Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 14 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] te [plaats])een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1.371 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 14 maart 2024 te [plaats],met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door braak en/of verbreking.
3.De bewijsmotivering
hij op 14 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] te [plaats] een hoeveelheid van 1.371 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumweg gegeven verbod.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumweg gegeven verbod;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;