Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
- De koopovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] ontbindt,
- [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.950,00,
- [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de verzekeringskosten terug te betalen,
- [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de motorrijtuigenbelasting terug te betalen,
- [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de kosten van herstelpogingen van de auto terug te betalen ad € 433,12,
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom en de nevenvorderingen, alsmede in de buitengerechtelijke incassokosten,
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten.
5.De beoordeling
(…) wanneer het gebrek op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst de consument bekend was of redelijkerwijs niet onbekend kon zijn (…).” Artikel 7:18a lid 2 BW bepaalt dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.