ECLI:NL:RBOVE:2026:1142

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11919941 \ CV EXPL 25-1846
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 162 RvArt. 194 RvArt. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot overlegging facturen en dwangsom in geschil over onbetaalde facturen

In deze civiele zaak vordert HorseDeals dat [partij A] alle facturen van 2020 tot en met 2025 overlegt, omdat HorseDeals deze nodig heeft ter onderbouwing van haar verweer en tegenvordering. [partij A] stelt dat zij deze facturen al heeft verstrekt en dat HorseDeals zelf verantwoordelijk is voor het bewaren van de administratie.

De kantonrechter beoordeelt het incident en wijst de vordering tot openlegging op grond van artikel 162 Rv Pro af, omdat HorseDeals feitelijk directe overlegging van facturen vraagt en niet de getrapte openlegging aan de rechter. Wel wordt de vordering op grond van artikel 194 en Pro 195 Rv toegewezen, omdat HorseDeals voldoende belang heeft, de gevraagde stukken voldoende bepaald zijn en [partij A] over de facturen beschikt.

De kantonrechter veroordeelt [partij A] om binnen veertien dagen de facturen te overleggen en legt een gematigde dwangsom van € 500 per dag op, met een maximum van € 15.000. De kosten voor verstrekking moeten door HorseDeals worden gedragen, zodat het verzoek om kosteloze verstrekking wordt afgewezen. Daarnaast worden proceskosten aan [partij A] opgelegd. De hoofdzaak wordt verwezen naar een comparitie voor verdere behandeling.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [partij A] tot overlegging van facturen 2020-2025 aan HorseDeals met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11919941 \ CV EXPL 25-1846
Vonnis in incident van 3 maart 2026
in de zaak van
[partij A] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: [gemachtigde] B.V.,
tegen
HORSEDEALS BREEDING & SPORTHORSES B.V.,
te Notter,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: HorseDeals,
gemachtigde: mr. M.J.A. Weda.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 oktober 2025 van [partij A] ;
- de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot openlegging van boeken en bescheiden op grond van artikel 162 en Pro 194 jo. 195 Rv tevens houdende eis in reconventie van 18 november 2025 van HorseDeals;
- de conclusie van repliek tevens houdende antwoord in reconventie tevens houdende (incidentele) conclusie van antwoord van 16 december 2025 van [partij A] ;
- het bezwaar van de gemachtigde van HorseDeals tegen het nemen van de conclusie van repliek in conventie en de conclusie van antwoord in reconventie van [partij A] ;
- de beslissing van de rolrechter om (alleen) de conclusie van repliek in conventie van [partij A] niet toe te laten in het procesdossier;
- de akte uitlaten producties in het incident van 13 januari 2026 van HorseDeals;
- de akte wijziging van eis van 13 januari 2026 van HorseDeals.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

