Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1200

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
AWB_25_3244
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing definitieve Wlz-indicatie wegens ontbreken blijvende 24-uurszorgbehoefte

Eiseres, geboren in 2003 met een verstandelijke beperking en niet-progressieve hersenbeschadiging, vroeg op 12 december 2024 een Wlz-indicatie aan voor zorgprofiel VG03. Het CIZ wees deze aanvraag op 5 februari 2025 af, waarna een bezwaarprocedure volgde. De tijdelijke indicatie LVG02 werd verlengd tot 22 februari 2028. De rechtbank behandelde het beroep op 18 februari 2026.

De kern van het geschil is of eiseres een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Het CIZ stelt dat eiseres planbare zorgbehoefte heeft en zelf hulp kan inroepen, terwijl eiseres stelt dat zij 24-uurszorg nodig heeft vanwege haar kwetsbaarheid en risico op ontregeling.

De rechtbank concludeert dat eiseres met oefening diverse praktische vaardigheden heeft aangeleerd, zelfstandig kan reizen op bekende trajecten, en in staat is om hulp te vragen. Er is geen onderbouwd reëel risico op ernstig nadeel zoals bedoeld in de Wlz. De afwijzing van de definitieve indicatie is daarom terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de definitieve Wlz-indicatie.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3244

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

gemachtigde: mr. E. Schriemer,
en

de raad van bestuur van de stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

gemachtigde: mr. M. Bozdag.

