3.2De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier en het in de onderhavige zaak opgemaakte rapport berekening
wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 18 maart 2024 (hierna: het rapport).
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen.
Ook kan wederrechtelijk verkregen voordeel uit andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan, worden ontnomen.
De 648 hennepplanten en de 723 stekjes die op 14 maart 2024 in het bedrijfspand aan de [adres] zijn aangetroffen zijn in beslag genomen. De veroordeelde heeft daarom geen voordeel verkregen door het feit waarvoor hij is veroordeeld.
Tegelijkertijd is de rechtbank van oordeel dat buiten redelijke twijfel staat dat de veroordeelde een ander strafbaar feit heeft begaan waaruit hij voordeel heeft verkregen. Uit het rapport blijkt dat in de periode tussen 1 november 2023 en 14 maart 2024 sprake is geweest van één eerdere oogst. In het rapport wordt melding gemaakt van sporen van deze eerdere oogst zoals hennepplantresten, kalkafzetting, stof op voorwerpen en koolstoffilters, gebruikte koolstoffilters, gebruikte lampen, knipschaartjes met hennepresten, potgrond waarin zich gebruikten stekblokjes en wortelresten bevonden en lege jerrycans met voedingsmiddelen.
De veroordeelde heeft ter zitting ook erkend dat sprake is geweest van een eerdere oogst.
De verdediging stelt dat de eerdere oogst is mislukt, althans dat de opbrengst door ziekte in de planten veel minder was dan gebruikelijk, en dat de beperktere opbrengst tot gruis is verwerkt. Naar het oordeel van de rechtbank strookt deze stelling niet met de inhoud van het rapport en is deze stelling ook verder niet aannemelijk geworden. Uit het rapport blijkt dat in de bedrijfshal meerdere vuilniszakken met knipafval zijn aangetroffen, waarin (knip)resten van volgroeide hennepplanten zaten. In de zakken zaten ook kubusblokjes met wortelresten van volgroeide hennepplanten en takken van hennepplanten waarvan de hennepbloemen waren verwijderd. Gelet op het aantreffen van resten van volgroeide hennepplanten acht de rechtbank de verklaring van de veroordeelde dat de eerste oogst (gedeeltelijk) is mislukt ongeloofwaardig. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat de veroordeelde uit de eerdere oogst het volledige voordeel van een gebruikelijke opbrengst heeft verkregen.
In het rapport wordt uitgegaan van een oogst van 648 planten. Naar het oordeel van de rechtbank kan van dit aantal worden uitgegaan, nu bij de ontmanteling van de hennepkwekerij 648 hennepplanten in kweekruimte 1 zijn aangetroffen. In de kwekerij werd, zo is ter terechtzitting verklaard, met twee ruimten gewerkt. Een voor het opkweken van stekjes en één voor te oogsten planten na de bloeifase.
Bij het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel hanteert de rechtbank de
standaardberekening en normen uit het rapport 'Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht' van het Functioneel Parket Afpakken (FPA) van 1 juni 2016, zoals genoemd in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de door FPA gehanteerde normen van een opbrengst van 27,7 gram hennep per plant en een gemiddelde opbrengst van € 4.070,00 per kilogram.
De rechtbank houdt rekening met door de veroordeelde gemaakte kosten (per oogst) zoals deze volgen uit voornoemd rapport van het FPA.
De rechtbank acht voormelde berekening van de opbrengst en de kosten aannemelijk en zal deze overnemen. De primaire stelling van de veroordeelde over een verminderde opbrengst bij de eerdere oogst en de subsidiaire dat hij voor zijn werkzaamheden in de kwekerij (niet meer dan) € 10.000,- zou ontvangen bij een goede oogst, zijn niet aannemelijk geworden.
De rechtbank zal de door de benadeelde partij Enexis Netbeheer gevorderde elektriciteitskosten niet in mindering brengen omdat deze vordering in de hoofdzaak niet is toegewezen en deze kosten daarom overeenkomstig het bepaalde in artikel 36e, lid 9 Sr niet voor aftrek in aanmerking komen.
De rechtbank ziet wel aanleiding om in aanvulling op de berekening in het rapport rekening te houden met de huurkosten die zijn gemaakt. Nu uit het rapport blijkt dat sprake is geweest van een kweekcyclus van 8 weken, en uit het dossier blijkt dat een bedrag van € 1.837,40 per maand huur is betaald, zal de rechtbank een bedrag van € 3.674,80 (2 x € 1.837,40) aan extra kosten in rekening brengen.
Dit leidt bij éénmaal oogsten van 648 planten tot de volgende berekening:
Opbrengst:
in kweekruimte € 87.665,77
=========
Kosten:
afschrijvingskosten € 400,00
hennepstekken € 2.468,88
variabele kosten € 2.514,24
Kosten knippers € 1.296,00
Huurkosten € 3.674,80
========
€ 10.353,92 ===========
Wederrechtelijk verkregen voordeel € 77.311,85
De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 77.311,85.