ECLI:NL:RBOVE:2026:123

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
ak_24_1652
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen aanslag forensenbelasting gemeente Ommen 2023

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil over de forensenbelasting. De belanghebbende, eigenaar van een gemeubileerde woning in de gemeente Ommen, heeft een aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2023 ontvangen van € 1.151,-. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar van de belanghebbende ongegrond. De belanghebbende stelde dat hij in de maanden november en december 2023 hoofdverblijf had in de gemeente Ommen en daarom geen forensenbelasting verschuldigd zou zijn voor die maanden. De rechtbank oordeelde echter dat de belanghebbende gedurende meer dan 90 dagen in het belastingjaar de woning ter beschikking had, zonder dat hij hoofdverblijf had in de gemeente Ommen. De rechtbank volgde de argumenten van de belanghebbende niet en oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd conform de Verordening forensenbelasting Ommen 2023. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de aanslag in stand blijft en de belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/1652

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het GBLT.

(gemachtigde: mr. K.M.H. de Boer)

Inleiding

1. De heffingsambtenaar heeft namens de gemeente Ommen aan belanghebbende voor het jaar 2023 een aanslag in de forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 1.151,-.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 14 december 2023 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.2.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 ter zitting via Teams behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van een gemeubileerde woning aan de [adres] (hierna: de woning). Belanghebbende had in het belastingjaar 2023 tot 1 november 2023 zijn hoofdverblijf buiten de gemeente Ommen, namelijk in de gemeente Zwolle. Belanghebbende heeft van 1 november 2023 tot 12 juni 2025 hoofdverblijf gehad in de gemeente Ommen, in genoemde recreatiewoning. Sedertdien is hij opnieuw woonachtig in Zwolle en is hij eigenaar gebleven van genoemde recreatiewoning.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht de aanslag forensenbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd over belastingjaar 2023. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
4. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2023 met 2/12e verlaagd moet worden, omdat hij in de maanden november en december 2023 hoofdverblijf had in de gemeente Ommen en hij daarom in die twee maanden geen forensenbelasting verschuldigd is.
6. De rechtbank overweegt als volgt.
7. Volgens de Verordening forensenbelasting Ommen 2023 (hierna: de Verordening) wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
8. Belanghebbende betwist niet dat hij gedurende meer dan 90 dagen in het belastingjaar de woning voor zichzelf ‘ter beschikking had’ - dat wil zeggen dat hij in die woning meer dan 90 dagen in het betreffende kalenderjaar kón verblijven, los van de vraag of hij feitelijk meer dan 90 dagen van het kalenderjaar in zijn recreatiewoning daadwerkelijk verbleef -
zonderdat hij hoofdverblijf had in de gemeente Ommen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar de aanslag daarom op juiste gronden en conform de Verordening aan hem opgelegd.
9. Het betoog van belanghebbende dat hij de laatste twee maanden van 2023 alsnog zijn hoofverblijf in de gemeente Ommen had, kan hem niet baten, nu hij in de tien maanden voorafgaand reeds heeft voldaan aan het toetsingscriterium op grond waarvan de aanslag forensenbelasting is opgelegd: het meer dan 90 dagen gedurende een kalenderjaar ‘ter beschikking hebben’ van een woning
zonderhoofdverblijf in die woning.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2023 in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.P. Fortuin, griffier, uitgesproken op
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.