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) door het CIZ. Eiseres is het met de afwijzing niet eens. Zij heeft een aantal argumenten (beroepsgronden) tegen de afwijzing aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank haar beroep.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiseres heeft op 12 december 2024 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 5 februari 2025 afgewezen. Met het besluit op bezwaar van 23 oktober 2025 is het CIZ bij de afwijzing gebleven. Wel is eiseres in aanmerking gebracht voor verlenging van de eerder aan haar toegekende tijdelijke indicatie LVG02 (Wonen met behandeling en begeleiding) tot 22 februari 2028. Op
5 november 2025 heeft het CIZ een correctiebesluit uitgereikt waarbij in verband met de verlenging van de tijdelijke indicatie het bezwaar deels gegrond is verklaard en een proceskostenvergoeding is toegekend.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, drs. M. Wolting-Kuiper (Wolting) en de gemachtigde van het CIZ.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
3.1.
Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2003. Zij heeft een verstandelijke beperking op
zeer moeilijk lerend niveau en een niet-progressieve hersenbeschadiging met lichamelijke
kenmerken wegens prenatale alcoholblootstelling (FAS). Ook heeft ze een belaste voorgeschiedenis. Eiseres werkt 24 uur per week bij [bedrijf] met loonwaardebepaling. Zij heeft een MBO-opleiding niveau 2 gevolgd, maar deze niet afgerond.
3.2.
Vanaf september 2019 woont eiseres bij [locatie] , een woongroep voor jongeren van Stichting [stichting] . In 2022 heeft het CIZ haar een tijdelijke indicatie LVG02 toegekend, die loopt tot februari 2025.
3.3.
Omdat een woonplek beschikbaar is gekomen bij Philadelphia Zorg heeft eiseres op
12 december 2024 een aanvraag ingediend voor een Wlz-indicatie voor zorgprofiel VG03. In het kader van die aanvraag heeft een onderzoeker van het CIZ op 18 december 2024 een huisbezoek afgelegd en daarover gerapporteerd. Op basis van de dossierstukken is op
28 januari 2025 een advies opgesteld door de medisch adviseur. Daarna heeft het CIZ het primaire besluit van 5 februari 2025 afgegeven, waarbij de aanvraag is afgewezen. Wel is de tijdelijke zorgindicatie LVG02 verlengd tot 31 maart 2025. In de bezwaarfase heeft eiseres diverse zorgplannen ingediend en rapporten die zijn opgesteld door Wolting, GGZ-psycholoog bij [stichting] en behandelaar van eiseres. Op 19 september 2025 heeft een telefonische hoorzitting plaatsgevonden. Daarna is het dossier voorgelegd aan de medisch adviseur van het CIZ die een aanvullend medisch advies geschreven heeft op 29 september 2025.
3.4.
Met een besluit op bezwaar van 23 oktober 2025 heeft het CIZ de afwijzing van de Wlz-aanvraag gehandhaafd. De eerder aan eiseres toegekende tijdelijke indicatie is verlengd tot 22 februari 2028. Op 5 november 2025 is een herzien besluit uitgereikt dat inhoudelijk gelijk is, maar waarbij ook proceskosten zijn toegekend.
Het standpunt van het CIZ
3.5.
Volgens het CIZ is bij eiseres sprake van een grondslag verstandelijke handicap, maar niet van een blijvende noodzaak voor permanent toezicht of van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Volgens de medisch adviseur is sprake van een planbare zorgbehoefte en zorg op afroep, waaraan tegemoet kan worden gekomen met ambulante hulp. Eiseres wordt in staat geacht om hulp in te schakelen van haar begeleiders en mantelzorgers wanneer dat nodig is. Bovendien is niet gebleken of onderbouwd dat er een reëel risico is op ernstig nadeel als eiseres op die hulp moet wachten. Daarom kan niet gesproken worden van een behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid zoals bedoeld in artikel 3.2.1 eerste lid van de Wlz.
3.6.
Het CIZ vindt van belang dat eiseres in staat is om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. Zij gaat ook zelfstandig met de fiets door [plaats] en gebruikt zo nodig google-maps op haar telefoon (bijvoorbeeld als zij moet bezorgen voor haar werk, via oordopjes). Eiseres staat 's morgens zelfstandig op en komt op tijd op haar werk of school. Zij kan zich goed concentreren tijdens het huisbezoek en bij IQ testen. Ze geeft antwoord op de gestelde vragen en werkt secuur. Eiseres is ADL zelfstandig en gaat zelf naar de tandarts. Zij is beïnvloedbaar, maar hierin leerbaar. Eiseres helpt veel mee in het gezin van vader; ze doet de boodschappen, ze kookt en doet de was. Ook past zij op haar jongere halfzusje en brengt haar naar school. Eiseres heeft goed contact met haar vader en haar moeder. Eiseres heeft vriendinnen waarmee ze afspreekt om bijvoorbeeld in de stad te gaan lunchen. Ze vraagt ook hulp als ze iets niet begrijpt. Zij laat zien dat ze het vermogen heeft om zich aan te passen aan verschillende omgevingen en vertoont verantwoordelijk, sociaal en taakgericht gedrag. Daarbij is ze nog jong en leerbaar. Eiseres heeft daarom geen recht op toegang tot de Wlz. Met de verlenging van het haar eerder toegekende tijdelijke profiel krijgt eiseres de gelegenheid om op een andere manier in passende zorg te voorzien.
Het standpunt van eiseres
3.7.
Eiseres is van mening dat zij aangewezen is op 24 uurszorg. Ze is haar huidige woongroep ontgroeid en is toe aan een volgende stap naar een woonvorm waar haar ook structureel begeleiding, toezicht en een voorspelbaar leefmilieu wordt geboden. Het zorgplan en de evaluaties laten zien dat pogingen om toe te werken naar ambulante begeleiding zijn gedaan, maar dat die route is vastgelopen. Zonder beschermd wonen en
24-uurs zorg in de nabijheid ontstaat ontregeling, verwaarlozing en een reëel risico dat eiseres in onveilige relaties en situaties terechtkomt die zij zelf niet kan overzien of begrenzen.
3.8.
Het CIZ hecht volgens eiseres ten onrechte veel waarde aan het feit dat zij zelfstandig reist. Het gaat slechts om eenvoudige en bekende trajecten zonder overstap, waarbij ze wordt begeleid naar en van het station en ook bij veranderingen en storingen. Fietsen doet eiseres alleen in haar eigen wijk of haar bekende routes; ze fietst niet in de binnenstad of over hele drukke wegen. In de groep waar eiseres nu woont, wordt erop gelet of zij wel op tijd opstaat, zich wast en aankleedt. Soms moet ze worden gewezen op de tijd en op belangrijke afspraken. Meestal zet eiseres een wekkertje in haar telefoon, zodat ze afspraken niet vergeet. Eiseres doet de boodschappen in het gezin van vader, maar vader en zijn partner geven eiseres een lijstje mee, omdat ze anders met de verkeerde zaken thuiskomt. Vader en stiefmoeder bepalen wat er gegeten en gekookt wordt. Het is noodzakelijk samen te koken. Eiseres snapt soms recepten niet goed en vraagt geregeld ondersteuning. Ze kan niet goed bepalen of iets voldoende gaar is. Wel kan ze groente snijden en andere ondersteunende taken doen bij het koken. Het CIZ gaat er ook ten onrechte vanuit dat eiseres voldoende adaptief vermogen heeft. Zij kan niet omgaan met onverwachte situaties en heeft overal begeleiding bij nodig. Eiseres verwijst naar de informatie van Wolting. Wolting begeleidt eiseres en is van mening dat planbare zorg onvoldoende is.
3.9.
Op de zitting is toegelicht dat eiseres al bijna een jaar niet meer in de woongroep verblijft. Ze woont bij haar vader en zijn gezin en maakt zelden gebruik van de aangeboden begeleiding vanuit [stichting] . De woonplek bij Philadelphia is inmiddels niet meer beschikbaar. Voor eiseres is nu een plek gevonden bij de Omegagroep, waar zij ook met de huidige indicatie LVG02 welkom is. Met het oog op de tijdelijkheid van die indicatie is toegang tot de Wlz echter nog steeds gewenst.

