Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1582

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
08-067391-25
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk bezit van 5050 gram amfetamine met deels voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Overijssel heeft op 24 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 5050 gram amfetamine in Almelo in de periode van 26 juli tot en met 28 augustus 2024.

De politie trof de drugs aan in een grijze container bij de woning van de ex-partner van verdachte, waar verdachte zelf ook verbleef. DNA-onderzoek door het NFI toonde aan dat het DNA van verdachte op een van de sealbags met amfetamine zat, wat de aanwezigheid binnen zijn machtssfeer bevestigde. De verdediging voerde onder meer een vormverzuim-verweer aan over het onrechtmatig onderzochte smartphone, maar dit werd niet gevolgd omdat de rechtbank die bewijsmiddelen niet gebruikte.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap had van de drugs en erover kon beschikken. Gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid harddrugs en de aanwezigheid van kinderen in de woning, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder opname en behandeling bij een zorginstelling, meldplicht en controles op middelengebruik, gericht op gedragsverandering en recidivepreventie.

De rechtbank hield rekening met het reclasseringsrapport dat een hoog recidiverisico en psychosociale problematiek signaleerde, en met eerdere veroordelingen van verdachte voor vermogensdelicten. De straf is mede bedoeld om verdachte te stimuleren aan zijn problematiek te werken en toekomstige strafbare feiten te voorkomen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-067391-25 (P)
Datum vonnis: 24 maart 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
postadres: [postadres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 maart 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.P.J. Botterblom, advocaat in Nijkerk, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 10 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 26 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 in Almelo opzettelijk 5050 gram amfetamine aanwezig heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Almelo, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5050 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de aangetroffen amfetamine voorhanden heeft gehad. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de politie een [smartphone] , waarvan niet is gebleken onder wie deze telefoon in beslag is genomen, vergaand heeft onderzocht zonder daartoe een machtiging te hebben verkregen van de rechter-commissaris. Dit maakt dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Het proces-verbaal van bevindingen van 13 november 2024 (op pagina 40 van het procesdossier) en de resultaten van het onderzoek aan dat toestel moeten daarom worden uitgesloten van het bewijs.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.
Op 28 augustus 2024 treft de politie - op aanwijzen van verdachte - tijdens een doorzoeking 5050 gram amfetamine (vermeld op lijst I van de Opiumwet) aan in de grijze container, behorend bij de woning gelegen aan de [adres] in Almelo. Dit is de woning van de ex-partner van verdachte. Verdachte verbleef in die woning, ook in de ten laste gelegde periode van 26 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024. De aangetroffen amfetamine is verpakt in zes sealbags, die in een plastic tas en vervolgens weer in een vuilniszak zitten. De sealbags worden bemonsterd en onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Uit de bemonstering van de buitenkant van één van die sealbags wordt een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen verkregen. Het DNA-profiel van verdachte komt met dit mengprofiel overeen. Uit de resultaten en berekeningen van het NFI volgt dat het meer dan een miljard keer waarschijnlijker is dat het voornoemde mengprofiel DNA-materiaal van verdachte bevat dan wanneer dit niet zo is.
3.3.2
De overwegingen van de rechtbank
De vraag die aan de rechtbank voorligt is of bewezen kan worden verklaard dat verdachte de aangetroffen amfetamine opzettelijk aanwezig heeft gehad. Daarvoor moet komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die amfetamine en dat die amfetamine zich binnen zijn machtssfeer bevond, met andere woorden dat hij daar daadwerkelijk over kon beschikken.