in de hoofdzaak
2.1.
In conventie vordert [partij A] – samengevat – veroordeling van HorseDeals tot betaling van € 2.858,32 aan onbetaalde facturen vanwege (onder meer) financieel advies en administratieve werkzaamheden, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
HorseDeals betwist de vordering. Daarnaast stelt HorseDeals een tegenvordering in, waarbij HorseDeals – samengevat en na wijziging van eis – vordert dat [partij A] wordt veroordeeld tot betaling van € 32.475,91 inclusief btw vanwege (onder meer) onverschuldigd betaalde bedragen bestaande uit facturen over de jaren 2020 tot en met 2025, te vermeerderen met rente en kosten. Daarnaast vordert HorseDeals – kort samengevat – dat [partij A] (een XML-bestand van) de gehele administratie van HorseDeals overlegt, op straffe van een dwangsom. Verder vordert HorseDeals een verklaring voor recht dat [partij A] toerekenbaar tekort is geschoten en aansprakelijk is voor alle schade die HorseDeals heeft geleden en lijdt als gevolg van de weigering om de gehele administratie en het gevraagde XML-bestand te overleggen, te vermeerderen met rente. Voorts vordert HorseDeals dat artikel J lid 2 en artikel K van de algemene voorwaarden van [partij A] worden vernietigd wegens onredelijke bezwarendheid.
2.3.
[partij A] voert verweer tegen de reconventionele vordering van HorseDeals.
in het incident
2.4.
HorseDeals vordert in het incident – samengevat weergegeven – dat de kantonrechter [partij A] zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot openlegging van boeken en bescheiden op grond van artikel 162 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en 194 jo. 195 Rv en wel door overlegging van alle facturen van [partij A] aan HorseDeals om niet, en wel vanaf 2020 tot en met 2025, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag. HorseDeals heeft daartoe aangevoerd dat zij in haar bankboek alleen kan zien welke betalingen zij aan [partij A] heeft gedaan, maar HorseDeals beschikt niet aan de daaraan ten grondslag liggende facturen. De facturen van [partij A] staan in een eigen softwareprogramma, waar HorseDeals niet bij kan. HorseDeals heeft deze facturen nodig om haar verweer in conventie en eis in reconventie te onderbouwen.
2.5.
[partij A] voert verweer in het incident en stelt dat HorseDeals al beschikt over deze facturen. [partij A] heeft alle facturen naar twee e-mailadressen van HorseDeals gestuurd. [partij A] heeft geen documenten of gegevens onder zich die HorseDeals niet heeft, die aan HorseDeals reeds ter beschikking zijn gesteld of die HorseDeals had kunnen hebben. HorseDeals is zelf verantwoordelijk voor het bewaren van de administratie. Dat kan niet op [partij A] worden afgewenteld. Ook is er geen grondslag voor het opleggen van een dwangsom, omdat geen sprake is van nalaten aan de kant van [partij A] . De incidentele vordering is ongegrond en moet worden afgewezen.
2.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig voor de beoordeling van de vordering, nader ingegaan.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
HorseDeals heeft primair artikel 162 Rv Pro ten grondslag heeft gelegd aan haar incidentele vordering. Op grond van dat artikel kan de rechter in de loop van het geding, op verzoek of ambtshalve, aan partijen of aan een van hen de openlegging bevelen van boeken, bescheiden en geschriften, die zij ingevolge de wet moeten houden, maken of bewaren. Een dergelijke openlegging vindt ‘getrapt’ plaats: eerst vindt openlegging aan de rechter plaats en niet rechtstreeks aan de wederpartij. De rechter stelt vervolgens, na doorbladering van de boeken, bescheiden en geschriften, vast in hoeverre de tegenpartij bevoegd zal zijn daarvan inzage of uittreksel te nemen. De kantonrechter constateert dat HorseDeals haar incidentele vordering zo heeft ingestoken dat feitelijk rechtstreeks om overlegging van de facturen wordt verzocht, en niet om (getrapte) openlegging, vooreerst aan de rechter. Daarvoor biedt dit artikel geen basis, zodat de vordering van HorseDeals op grond van artikel 162 Rv Pro moet worden afgewezen.
3.2.
