ECLI:NL:RBOVE:2026:1178

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
12042898 \ CV EXPL 26-6
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming garagebox en betaling achterstallige huur toegewezen

In deze zaak stond een geschil omtrent een huurovereenkomst van een garagebox centraal. De eiser vorderde ontruiming van de garagebox en betaling van achterstallige huur. De gedaagde verscheen niet op de mondelinge behandeling, waardoor verstek tegen hem werd verleend.

De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst op 12 november 2025 was geëindigd en oordeelde dat de vordering van de eiser niet onrechtmatig of ongegrond was. Daarom werd de gedaagde veroordeeld om binnen drie dagen na betekening de garagebox te ontruimen en de achterstallige huur te voldoen, inclusief wettelijke rente.

Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten indien niet tijdig betaald. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de eiser direct tot ontruiming kon overgaan.

Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot ontruiming van de garagebox en betaling van achterstallige huur met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12042898 \ CV EXPL 26-6
Vonnis in kort geding van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. O. Saaliti,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de verstekverlening tegen [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Vorderingen
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend.
2.2.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
Proceskosten
2.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
171,20
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
985,20
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart voor recht dat de huurovereenkomst op 12 november 2025 is geëindigd,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de garagebox nummer [nummer] , onderdeel van het complex [complex] aan de [adres] , te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] :
a. a) € 300,00 aan achterstallige huur tot en met 11 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 13 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
b) € 150,00 per maand of gedeelte daarvan vanaf 12 november 2026 tot en met de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de eerste dag (de 12e) van de betreffende maand tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 985,20, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken door mr. J.B. de Groot op 4 maart 2026.