ECLI:NL:RBOVE:2026:1269

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
11980042 \ CV EXPL 25-3481
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18a lid 2 BWRichtlijn 1999/44/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens bekendheid gebreken bij proefrit

Eiser kocht op 17 mei 2025 een tweedehands BMW 320i Touring van gedaagde voor €7.950,-. Tijdens de proefrit merkte eiser al gebreken zoals een brandend lampje en trillingen, maar kocht de auto desondanks. Na aankoop meldde eiser meerdere technische problemen en vroeg ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van kosten.

Gedaagde betwistte non-conformiteit en verwees naar de factuur zonder garantie en de staat van de auto bij proefrit. De kantonrechter oordeelde dat eiser bekend was met de gebreken of deze redelijkerwijs had moeten kennen, waardoor geen sprake is van non-conformiteit volgens artikel 7:17 BW Pro.

De onderzoeksplicht van eiser werd restrictief uitgelegd vanwege consumentenkoop, maar de aanwezigheid van gebreken tijdens de proefrit en het ontbreken van garantie maakten dat eiser onvoldoende onderzoek had verricht. De vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en terugbetaling worden afgewezen omdat de gebreken bij proefrit bekend waren en eiser onvoldoende onderzoeksplicht heeft nageleefd.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11980042 \ CV EXPL 25-3481
Vonnis van 10 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

[eiser] heeft een tweedehands auto gekocht van [gedaagde]. Volgens [eiser] zijn er gebreken aan de auto die maken dat hij de koopovereenkomst kan ontbinden. [gedaagde] is het hier niet mee eens. De kantonrechter wijst de vorderingen af. De gebreken kwamen tijdens de proefrit namelijk al aan het licht.

