Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot openlegging van boeken en bescheiden op grond van artikel 162 en Pro 194 jo. 195 Rv tevens houdende eis in reconventie van 18 november 2025 van HorseDeals;
- de conclusie van repliek tevens houdende antwoord in reconventie tevens houdende (incidentele) conclusie van antwoord van 16 december 2025 van [partij A] ;
- de akte uitlaten producties in het incident van 13 januari 2026 van HorseDeals;
- de akte wijziging van eis van 13 januari 2026 van HorseDeals.
2.Het geschil
3.De beoordeling in het incident
[e-mailadres 1]’ en ‘
[e-mailadres 2]’) van HorseDeals zijn gestuurd. Volgens HorseDeals zijn deze e-mailadressen niet in gebruik en wordt altijd gecommuniceerd met en vanuit het info-mailadres van HorseDeals (‘
[e-mailadres 3]’). Deze stelling van HorseDeals vindt steun in de correspondentie die beide partijen hebben ingebracht. Daaruit blijkt niet dat HorseDeals met één van de door [partij A] genoemde e-mailadressen heeft gecommuniceerd. Daarmee heeft [partij A] , op basis van de overgelegde informatie en stukken, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat HorseDeals de facturen al eens heeft ontvangen. De kantonrechter ziet in dit incident geen aanleiding tot nadere bewijslevering en oordeelt dat HorseDeals voldoende belang bij de over te leggen stukken.
4.De beslissing
dinsdag 17 maart 2026voor het bepalen van dag en tijdstip waarop de comparitie van partijen zal plaatsvinden. Partijen hoeven niet aanwezig te zijn bij deze rolzitting. Partijen kunnen tot uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) opgeven voor de drie maanden volgend op genoemde rolzitting,