De burgemeester van Zwolle verleende een evenementenvergunning aan Stichting Mypodium voor het Zwolle Pride Festival op 24 augustus 2024, bestaande uit een parade en een muziekevenement. Eiser nam deel aan de parade en stelde dat het festival een demonstratie betrof, waardoor hij als demonstrant een persoonlijk belang had en belanghebbende was. De burgemeester verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende was.
De rechtbank beoordeelde of eiser als belanghebbende kon worden aangemerkt. Volgens vaste rechtspraak moet een belanghebbende een eigen, actueel en persoonlijk belang hebben dat hem onderscheidt van anderen en rechtstreeks wordt geraakt door het besluit. De rechtbank stelde vast dat het Zwolle Pride Festival voldoet aan de definitie van een evenement volgens de Algemene Plaatselijke Verordening en dat het feit dat het festival ook een pleidooi voor inclusiviteit is, dit niet verandert.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen persoonlijk belang heeft dat hem onderscheidt van anderen en dat hij daarom geen belanghebbende is. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.