. [bewindvoerder] heeft ook voorafgaand aan de zitting nog, tevergeefs, geprobeerd om in contact te komen met [verzoeker].
3.4.
De rechtbank concludeert op grond van vorenstaande dat [verzoeker] er kennelijk tot twee keer toe bewust voor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen en blijkbaar niet (meer) wenst dat zijn verzoek schuldsanering (ter zitting) wordt behandeld. De rechtbank zal het verzoek schuldsanering beoordelen zonder [verzoeker] daarover te hebben gehoord.
3.5.
De rechtbank concludeert dat [verzoeker] door niet ter zitting te verschijnen om een toelichting te geven op zijn verzoek niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schuldenlast in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van zijn verzoek schuldsanering. Ook heeft [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichten naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Ten aanzien van de nakoming van de verplichtingen concludeert de rechtbank dat [verzoeker] door niet ter zitting te verschijnen nu reeds de inlichtingenplicht heeft geschonden.
3.6.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c Faillissementswet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
wijst het verzoek af.
Gewezen te Almelo door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier. [1]