Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- [naam 3] € 2.322;
- [naam 4] € 300;
- [naam 5] € 380.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft op 7 april 2025 een verzoek tot moratorium en schuldsanering ingediend. Het moratorium is meerdere malen toegewezen, maar het verzoek tot schuldsanering is op 16 maart 2026 behandeld. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting wegens ziekte, maar haar advocaat wel.
De rechtbank constateert dat verzoeker niet meewerkt aan het minnelijk traject met de schuldhulpverlener Stadsbank Oost Nederland. Er is onduidelijkheid over forse bedragen die verzoeker ontvangt van derden, terwijl zij onder bewind staat. Ook werkt zij niet mee om auto’s van haar naam te krijgen, wat noodzakelijk is voor een reële schuldregeling.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn voor een buitengerechtelijke schuldregeling ontbreekt, wat een vereiste is volgens artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro. Verzoeker heeft onvoldoende medewerking verleend en geen saneringsgerichte houding getoond.
Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schuldsanering. Zelfs indien zij ontvankelijk zou zijn verklaard, zou het verzoek worden afgewezen wegens het niet nakomen van verplichtingen en het niet reserveren van baten voor schuldeisers.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schuldsanering wegens gebrek aan medewerking en het ontbreken van een verklaring over het minnelijk traject.