ECLI:NL:RBOVE:2026:1169

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/08/333445 / HA ZA 25-165
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling Foodsuper tot betaling van €12.000 en kosten aan eiseres

Eiseres heeft een vordering ingesteld tegen Foodsuper, die zich na onttrekking van haar advocaat niet heeft verweerd. De rechtbank heeft eiseres in een tussenvonnis opgedragen de ontbrekende beslagstukken aan te leveren en haar petitum nader toe te lichten, hetgeen zij heeft gedaan.

Foodsuper heeft geen verweer gevoerd, waardoor de rechtbank de vordering toewijst. Naast de hoofdsom van €12.000 veroordeelt de rechtbank Foodsuper tot betaling van beslagkosten van €1.758,48 en proceskosten van €1.812,04, inclusief nakosten en griffierecht.

De wettelijke rente over de hoofdsom en kosten wordt toegewezen vanaf respectievelijk 26 januari 2025 en de vijftiende dag na het vonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Foodsuper wordt veroordeeld tot betaling van €12.000, beslagkosten, proceskosten en wettelijke rente aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/333445 / HA ZA 25-165
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. P.R. Leenders,
tegen
INTERNATIONAL FOODSUPER B.V.,
te Denekamp,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Foodsuper,
advocaat: mr. A.A. Sarkisian, die zich op 20 juni 2025 heeft onttrokken.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 december 2025;
- de akte van [eiseres].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 10 december 2025 [eiseres] bevolen om de ontbrekende beslagstukken in het geding te brengen en om het petitum nader toe te lichten en te onderbouwen. Dat heeft [eiseres] bij akte van 7 januari 2026 gedaan. Daarna is Foodsuper in de gelegenheid gesteld om, bij advocaat, een akte te nemen. Nadat de advocaat van Foodsuper zich op 20 juni 2025 heeft onttrokken, heeft zich geen (nieuwe) advocaat namens Foodsuper gesteld, waarna [eiseres] heeft verzocht om vonnis.
2.2.
De stellingen van [eiseres], welke (onder meer) zijn onderbouwd doordat [eiseres] bij akte nadere stukken heeft ingebracht en de vordering heeft toegelicht, kunnen het gevorderde dragen en zijn door Foodsuper niet weersproken. Nu het gevorderde de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal het worden toegewezen.
Beslagkosten
2.3.
[eiseres] vordert Foodsuper te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 774,48 voor kosten deurwaardersexploten, € 331,00 voor griffierecht en € 653,00 voor salaris advocaat (1,0 punt × € 653,00), totaal € 1.758,48.
Proceskosten
2.4.
Foodsuper is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
1.043,00
(€ 1.374,- minus € 331,-)
- salaris advocaat
432,00
(1 punt × € 432,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.812,04
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Foodsuper om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 12.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt Foodsuper in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.758,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt Foodsuper in de proceskosten van € 1.812,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Foodsuper niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt Foodsuper tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.