ECLI:NL:RBOVE:2026:1563
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang
Verzoeker maakt bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almelo om zijn maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang bij een 24-uurs woonvoorziening te beëindigen per 13 maart 2026. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening en constateert dat er sprake is van een voldoende spoedeisend belang omdat verzoeker het risico loopt zijn woonruimte te verliezen.
De voorzieningenrechter weegt echter dat het bestreden besluit, met noodzakelijke aanvullingen, in bezwaar mogelijk in stand zal blijven. Het college heeft onderbouwd dat verzoeker zich onvoldoende coöperatief opstelt, niet meewerkt aan het psychologisch onderzoek en dat de veiligheid van medewerkers in het geding is. Verzoeker betwist deze feiten en stelt dat het besluit onzorgvuldig en disproportioneel is genomen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de belangenafweging niet leidt tot de noodzaak van een voorlopige voorziening. Verzoeker kan gebruik maken van nachtopvang en dagopvang, en er is onvoldoende bewijs dat beëindiging van de voorziening onverantwoorde risico’s oplevert. Het verzoek wordt afgewezen, maar partijen worden opgeroepen tot overleg om een passende oplossing te vinden, mede in het licht van een geplande hoorzitting en beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang wordt afgewezen.