6.2Verzoeker stelt, kort weergegeven, dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Hij bestrijdt dat hij niet begeleidbaar is en dat de incidenten zo zijn verlopen als door [begeleid wonen] is vermeld in de verslaglegging. Hij is van mening dat het college te veel is uitgegaan van deze eenzijdige verslaglegging door [begeleid wonen] en onvoldoende eigen onderzoek heeft gedaan. Volgens verzoeker is strijd met artikel 2.3.10, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wmo 2015 onvoldoende aangetoond. Verzoeker heeft steeds aangegeven dat hij bereidheid heeft om mee te werken. Voorafgaand aan het op 24 februari 2026 geplande gesprek heeft gemachtigde van verzoeker vragen gesteld aan het college, wegens onvoldoende onderbouwing in het dossier. Deze vragen zijn niet beantwoord en gemachtigde heeft verzoeker afgemeld voor het gesprek op 24 februari 2026. Vervolgens heeft het college meteen het bestreden besluit genomen zonder verzoeker te horen, zonder de door verzoeker aangedragen feiten en omstandigheden inhoudelijk mee te wegen en zonder rekening te houden met verzoekers medische situatie (100% arbeidsongeschikt en Hashimoto). Dit maakt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en disproportioneel is. Verzoeker stelt dat het bestreden besluit daarom met een grote mate van waarschijnlijkheid niet in stand kan blijven.
7. Ter zitting is van de zijde van het college toegelicht dat het bestreden besluit zo moet worden begrepen dat niet alleen de 24-uurs voorziening bij [begeleid wonen] niet meer passend wordt geacht, maar dat gelet op alle feiten en omstandigheden een maatwerkvoorziening in de vorm van een 24-uurs woonvoorziening in het algemeen niet langer voor verzoeker passend wordt geacht. Van de zijde van verzoeker is aangevoerd dat dit niet zo in het besluit staat en ook niet zo hoeft te worden begrepen. De voorzieningenrechter ziet voldoende aanleiding wel uit te gaan van de lezing van het college, ook nu het college het besluit in deze zin in bezwaar nog kan aanpassen.
8. Ter zitting heeft het college voorts toegelicht dat de impact van de beëindiging van de 24-uurs voorziening beperkt is. Verzoeker zal geen vaste kamer in een gebouw meer ter beschikking hebben, maar hij kan sowieso gebruik maken van de nachtopvang voor daklozen en daarnaast is ook dagopvang voor hem beschikbaar. Ook kan hij blijven gebruik maken van de huidige ambulante ondersteuning en bewindvoerder. Dat de dagopvang mogelijkheid niet in het besluit staat, zoals is aangevoerd door de gemachtigde van verzoeker, is juist. Ook dit zal het college in de bezwaarfase nog kunnen herstellen.
9. Ook is ter zitting besproken dat de Wmo besluitvorming van het college volgend is geweest op de beslissingen rond de begeleiding en de opvang door [begeleid wonen] . Een schorsing van het bestreden besluit of een herroeping ervan door het college na beoordeling van de bezwaren leidt dan ook niet direct tot het in stand blijven van de huidige opvang van verzoeker bij [begeleid wonen] . Daarvoor is ook besluitvorming en medewerking van [begeleid wonen] van belang. [begeleid wonen] was echter niet ter zitting vertegenwoordigd zodat onduidelijk is hoe hun positie is.
10. Het college heeft in het bestreden besluit en ter zitting, onder verwijzing naar diverse gedingstukken, onderbouwd waarop de beëindiging van de maatwerkvoorziening is gebaseerd. Het gaat om diverse feiten en omstandigheden die tot de conclusie hebben geleid dat verzoeker zich bestendig onvoldoende coöperatief opstelt en onvoldoende begeleidbaar is, zodat de doelen van de verstrekte voorziening niet bereikt kunnen worden. Een belangrijk onderdeel daarvan was dat de [begeleid wonen] woonvoorziening naar zijn aard tijdelijk is en dat in overleg met verzoeker moet worden bekeken via welke weg kan worden gekomen tot uitstroom uit de voorziening. Om dit goed te kunnen inschatten was naar de mening van het college ook van belang dat in voldoende mate kennis kon worden genomen van een rapport van een in oktober 2025 verricht psychologisch onderzoek. Verzoeker heeft dit rapport niet willen delen met de medewerkers van CIMOT en [begeleid wonen] . Namens verzoeker is gereageerd op veel van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde gedragingen en feiten en omstandigheden en is betoogd dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet berust op een voldoende feitelijke grondslag.
11. In de bezwaarfase bestaat gelegenheid om de verschillen van mening tussen partijen omtrent veel van wat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit te bespreken, bijvoorbeeld bij de hoorzitting van de adviescommissie voor de bezwaarschriften. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat het bestreden besluit, met noodzakelijke aanvullingen, in bezwaar niet in stand zal blijven.
12. Ook de afweging van alle betrokken belangen leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot de noodzaak om nu een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat verzoeker totdat het college zal hebben beslist op zijn bezwaren in de opvang bij [begeleid wonen] of in een 24-uurs woonvoorziening elders moet verblijven. Allereerst is niet duidelijk of die voorziening kan worden getroffen nu [begeleid wonen] geen partij is in deze zaak. Ook is de voorzieningenrechter het eens met het college, dat het beëindigen van de 24-uurs woonvoorziening niet zodanige gevolgen heeft voor verzoeker dat beëindiging in redelijkheid geen optie is. Daarbij heeft de voorzieningenrechter betrokken dat verzoeker heeft gewezen op zijn matig tot slechte gezondheidssituatie en dat hij op dit moment in verband daarmee in afwachting van besluitvorming een voorschot op een uitkering op grond van de WIA ontvangt. Uit wat hierover naar voren is gebracht en ook nu geen medische verklaringen aanwezig zijn die de gestelde risico’s onderbouwen, heeft de voorzieningenrechter niet de overtuiging gekregen dat verzoeker onverantwoorde risico’s loopt als de 24-uurs woonvoorziening wordt beëindigd. Daarbij is ook van belang dat verzoeker wel gebruik kan maken van dag- en nachtopvang.
13. Dit brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat onvoldoende aanleiding bestaat om over te gaan tot schorsing van het besluit van 24 februari 2026. Het verzoek zal worden afgewezen.
14. Wel is er aanleiding om partijen op te roepen goed onderling overleg te voeren om te bezien of tot een goede oplossing kan worden gekomen. Ook omdat het college ter zitting heeft vermeld dat het gaat om een spoedeisende zaak en dat daarom al op 30 maart een hoorzitting is gepland en mogelijk al twee weken daarna een beslissing op bezwaar kan worden genomen, zou onderdeel van de bespreking kunnen zijn, waarbij ook [begeleid wonen] is betrokken, om totdat op het bezwaar is beslist de huidige situatie te bevriezen, zodat verzoeker nog enige tijd in de woonvoorziening kan blijven. Daarvoor is de medewerking van verzoeker en zijn gemachtigde nodig, is van belang dat vertrouwen ontstaat dat verzoeker zich aan de regels houdt om dan in goed gesprek te komen tot een goede uitstroomstrategie en dat een oplossing wordt gevonden om kennis te nemen van de uitkomsten van het verrichte psychologisch onderzoek.