ECLI:NL:RBOVE:2026:1495

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
12075736 \ CV EXPL 26-310
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning en betaling gebruiksvergoeding toegewezen in kort geding

In deze zaak vordert eiser ontruiming van een woning die eigendom is van eiser en waarin gedaagde onrechtmatig verblijft sinds 1 februari 2025. Tevens wordt betaling van een gebruiksvergoeding gevorderd vanaf die datum tot aan ontruiming. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend.

De kantonrechter stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen en dat de dagvaarding en procedurele formaliteiten correct zijn nageleefd. De gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen wordt te kort geacht; een termijn van veertien dagen wordt redelijk geacht om gedaagde in staat te stellen andere woonruimte te vinden.

De machtiging om ontruiming met inzet van politie te laten plaatsvinden wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid reeds uit de wet voortvloeit. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van een gebruiksvergoeding van € 1.012,25 per maand met wettelijke rente, en betaling van proceskosten van € 2.352,08 plus wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van gebruiksvergoeding met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12075736 \ CV EXPL 26-310
Vonnis in kort geding van 18 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiser] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.Waar deze zaak over gaat

[gedaagde] woont vanaf 1 februari 2025 in een woning die eigendom is van [eiser]. Volgens [eiser] woont [gedaagde] onrechtmatig in deze woning. [eiser] vordert daarom ontruiming en een gebruiksvergoeding vanaf 1 februari 2025 tot aan de datum van ontruiming. [gedaagde] verschijnt niet in de procedure, zodat de kantonrechter verstek verleend. De kantonrechter wijst de vorderingen gedeeltelijk toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 3 februari 2026,
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [gedaagde] niet is verschenen,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

3.De beoordeling

3.1.
[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] om de woning aan de [adres] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, de ontruiming zo nodig te doen bewerkstelligen door een deurwaarder met behulp van de sterke arm van politie en justitie, betaling van een gebruiksvergoeding van € 1.012,25 per maand vanaf 1 februari 2025 tot aan ontruiming, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vervaldatum van elke maand, en veroordeling in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.
[eiser] heeft een spoedeisend belang
3.2.
De vorderingen in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als [eiser] een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de aard van de ontruimingsvordering en de vordering tot betaling van de gebruiksvergoeding.
Beoordeling na verstek
3.3.
De bij dagvaarding voorgeschreven termijn en andere formaliteiten zijn in acht genomen.
3.4.
Vanwege het tegen [gedaagde] verleende verstek zullen de vorderingen worden toegewezen, tenzij de vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, met uitzondering van het hierna bepaalde.
3.5.
De kantonrechter acht een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis redelijk, omdat deze termijn [gedaagde] voldoende in staat stelt andere woonruimte te vinden. Een termijn van drie dagen is naar het oordeel van de kantonrechter hiervoor te kort.
3.6.
De gevorderde machtiging om de ontruiming te bewerkstelligen door een deurwaarder met behulp van de sterke arm zal worden afgewezen, omdat deze bevoegdheid reeds voortvloeit uit de artikelen 556 lid 1 jo. artikel 557 jo Pro. artikel 444 Rv Pro.
3.7.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.352,08
3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning gelegen aan de [adres] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis volledig te ontruimen en ontruimd te houden met afgifte van alle bij de woning behorende sleutels aan [eiser],
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.012,25 per maand, te rekenen vanaf 1 februari 2025 tot aan de datum waarop [gedaagde] de woning volledig heeft ontruimd en aan [eiser] heeft opgeleverd, waaronder begrepen de reeds vervallen termijnen als de termijnen die na datum van dit vonnis verschuldigd worden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de toegewezen maandelijkse bedragen vanaf de vervaldata van iedere maand tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.352,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026. (hg)