Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair) dan wel samen met een ander een auto heeft vernield (
subsidiair);
3.De bewijsmotivering
exacttegen de achterzijde van de auto van [slachtoffer 2] aan is gereden. De verklaring van verdachte dat hij per ongeluk achteruit is gereden en per ongeluk tegen de auto van [slachtoffer 2] is aan gereden, acht de rechtbank gelet op de vastgestelde feiten niet aannemelijk. In het geval dat verdachte haastig met zijn auto wilde wegrijden had het voor de hand gelegen rechtdoor de straat uit te rijden in plaats van achteruit te rijden en te keren op de oprit van [slachtoffer 2].
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
bedreiging met zware mishandeling;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met brandstichting;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.
5.De strafbaarheid van verdachte
7.De schade van benadeelden
7.3.4 De schadevergoedingsmaatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
bedreiging met zware mishandeling;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met brandstichting;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
3 (drie) jaren;
2 (twee) weken hechtenisen bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
dadelijk uitvoerbaaris, omdat er ernstig rekening mee moet
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.903,91 (zegge: zevenduizend negenhonderddrie euro en eenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2024, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 64 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;