Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak en het oordeel in het kort
2.De procedure
- het verweer met producties;
- de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn buren en hebben een geschil over vier camera’s die gedaagden aan hun woning hebben geplaatst. Eiser stelt dat deze camera’s onrechtmatig de privacy schenden doordat ze ook de openbare weg en haar perceel filmen. Zij vordert verwijdering of herpositionering van de camera’s, verwijdering van een schuttingverhoging en een contactverbod.
Gedaagden betwisten de onrechtmatigheid en stellen dat de camera’s alleen hun eigen perceel filmen en noodzakelijk zijn voor beveiliging. De rechter oordeelt dat de deurbelcamera aan de voorzijde van de woning verwijderd moet worden omdat deze de openbare weg filmt zonder rechtvaardiging. De beveiligingscamera aan de voorzijde moet zo worden gepositioneerd dat alleen het eigen perceel wordt gefilmd. De overige vorderingen, waaronder de schuttingverhoging en het contactverbod, worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang of onvoldoende bewijs.
De voorzieningenrechter legt aan de veroordelingen een gematigde dwangsom op en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 25 februari 2026 gewezen door mr. W.R.H. Lutjes.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot verwijdering van de deurbelcamera en herpositionering van de beveiligingscamera aan de voorzijde, overige vorderingen worden afgewezen.