Uitspraak
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de mondelinge behandeling, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij namens beide partijen spreekaantekeningen zijn voorgedragen.
2.De feiten
gebaseerd op het door [eiser] opgestelde overzicht m.b.t. de verplichte verbouwing.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Wanneer akkoord verneem ik dit graag zodat [eiser] het deel “kosten gemeente” aan de gemeente kan factureren.”[gedaagden] hebben daar niet inhoudelijk op gereageerd. Later is nog voorgesteld dat partijen hierover samen met de gemeente in overleg zouden treden. Dat overleg is uiteindelijk niet tot stand gekomen vanwege het uitblijven van een reactie van [gedaagden]. Omdat het overleg – mede vanwege het uitblijven van een reactie van [gedaagden] – niet van de grond kwam, heeft [eiser] uiteindelijk besloten het volledige bedrag in oktober 2024 in rekening te brengen bij [gedaagden]. Deze gebeurtenissen kunnen een groot deel van het tijdsverloop verklaren. Dat [eiser] eerst daarna de facturen aan [gedaagden] hebben gestuurd, kan [eiser] dan ook niet worden aangerekend. Bovendien hebben [gedaagden] ook niet concreet onderbouwd dat zij door het tijdstip van facturering in een nadeliger bewijspositie zijn komen te verkeren of anderszins onredelijk zijn benadeeld. Het beroep op rechtsverwerking wordt dan ook verworpen.
Dit betekent dat bij een werk ‘onder directie’ de opdrachtgever niet gemakkelijk een beroep op dit artikel zal kunnen doen” (
Kamerstukken II1992/93, 23095, 3, p. 23 MvT).
Meer- en minderwerk
Stelposten
Werkzaamheden in verband met brandschade