Dat verdachte wetenschap had van die amfetamine staat vast, nu hij degene is geweest die de politie heeft getipt over de precieze vindplaats(en) van de drugs (in de vriezer of in de afvalcontainer behorende bij de woning aan de [adres] in Almelo), de soort drugs en (nagenoeg) de (daadwerkelijk aangetroffen) hoeveelheid drugs. Verder overweegt de rechtbank dat verdachte in de ten laste gelegde periode verbleef in en zelfstandig toegang had tot de woning aan de [adres] in Almelo. Dat betekent dat hij (onder meer) toegang had tot de grijze container die bij de woning hoorde en waarin de drugs zijn aangetroffen. Dat maakt dat de aangetroffen amfetamine zich dus binnen de machtssfeer van verdachte bevond. Bovendien is er DNA-materiaal van verdachte aangetroffen op één van de sealbags waarin die amfetamine zat verpakt. Dit ondersteunt de rechtbank in haar oordeel dat verdachte ook daadwerkelijk heeft kunnen beschikken over de amfetamine. Te meer nu de sealbags met drugs zaten verpakt in twee plastic zakken, waardoor de rechtbank het onaannemelijk acht dat sprake is geweest van secundaire overdracht van DNA-materiaal van verdachte via ander huisafval, zoals door de verdediging is aangevoerd.
Vormverzuim-verweer
Nu de rechtbank de onderzoeksresultaten met betrekking tot de [smartphone] niet bezigt voor het bewijs, zal zij voorbij gaan aan het vormverzuim-verweer dat de raadsman daarover heeft gevoerd.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 26 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Almelo, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5050 gram amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering. Ook dient rekening te worden gehouden met de toepassing van artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr).
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om het advies van de reclassering - om bijzondere voorwaarden op te leggen - te volgen en daarbij geen langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, omdat in dat geval de kans bestaat dat hij nog in detentie zit als er een behandelplek voor hem vrijkomt bij de [zorginstelling] . Verder dient rekening te worden gehouden met het tijdsverloop en met artikel 63 Sr Pro, in het bijzonder het vonnis van de politierechter van 15 januari 2026, waarin aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd om het hulpverleningstraject (in het kader van de opgelegde bijzondere voorwaarden) niet te doorkruisen.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van het feit
Verdachte heeft 5050 gram amfetamine aanwezig gehad in een woning waar ook kinderen verbleven. Dit betreft een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs. Het gebruik van harddrugs is schadelijk voor de gezondheid en sterk verslavend. Dat heeft niet alleen verstrekkende gevolgen voor de gebruikers zelf, maar ook voor de mensen in hun omgeving. Daarnaast ontstaat door de handel in harddrugs schade en overlast voor de samenleving. Het is algemeen bekend dat drugshandel gepaard gaat met allerlei vormen van zware criminaliteit, maar ook dat drugsverslaafden, om in hun dagelijkse behoefte te voorzien, vaak vermogensdelicten plegen. De rechtbank rekent verdachte dit alles zeer aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 2 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor Opiumwet-feiten, maar dat verdachte de afgelopen jaren wel regelmatig is veroordeeld voor vermogensfeiten. Na het plegen van het onderhavige feit is verdachte meermalen veroordeeld. De rechtbank zal daar in de zin van artikel 63 Sr Pro rekening mee houden.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport van 23 januari 2026, opgesteld door [reclassering] . Daaruit volgt dat sprake is van een actueel en langdurend delictpatroon. In een andere strafzaak geldt op het moment een schorsingstoezicht, waaraan verdachte redelijk tot goed meewerkt. Dit toezicht verloopt soms chaotisch door het wispelturige gedrag van verdachte, mede omdat hij momenteel een zwervend bestaan leidt. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat, gelet op het actuele middelengebruik en psychosociaal functioneren van verdachte. Er is sprake van een belaste voorgeschiedenis. Het middelengebruik van verdachte lijkt een manier te zijn om negatieve emoties te dempen. Verdachte is zelfstandig niet in staat om op een adequate manier om te gaan met zijn psychosociale problemen, waardoor in de loop der jaren vaak problemen en instabiliteit zijn ontstaan op de praktische leefgebieden. Eerdere (klinische) behandelpogingen zijn veelal mislukt, maar verdachte heeft nog niet eerder een klinische behandeling in het kader van een reclasseringstoezicht doorlopen. Op basis van het hoge recidiverisico en de vele problemen die spelen op de verschillende leefgebieden, acht de reclassering een langdurig (forensisch) klinisch behandeltraject noodzakelijk om te werken aan gedragsverandering en aan het voorkomen van recidive. Op 21 januari 2026 is een indicatie aangevraagd voor een opname in een forensische verslavingskliniek (FVK). De rapporteur heeft contact gezocht met de opnamecoördinator van de [zorginstelling] . Gelet op het actuele middelengebruik van verdachte dient hij eerst een detox opname te doorlopen, waarna hij kan doorstromen naar een behandelafdeling. Een opnamedatum voor de detox afdeling zal worden afgestemd op de datum waarop voor verdachte - via de wachtlijst - een plek vrijkomt op een behandelafdeling. Bij een veroordeling adviseert de reclassering dan ook een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, bestaande uit een meldplicht, opname bij een zorginstelling ( [zorginstelling] ), ambulante behandeling en daaropvolgend begeleid wonen, dagbesteding, meewerken aan het aflossen van schulden en beheersing van het middelengebruik. Het geadviseerde plan van aanpak is door de reclassering met verdachte besproken en verdachte gaat daarmee akkoord.
