Uitspraak
[eiser] B.V.,
1.Waar deze zaak over gaat
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [gedaagde] niet is verschenen,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert eiser ontruiming van een woning die eigendom is van eiser en waarin gedaagde onrechtmatig verblijft sinds 1 februari 2025. Tevens wordt betaling van een gebruiksvergoeding gevorderd vanaf die datum tot aan ontruiming. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend.
De kantonrechter stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen en dat de dagvaarding en procedurele formaliteiten correct zijn nageleefd. De gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen wordt te kort geacht; een termijn van veertien dagen wordt redelijk geacht om gedaagde in staat te stellen andere woonruimte te vinden.
De machtiging om ontruiming met inzet van politie te laten plaatsvinden wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid reeds uit de wet voortvloeit. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van een gebruiksvergoeding van € 1.012,25 per maand met wettelijke rente, en betaling van proceskosten van € 2.352,08 plus wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van gebruiksvergoeding met rente en proceskosten.