ECLI:NL:RBOVE:2026:1739

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
12099621 \ CV EXPL 26-520
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWRichtlijn 93/13/EEGBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokostenBesluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens ernstige huurachterstand en ontruiming

Woningstichting SWZ vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een huurachterstand van €4.159,60, ontruiming van de woning en betaling van de achterstand. [gedaagde] erkent de achterstand, die is ontstaan door persoonlijke omstandigheden zoals werkloosheid en achterstallig salaris, en wil een betalingsregeling treffen.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand inmiddels vijf maanden bedraagt, wat ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst. SWZ heeft voldaan aan haar informatie- en meldplicht omtrent schuldhulpverlening. De rechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming toe en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de achterstand, de maandelijkse huur vanaf april 2026 tot ontruiming, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter acht een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis redelijk voor ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan [gedaagde] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. J.N. Bartels op 31 maart 2026.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens een huurachterstand van vijf maanden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de achterstand met bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12099621 \ CV EXPL 26-520
Vonnis van 31 maart 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING SWZ,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: SWZ,
gemachtigde: mr. Th. van Wijngaarden,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
[gedaagde] heeft een huurachterstand bij SWZ voor de woning aan de [adres]. SWZ vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstand. [gedaagde] erkent de achterstand, maar geeft aan dat deze is ontstaan door persoonlijke omstandigheden, zoals het verlies van zijn baan en het wachten op achterstallig salaris. Hij heeft inmiddels weer inkomen en wil een betalingsregeling treffen. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de achterstand en de proceskosten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
SWZ verhuurt met ingang van 26 september 2023 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 831,92 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. SWZ heeft [gedaagde] onder andere aangemaand op 12 december 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
SWZ heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. SWZ heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
SWZ vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 4.159,60 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
SWZ legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens SWZ de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. SWZ wil het vonnis in deze procedure als stok achter de deur en hoopt met een toewijzend vonnis concrete afspraken te kunnen maken met [gedaagde], zodat een ontruiming mogelijk alsnog voorkomen kan worden.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat de huurachterstand is ontstaan door persoonlijke omstandigheden. Hij heeft zijn baan verloren en wacht nog op betaling van achterstallig salaris. Daarnaast is hij nog bezig met zijn studie. In de tussentijd heeft hij hulp gezocht bij het sociaal wijkteam en bij de schuldhulpverlening van de gemeente. Er lopen verschillende sollicitaties, en bij één potentiële werkgever is hij inmiddels aangenomen. Hierdoor is er weer sprake van een inkomen, waarmee hij de achterstand hoopt in te lossen. [gedaagde] geeft aan dat hij graag in de woning wil blijven wonen, samen met zijn twee katten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat SWZ heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.2.
[gedaagde] erkent de huurachterstand, maar geeft aan dat deze door omstandigheden is ontstaan. Er is weer inkomen en kan met hulp van de gemeente de lopende termijnen voldoen. Voor de achterstand wil hij graag een betalingsregeling treffen met SWZ. De conclusie uit het voorgaande is dat er berekend tot en met maart 2026 sprake is van een huurachterstand van € 4.159,60. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.
4.3.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.4.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand drie maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels vijf maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.5.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.6.
SWZ wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 831,92, te rekenen vanaf de maand april 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
4.7.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in artikel 13.1 tot en met 13.3 van de Algemene Huurvoorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
4.8.
SWZ vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [gedaagde] een consument is moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. SWZ heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 301,99 worden toegewezen.
4.9.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SWZ worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,77
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
Totaal
1.315,27

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van SWZ zijn, en de sleutels af te geven aan SWZ,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan SWZ:
- € 4.159,60 aan achterstallige huur tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 831,92 per maand vanaf april 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan SWZ te betalen een bedrag van € 301,99 aan buitengerechtelijke kosten,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.315,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026. (jb)

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)