Ook ter zitting heeft verdachte te kennen gegeven dat hij bereid is om mee te werken aan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, waaronder het gebruiken van voorgeschreven medicatie, en dat hij hulp nodig heeft bij het aanpakken van zijn drugsgebruik.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het aanwezig hebben van vijf- tot zesduizend gram harddrugs geven de oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden als uitgangspunt. De rechtbank neemt dit dan ook als uitgangspunt. De rechtbank houdt er rekening mee dat de hoeveelheid amfetamine die verdachte aanwezig had (5050 gram) zich aan de ondergrens bevindt van dit oriëntatiepunt. Gezien de ernst van het gepleegde feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafoplegging, in het bijzonder, rekening met de inhoud van het reclasseringsrapport. Gelet daarop acht de rechtbank het van belang dat verdachte (na detentie) gaat beginnen met een (forensisch) klinische behandeling gericht op zijn verslavingsproblematiek, zodat het recidiverisico kan worden ingeperkt. Verdachte is hiervoor ook gemotiveerd. Daarbij weegt de rechtbank mee dat het schorsingstoezicht (in een andere strafzaak) over het algemeen goed verloopt. Een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal daarom voorwaardelijk worden opgelegd om die behandeling en hulpverlening binnen een voorwaardelijk kader te realiseren, verdachte te stimuleren aan zijn problematiek te werken en ook om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank merkt daarbij echter op dat de (negatieve) proceshouding van verdachte, in die zin dat hij over het bewezen verklaarde feit geen volledige openheid van zaken geeft, niet past bij de door hem getoonde motivatie om aan zichzelf te gaan werken. De rechtbank zal verdachte het voordeel van de twijfel geven door de helft van de straf in voorwaardelijke zin op te leggen en hoopt dat verdachte deze kans op een stabieler leven met beide handen zal aangrijpen.
Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden koppelen zoals die zijn geadviseerd in het rapport van de reclassering.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b en 14c Sr.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
9 (negen) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
- stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte:
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- zich tijdens de proeftijd voor 18 maanden of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door [zorginstelling] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematische leefgebieden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
- zich na de klinische opname, indien nodig, laat behandelen door een forensische (verslavings)polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychosociale problematiek en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
- na de klinische behandeling, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een begeleide/beschermde woonvorm, nader te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
- zich inspant voor het vinden en behouden van een structurele daginvulling;
- meewerkt aan het aflossen van zijn eventuele schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening vanuit beschermingsbewind. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. de Waard, voorzitter, mr. B.C. van Haren en
mr. E.C. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. ten Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
Buiten staat
Mr. Van Haren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024402211, gesloten op
23 april 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 27 augustus 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 12 en 14):
V: Wie is [naam] ?
A: Dat is mijn ex.
(…) V: Wat kun je daar over verklaren.
A: Dat ik alles over haar (de rechtbank begrijpt: [naam] ) ga vertellen. Dat zij 6 kilo speed heeft liggen onder in de zwarte/grijze container.
2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 maart 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Ik woonde in de ten laste gelegde periode in de woning van [naam] , gelegen aan de [adres] in Almelo.

