ECLI:NL:RBOVE:2026:1768
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet verschijnen ter zitting
Verzoeker heeft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend en is opgeroepen voor een zitting op 20 januari 2026. Op die dag ontving de rechtbank een brief van verzoeker waarin zij meldde niet te kunnen verschijnen vanwege een dienst in de zorg die zij niet kon ruilen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker ruim de tijd had om vervanging te regelen en dat het niet aannemelijk is dat dit onmogelijk was. Daarnaast is het niet duidelijk waarom verzoeker haar afmelding alleen schriftelijk kenbaar maakte, terwijl telefonisch contact of e-mail meer zekerheid had gegeven.
Omdat verzoeker zonder gegronde en tijdige reden niet is verschenen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt te goeder trouw te zijn geweest met betrekking tot haar schulden en de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet verschijnen van verzoeker zonder gegronde, tijdige reden.