Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de e-mail van 18 maart 2026, waarin [gedaagde] de rechtbank verzoekt de procedure met twee weken uit te stellen,
- de e-mail van 18 maart 2026, waarin de rechtbank voornoemd verzoek van [gedaagde] afwijst,
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De zaak in het kort
3.De feiten
- [gedaagde] twee maanden de tijd krijgt om te bezien of hij de woning kan overnemen;
€ 315.000,- geboden en op 6 februari 2026 € 295.000,-.
4.Het geschil
I. [gedaagde] zal veroordelen om vijf dagen na het in deze te wijzen vonnis mee te werken
aan de verkoop en eigendomsoverdracht van de echtelijke woning en de verdeling
van de netto-opbrengst door:
a) mee te werken aan de ondertekening van de verkoopovereenkomst waarin de
woning wordt verkocht aan derde voor een bedrag van tenminste € 300.000,- en
medewerking te verlenen aan de notariële eigendomsoverdracht;
b) gezamenlijk aan de notaris die belast is met de overdracht van de woning
opdracht te geven om de netto-opbrengst bij helfte tussen partijen te verdelen,
met dien verstande dat uit het aandeel van [gedaagde] in deze netto-opbrengst door
de betrokken notaris aan [eiseres] wordt voldaan een bedrag van € 15.000,-;
medewerking en/of noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of
handtekening van [gedaagde] zal treden;
III. [gedaagde] zal veroordelen tot ontruiming en ontruimd houden van de echtelijke woning
uiterlijk veertien dagen voor de notariële levering van de woning aan de koper, op
straffe van een dwangsom;
IV. zal bepalen dat de verkoopopbrengst van de woning na aftrek van de (resterende)
hypotheekschulden en alle kosten verband houdende met de verkoop en levering
van de woning bij helfte tussen partijen wordt verdeeld en dat uit het aandeel van de
in deze netto-opbrengst door de betrokken notaris aan [eiseres] € 15.000,- wordt
voldaan;
V. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de
wettelijke rente;
VI. althans een zodanige beslissing zal nemen als de voorzieningenrechter in goede
justitie vermeent te behoren.
€ 325.000,- moet zijn en dat deze verkoopprijs ook haalbaar is. De bedragen uit de rapporten die [eiseres] in het geding heeft gebracht, zijn gebaseerd op gegevens uit 2023. De prijzen van woningen zijn volgens [gedaagde] nu veel hoger.
5.De beoordeling
6 februari 2026 is de woning tienmaal bezichtigd. Tweemaal is een bod op de woning uitgebracht. De biedingen die zijn gedaan, liggen ruim onder de vraagprijs. Op 7 januari 2026 is € 315.000,- geboden en op 6 februari 2026 € 295.000,-. Gelet op het aantal bezichtigingen en de hoogte van de biedingen acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de woning op korte termijn voor een bedrag op of boven de vraagprijs van
€ 325.000,- wordt verkocht.
6.De beslissing
a. ondertekening van de verkoopovereenkomst waarin de woning wordt verkocht aan
derden voor tenminste € 300.000,- en aan de notariële eigendomsoverdracht;
b. gezamenlijk aan de notaris die belast is met de overdracht van de woning opdracht te
geven om de netto-opbrengst bij helfte tussen partijen te verdelen, met dien verstande dat
uit het aandeel van [gedaagde] in deze netto-opbrengst door de betrokken notaris aan [eiseres]
wordt voldaan een bedrag van € 15.000,- (zoals gevorderd onder I);