Overwegingen

4.1.
De voor de beoordeling van belang zijnde periode in deze zaak loopt van 12 december 2024 (datum aanvraag) tot en met 23 oktober 2025 (datum bestreden besluit).
4.2.
Uit artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz, volgt dat een indicatie op grond van deze wet alleen kan worden verkregen als sprake is van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap waardoor een blijvende behoefte bestaat aan (sub a) permanent toezicht om escalatie of ernstig nadeel te voorkomen of (sub b) 24-uurs zorg in de nabijheid omdat zij niet in staat is om zelf hulp in te roepen en om ernstig nadeel te voorkomen (onder 1) door fysieke problemen voortdurende begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig is, of (onder 2) door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is.
4.3.
Ernstig nadeel in de zin van de Wlz betekent dat er een situatie kan ontstaan waarin de verzekerde - in dit geval eiseres -
a. a) zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
b) zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
c) ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
d) ernstig in haar ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat haar veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat zij onder de invloed van een ander raakt.
4.4.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres intensieve begeleiding nodig heeft die voortkomt uit de grondslag verstandelijke beperking. Tussen partijen is ook niet in geschil dat er geen situatie aan de orde is waarin eiseres permanent toezicht nodig heeft. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag of eiseres blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft om ernstig nadeel te voorkomen.
4.5.
De rechtbank komt tot de conclusie dat het CIZ eiseres terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor een blijvende indicatie op grond van de Wlz. De rechtbank legt dat oordeel hieronder uit.
4.6.
Uit de stukken, waaronder ook de evaluaties van Wolting van november 2024 en
6 maart 2025, blijkt dat eiseres met oefening diverse praktische vaardigheden heeft aangeleerd. Met de juiste dagelijkse structuur is ze in staat te werken en op tijd op haar werk te verschijnen. Ook kan eiseres zelfstandig reizen mits de trajecten haar bekend zijn. Het lukt eiseres om op haar kleine zusje te passen, huishoudelijke taken te verrichten (zoals met een lijstje boodschappen doen) en met vrienden naar de stad te gaan. Het CIZ heeft deze omstandigheden terecht van belang geacht. De zorg rondom de aansturing die eiseres nodig heeft bij onder meer het voor zichzelf zorgen en het op tijd op belangrijke afspraken verschijnen is planbaar. Uit de stukken en wat op zitting is toegelicht blijkt weliswaar dat niet alle zorg planbaar is en dat eiseres in nieuwe situaties overleg met anderen nodig heeft, maar ook blijkt dat zij in staat is om bij haar begeleiding of haar netwerk daadwerkelijk om die ondersteuning te vragen. Het is daarbij wel belangrijk dat zij vertrouwd is (geraakt) met de mensen die haar begeleiden en dat zij haar (dus) regelmatig zien.
4.7.
Namens eiseres is als grote zorg naar voren gebracht dat zij eenvoudig beïnvloedbaar is en als gevolg hiervan bij gebreke van 24-uurszorg in situaties zal belanden die als ‘ernstig nadeel’ voor haar zijn aan te merken. Op de zitting is als voorbeeld genoemd dat eiseres samen met haar broer door de politie is opgepakt omdat hij iets stal in haar aanwezigheid en zij niet in staat was zich uit de situatie terug te trekken. Pas nadien bleek dat eiseres in de diefstal geen aandeel had. Hoewel de rechtbank begrijpt dat dit voorval voor eiseres ingrijpend moet zijn geweest, betrof dit geen situatie van ernstig nadeel voor eiseres zelf, zoals in de wet bedoeld. Voor het aannemen van ernstig nadeel is evenmin voldoende dat de mogelijkheid bestaat dat een situatie van ernstig nadeel zich voordoet, omdat eiseres eenvoudig beïnvloedbaar is. In de memorie van toelichting op de Wlz is met betrekking tot ernstig nadeel het volgende opgenomen: “
Bij ‘ernstig nadeel voor de verzekerde’ moet sprake zijn van een te verwachten risico dat de verzekerde het ernstig nadeel zal overkomen. Dat wil zeggen dat het om een reëel risico moet gaan, dat gebaseerd is op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. Met het criterium van het ernstig nadeel is dan ook niet beoogd een voorzorgsbeginsel in het leven te roepen waarbij een ‘nul-risico’ wordt nagestreefd. Dat zou ook een vertekend beeld geven van de risico’s die in het leven bestaan (…).” [1]
4.8.
Het CIZ heeft voldoende gemotiveerd dat in de zorgbehoefte van eiseres kan worden voorzien met zorg op geplande momenten, eventueel in combinatie met zorg die eiseres zelf inroept en ook dat eiseres deze zorg zonder ernstig nadeel kan afwachten.
4.9.
Het is de rechtbank duidelijk dat grote zorg bestaat of eiseres gelet op haar beperkingen een permanente passende woonplek vindt waar zij voldoende ondersteuning zal krijgen. De rechtbank kan echter niet voorbij gaan aan de strenge eisen die gelden voor een Wlz-indicatie en het feit dat het CIZ aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres op dit moment niet aan die strenge eisen voldoet. Op de zitting heeft het CIZ toegelicht dat vanuit de andere zorgwetten aan de zorgbehoefte van eiseres moet worden voldaan, in de omvang die zij nodig heeft. Besproken is ook dat dit pas relevant is als haar huidige indicatie afloopt in 2028. Het CIZ heeft eiseres in overweging gegeven bij die gelegenheid een nieuwe aanvraag te doen als haar situatie daartoe aanleiding geeft, onderbouwd met actuele (medische) informatie. Het CIZ neemt die nieuwe aanvraag dan in behandeling.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Ernens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 891, nr. 3, blz. 147.