Eiser verhuurt sinds 2013 een winkelruimte aan gedaagde 1, die deze met toestemming onderverhuurde aan gedaagde 2. Er is een huurachterstand ontstaan van ruim 49 weken, waarvoor eiser ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vordert. De goederen van gedaagde 1 zijn onder bewind gesteld en de bewindvoerder heeft de huurachterstand niet betwist.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde 1 tekort is geschoten in de huurbetalingsverplichting en wijst de vordering tot betaling van € 11.730,00 aan achterstallige huur toe, vermeerderd met wettelijke rente. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt gerechtvaardigd geacht vanwege de omvang van de achterstand. Beide gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast veroordeelt de rechter gedaagde 1 tot betaling van contractuele boetes van € 2.700,00 en buitengerechtelijke incassokosten van € 919,30. De proceskosten van eiser worden eveneens aan gedaagde 1 opgelegd, terwijl de proceskosten tussen eiser en gedaagde 2 worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.