Uitspraak
RECHTBANK Zwolle
1.[eiseres] ,2. [eiser] ,beiden wonende te [woonplaats 1], Spanje ,
1.de vennootschap onder firma [naam vof] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde 1] ,vennoot, wonende te [woonplaats 2] ,3. [gedaagde 2] , vennoot, wonende te [woonplaats 3] ,
gemachtigde: mr. H.G. Ruis.
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 6,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 28 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van mr. Weda en van mr. Ruis, voorgedragen en overgelegd ter zitting van 28 januari 2026.
2.Waar de zaak over gaat
3.De feiten
4.Het geschil
- hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 15.508,34, alsmede
- veroordeling van [gedaagden] tot betaling van nadere schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met rente daarover vanaf 25 april 2025 tot aan de dag van volledige betaling
- veroordeling van gedaagden tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten
- veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.