3.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] van

12 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 57):

V: Wanneer was je op vakantie?
A: 26 juli zijn wij vertrokken en dan 14 dagen.
V: Waar lag de drugs in de vriezer?
A: In de onderste lade in de vriezer in de keuken. Mijn moeder heeft het
aangetroffen.
V: Wat gebeurde er toe je moeder het aantrof?
A: (…) We waren er van in paniek. We kunnen wel Politie bellen maarja, wat moet ik dan zeggen. (…) Dus daarom hebben we het in de otto gegooid zodra het kon.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 19-20):
Op 28 augustus 2024 waren wij ter plaatse aan de [adres] in Almelo. Ter hoogte van perceelnummer [perceelnummer] , zag ik een grijze container staan. Ik liep naar de container en zag een sticker van de Gemeente Almelo met als tekst ‘ [adres] ’. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zei hierop tegen verbalisant [verbalisant 2] dat we
de container zouden doorzoeken. Hierop ging ik, verbalisant [verbalisant 3] , naar de
container. [verbalisant 3] en ik zochten samen in de otto (de rechtbank begrijpt: container). [verbalisant 3] legde de vuilniszak naast de otto. Ik, [verbalisant 2] , keek ook in de zak en wij zagen 6 gesealde pakken met een wit/gele substantie in een blauwe Albert Heijn tas liggen. De Albert Heijn tas zat weer in een vuilniszak.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , haalde gesealde bags uit de tas en gaf deze aan verbalisant [verbalisant 1] . Ik, verbalisant [verbalisant 1] , pakte de gesealde bags en deed alle zes de bags afzonderlijk in een daarvoor voorgeschreven breathable bag en deed deze vervolgens dicht.
5.
De kennisgeving van inbeslagneming van 28 augustus 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 87-89):
Inbeslagneming
Plaats : [adres] Almelo
Datum en tijd : 28 augustus 2024
Omstandigheden : 6 zakken met vermoedelijk amfetamine aangetroffen
Volgnummer 1
Goednummer : PL0600-2024402211-3280094
Volgnummer 2
Goednummer : PL0600-2024402211-3280097
Volgnummer 3
Goednummer : PL0600-2024402211-3280098
Volgnummer 4
Goednummer : PL0600-2024402211-3280099
Volgnummer 5
Goednummer : PL0600-2024402211-3280101
Volgnummer 6
Goednummer : PL0600-2024402211-3280119
6.
Het proces-verbaal vooronderzoek lab van 16 oktober 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 56-59):
Sporendragers
Goednummer : PL0600-2024402211-3280094
SIN : [code 3]
Goednummer : PL0600-2024402211-3280097
SIN : [code 4]
Goednummer : PL0600-2024402211-3280098
SIN : [code 5]
Goednummer : PL0600-2024402211-3280099
SIN : [code 6]
Goednummer : PL0600-2024402211-3280101
SIN : [code 7]
Goednummer : PL0600-2024402211-3280119
SIN : [code 8]
Overpak zak plastic met SIN [code 3]
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. We zagen dat de inhoud een transparante, kleurloze en plastic sealbag met een gladde en een ruwe zijde betrof. Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. Wij zagen dat de inhoud een beige gekleurde en kristalachtige substantie betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de inhoud separaat verpakt en gewaarmerkt met SIN [code 1].
Overpak zak plastic met SIN [code 4]
Wij zagen dat het een transparante, kleurloze en plastic sealbag met een gladde en
een ruwe zijde betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag open gesneden en de
inhoud verwijderd. We zagen dat de inhoud een transparante, kleurloze en plastic
sealbag met een gladde en een ruwe zijde betrof.
Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , de sealbag open gesneden en de inhoud
verwijderd. Wij zagen dat de inhoud een beige gekleurde en kristalachtige substantie
betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag en de inhoud separaat verpakt en respectievelijk gewaarmerkt met de SIN’s [code 2], [code 1].
Onderzoek zak plastic met SIN [code 5]
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. We zagen dat de inhoud een transparante, kleurloze en plastic sealbag met een gladde en een ruwe zijde betrof. Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. Wij zagen dat de inhoud een beige gekleurde en kristalachtige substantie betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de inhoud separaat verpakt en gewaarmerkt met SIN [code 1].
Onderzoek zak plastic met SIN [code 6]
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. We zagen dat de inhoud een transparante, kleurloze en plastic sealbag met een gladde en een ruwe zijde betrof. Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. Wij zagen dat de inhoud een beige gekleurde en kristalachtige substantie betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de inhoud separaat verpakt en gewaarmerkt met SIN [code 1].
Onderzoek zak plastic met SIN [code 7]
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. We zagen dat de inhoud een transparante, kleurloze en plastic sealbag met een gladde en een ruwe zijde betrof. Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. Wij zagen dat de inhoud een beige gekleurde en kristalachtige substantie betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de inhoud separaat verpakt en gewaarmerkt met SIN [code 1].
Onderzoek zak plastic met SIN [code 8]
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. We zagen dat de inhoud een transparante, kleurloze en plastic sealbag met een gladde en een ruwe zijde betrof. Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , de sealbag open gesneden en de inhoud verwijderd. Wij zagen dat de inhoud een beige gekleurde en kristalachtige substantie betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb de inhoud separaat verpakt en gewaarmerkt met SIN [code 1].
Afhandeling sporendragers
De sporendragers werden overgedragen aan de afdeling Sporenbeheer van de Forensische Opsporing.
7.
Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 oktober 2024, inclusief het bijgevoegde NFI-rapport, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 83 en 89):
Het volgende onderzoeksitem is aangeboden voor onderzoek:
Uniek Voorwerp : [code 1]
Nettogewicht : 5050,00 gram
Rapport NFiDENT
Resultaten en conclusie
De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1.
[[afbeelding]]
8.
Het NFI-rapport DNA-onderzoek van 4 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 85-87):
Amfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet.

2.DNA-onderzoek

Onderstaande bemonsteringen zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek.
[[afbeelding

5.Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek

In onderstaande tabel staan de resultaten van het DNA-onderzoek. Naast het betreffende SIN met omschrijving staat vermeld van wie het DNA in de bemonstering afkomstig kan zijn. In deze tabel zijn ook de resultaten van de berekende bewijskracht vermeld.
[[afbeelding]]

6.Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek

[code 9]#01 (ruwe zijde sealbag + rugzijde tape)
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van verdachte [verdachte] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
DNA-mengprofiel [code 9]#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.