De Stichting HoogOverijssel en een groep eisers hebben handhavingsverzoeken ingediend tegen de minister van Infrastructuur en Waterstaat wegens vermeende schendingen van de voorschriften in deel I van bijlage 14 bij het Verdrag van Chicago (ICAO Annex 14) door Lelystad Airport. Zij stelden dat de inrichting en het gebruik van de start- en landingsbaan niet voldoen aan veiligheidsnormen, met name op het gebied van runway strips, RESA’s, clearway en runway lights.
De minister wees de verzoeken af, stellende dat de luchthaven voldoet aan de voorschriften, mede op basis van een controle door de Inspectie Leefomgeving en Transport. De rechtbank onderzocht de kern van het geschil: de uitleg van het begrip 'runway' in ICAO Annex 14 en de toepassing daarvan op de operationele lengtes van de start- en landingsbaan. De eisers betoogden dat de volledige fysieke lengte van 2700 meter als runway moet worden beschouwd, terwijl de minister uitging van kortere operationele lengtes.
De rechtbank concludeerde dat de uitleg van de minister, waarbij de operationele lengtes (declared distances) bepalend zijn, juist is en in overeenstemming met de definities en voorschriften in ICAO Annex 14. De geasfalteerde strook mag flexibel worden ingedeeld afhankelijk van het gebruik. De luchthaven voldoet aan de veiligheidsvoorschriften voor runway strips, RESA’s, clearway en verlichting. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.