3.De feiten

3.1.
[gedaagde] handelt in auto’s.
3.2.
Op 17 mei 2025 heeft [eiser] na een proefrit een tweedehands auto van het merk BMW, type 320i Touring met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gekocht van [gedaagde]. Partijen zijn een koopprijs van € 7.950,- overeengekomen. Deze koopprijs is voldaan middels een contante betaling van € 5.500,- en de inruil van een andere auto door [eiser], welke door partijen op een waarde van € 2.450,- is vastgesteld.
3.3.
Tijdens de proefrit kwam [eiser] erachter dat er een lampje ging branden en de auto ging trillen. [eiser] heeft de auto vervolgens gekocht. [gedaagde] heeft een factuur verstrekt waarop staat dat er geen garantie is.
3.4.
Na de aankoop heeft [eiser] gebreken aan de auto gemeld bij [gedaagde].
3.5.
Rond 27 mei 2025 zijn de bobines en bougies vervangen in opdracht van [gedaagde]. [eiser] heeft € 225,- betaald voor deze onderdelen.
3.6.
Partijen hebben vervolgens via WhatsApp gecommuniceerd over de problemen die [eiser] met de auto ervaarde.
3.7.
Op 2 juni 2025 heeft [eiser] aan [gedaagde] een brief gestuurd. Hierin staat, voor zover van belang, het navolgende:
(..)Helaas voldoet het product niet aan wat ik mocht verwachten.
De auto ging al na 1 dag stuk, terwijl ik de auto op een normale manier heb gebruikt.
De uitlaat ging al na 1 dag stuk, terwijl ik de auto op een normale manier heb gebruikt.
De uitlaat begon na 1 dag al te lekken en de motor begon op 3 cilinders te lopen. Bovendien waren de schokdempers achter ook lek.
De bougies en de bobines had u vervangen, ik heb zelfs € 225,- aan u overgemaakt voor de delen. Voor de achterschokbrekers heb ik ook nog eens € 208,12 betaald.
Ondertussen is de auto nog steeds niet goed.
Met deze brief vraag ik u om het auto gratis te repareren binnen 14 dagen. (..)
3.8.
Op 23 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] een brief gestuurd aan [gedaagde] waarin [gedaagde] wordt gevraagd om schriftelijk akkoord te gaan met buitengerechtelijke ontbinding van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst.
3.9.
Op 14 juli 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] een brief gestuurd aan [gedaagde] waarin wederom wordt gevraagd om een inhoudelijke reactie op het voorstel om in te stemmen met een buitengerechtelijke ontbinding.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert - samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • De koopovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] ontbindt,
  • [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.950,00,
  • [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de verzekeringskosten terug te betalen,
  • [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de motorrijtuigenbelasting terug te betalen,
  • [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de kosten van herstelpogingen van de auto terug te betalen ad € 433,12,
  • [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom en de nevenvorderingen, alsmede in de buitengerechtelijke incassokosten,
  • [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten.
4.2.
[eiser] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. Hij voert aan dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. [gedaagde] is tekortgeschoten in haar verplichting om een deugdelijk product te leveren en heeft niet adequaat gereageerd op de klachten over de gebreken. De auto vertoont ernstig technische gebreken. De motor loopt onregelmatig en er treedt merkbaar vermogensverlies op tijdens het rijden. Naast vermogensverlies trilt de auto enorm en lekt de uitlaat. [eiser] stelt dat hij sinds de aankoop wel met de auto heeft gereden, maar dat de verrichte kilometers binnen de bandbreedte van regulier particulier gebruik bleven.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser]. [gedaagde] betwist dat de auto non-conform is. De motor van de auto liep op het moment van verkoop al niet goed stationeer en haperde iets. [eiser] heeft de auto in deze staat gekocht.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Juridisch kader
5.1.
[eiser] heeft als consument een auto van [gedaagde] gekocht zodat sprake is van een consumentenkoop (artikel 7:5 BW Pro).
5.2.
Voor een geslaagd beroep op ontbinding van de koopovereenkomst is nodig dat de auto bij het sluiten van de koopovereenkomst non-conform was. Dat houdt in dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordde (artikel 7:17 BW Pro). Volgens artikel 7:17 lid 2 BW Pro beantwoordt de auto niet aan de overeenkomst wanneer de auto niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Welke eigenschappen [eiser] mocht verwachten is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] heeft gedaan. [eiser] mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig is en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefte te betwijfelen. Waar een koper twijfelt of moet twijfelen, dient hij de verkoper vragen te stellen of zelf onderzoek te verrichten.
Non-conformiteit?
5.3.
[eiser] stelt dat de auto bij aflevering non-conform was vanwege het onregelmatig lopen van de motor, vermogensverlies tijdens het rijden, het trillen van de auto en het lekken van de uitlaat.
5.4.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] naar voren gebracht dat het bij de aankoop al mis was, maar dat [gedaagde] heeft gezegd dat het probleem aan de bougies en bobines lag. Verder stelt [eiser] dat [gedaagde] zou hebben gezegd dat [eiser] de auto terug mocht brengen als het niet goed was. [gedaagde] betwist dat dit is afgesproken en verwijst naar de factuur waarop vermeld staat dat er geen garantie is verleend. Verder voert [gedaagde] aan dat de motor van de auto tijdens de proefrit al niet goed liep en dat [eiser] de auto in die staat heeft gekocht.
5.5.
Op grond van artikel 7:17 lid 5 BW Pro is geen sprake van non-conformiteit als de koper bij de totstandkoming van de koopovereenkomst met het gebrek bekend was dan wel redelijkerwijs bekend kon zijn. Dit betekent dat op de koper een onderzoeksplicht kan rusten. Omdat de koop van de auto door [appellant] een consumentenkoop is, geldt dat deze onderzoeksplicht restrictief moet worden uitgelegd. Immers, volgens artikel 2 lid 3 van Pro Richtlijn 1999/44/EG betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, kan er geen sprake zijn van een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst “
(…) wanneer het gebrek op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst de consument bekend was of redelijkerwijs niet onbekend kon zijn (…).” Artikel 7:18a lid 2 BW bepaalt dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
Wat mocht [eiser] van de auto verwachten?
5.6.
[eiser] heeft de gebreken weliswaar binnen een jaar bij [gedaagde] gemeld, maar dit maakt niet dat de auto alleen daarom niet aan de overeenkomst beantwoord. Dat er volgens [eiser] sprake is van een ernstig gebrek, maakt dit niet anders. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW Pro is ook bepalend wat [eiser] van de auto mocht verwachten. Van een tweedehands auto mag in beginsel worden verwacht dat die geschikt moet zijn om zonder gevaar voor de verkeersveiligheid ermee aan het verkeer deel te nemen. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de auto na aflevering heeft gebruikt door ermee aan het verkeer deel te nemen. Verder heeft [eiser] niet of onvoldoende gesteld dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar is gebracht.
5.7.
Op grond van de informatie die door [gedaagde] is verstrekt, wist [eiser] dat het een tweedehands auto uit 2010 betrof met een kilometerstand van 157.458. [eiser] stelt weliswaar dat hij met [gedaagde] is overeengekomen dat hij de auto terug mocht brengen als er problemen waren, maar dit is door [gedaagde] voldoende gemotiveerd betwist. Verder blijkt dit ook uit de factuur waarop vermeld staat dat er geen garantie is verleend. De kantonrechter acht het verder van belang dat de gebreken die [eiser] ervaart al aanwezig waren tijdens de proefrit. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] namelijk verklaard dat er een lampje ging branden en dat de auto trilde. Onder deze omstandigheden rustte op [eiser] een onderzoeksplicht. Het ligt immers niet voor de hand dat een auto met dergelijke eigenschappen geheel vrij van gebreken is. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] mededelingen heeft gedaan over de auto die dit anders maken.
5.8.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] onder de hiervoor genoemde omstandigheden onvoldoende onderzoek heeft gedaan voordat hij de auto kocht. Door dan vervolgens de auto zonder garantie direct te kopen, kan niet worden geoordeeld dat de auto niet voldeed aan hetgeen [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eiser] heeft verder ook niet gesteld dat het gestelde gebrek niet aan het licht zou zijn gekomen als [eiser] een uitgebreider onderzoek had laten verrichten. Daarbij is mede van belang dat de gestelde gebreken in ieder geval al deels aanwezig waren tijdens de proefrit. Verder is het opvallend dat [eiser] in de periode na aankoop ondanks de gestelde gebreken wel met de auto heeft kunnen rijden en dat het aantal kilometers volgens zijn eigen stelling binnen de bandbreedte van regulier particulier zijn gebleven.
Conclusie
5.9.
Gelet op het voorgaande komt [eiser] geen beroep toe op non-conformiteit. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
5.10.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Short worden begroot op:
- verletkosten
100,00
Totaal
100,00

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.