HorseDeals heeft zich verder beroepen op de artikelen 194 en 195 Rv. Artikel 194 Rv Pro bepaalt dat een partij onder omstandigheden recht heeft op inzage in of afschrift van bepaalde gegevens die een ander onder zich heeft. Op grond van artikel 195 Rv Pro kan een partij de rechter verzoeken om te bevelen dat zij die inzage krijgt, maar alleen als aan een aantal vereisten is voldaan. Degene die recht op inzage verlangt (in dit geval HorseDeals) moet partij zijn bij een rechtsbetrekking en moet in het kader van die rechtsbetrekking voldoende belang hebben bij de gevraagde informatie. De gevraagde informatie moet verder concreet omschreven (ook wel: voldoende bepaald) zijn. Tot slot moet degene van wie de informatie wordt gevraagd ook daadwerkelijk over die informatie beschikken.
De rechtsbetrekking
3.3.
HorseDeals vordert overlegging van de facturen van [partij A] over de jaren 2020 tot en met 2025. De rechtsbetrekking tussen partijen blijkt uit de overeenkomst waaruit de facturen voortvloeien, dan wel een (mogelijke) verbintenis uit onverschuldigde betaling.
Voldoende belang
3.4.
Verder moet HorseDeals voldoende belang hebben bij de gevorderde inzage. HorseDeals heeft gesteld dat zij de genoemde facturen nodig heeft om haar verweer in conventie en eis in reconventie te kunnen onderbouwen. Daarmee bestaat naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel voldoende belang bij de gevraagde informatie.
3.5.
Het – samengevatte – verweer van [partij A] dat zij deze facturen al naar HorseDeals heeft gestuurd en geacht moet worden dat HorseDeals deze facturen al heeft, heeft betrekking op de vraag of HorseDeals in dat geval nog wel voldoende belang heeft. De kantonrechter oordeelt dat dat het geval is. [partij A] heeft ter onderbouwing stukken ingebracht waaruit blijkt dat de facturen naar twee e-mailadressen (‘
[e-mailadres 1]’ en ‘
[e-mailadres 2]’) van HorseDeals zijn gestuurd. Volgens HorseDeals zijn deze e-mailadressen niet in gebruik en wordt altijd gecommuniceerd met en vanuit het info-mailadres van HorseDeals (‘
[e-mailadres 3]’). Deze stelling van HorseDeals vindt steun in de correspondentie die beide partijen hebben ingebracht. Daaruit blijkt niet dat HorseDeals met één van de door [partij A] genoemde e-mailadressen heeft gecommuniceerd. Daarmee heeft [partij A] , op basis van de overgelegde informatie en stukken, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat HorseDeals de facturen al eens heeft ontvangen. De kantonrechter ziet in dit incident geen aanleiding tot nadere bewijslevering en oordeelt dat HorseDeals voldoende belang bij de over te leggen stukken.
Voldoende bepaald
3.6.
HorseDeals heeft de stukken waarvan een afschrift wordt gevraagd voldoende bepaald c.q. afgebakend, omdat het enkel gaat om de facturen van [partij A] aan HorseDeals over de periode van 2020 tot en met 2025. Bovendien moet er vanuit worden gegaan dat [partij A] beschikt over deze facturen.
Conclusie
3.7.
Aan alle vereisten is voldaan, zodat de kantonrechter de incidentele vordering van HorseDeals zal toewijzen. [partij A] zal worden veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de gevraagde facturen over te leggen.
3.8.
Overigens heeft HorseDeals verzocht om de facturen ‘om niet’ over te leggen, maar op grond van artikel 195 lid 1 jo Pro. 194 lid 1 tweede volzin Rv is HorseDeals de partij die de kosten voor de verstrekking van de gegevens moet dragen. In zoverre wordt dat deel van de incidentele vordering afgewezen.
Dwangsom
3.9.
HorseDeals vraagt verder om een dwangsom voor iedere dag dat [partij A] niet aan de veroordeling voldoet. De kantonrechter wijst dit (gematigd) toe. HorseDeals heeft voldoende gemotiveerd onderbouwd waarom zij een dwangsom noodzakelijk vindt. De kantonrechter gaat ervanuit dat de veroordeling (overlegging van de facturen over de jaren 2020 tot en met 2025) geen lastige exercitie zal zijn, zodat [partij A] geen nadeel zal ondervinden van de opgelegde dwangsom als zij de veroordeling gewoonweg naleeft. Bovendien heeft [partij A] nog veertien dagen na betekening van het vonnis de tijd om aan de veroordeling te voldoen. De kantonrechter zal de hoogte van de dwangsom matigen tot een bedrag van € 500,00 voor iedere dag dat [partij A] niet aan de veroordeling voldoet. Ook verbindt de kantonrechter een maximum aan de dwangsom van € 15.000,00.
Proceskosten in het incident
3.10.
[partij A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident (1 punt * € 577,00) worden veroordeeld.
Vervolg in de hoofdzaak
3.11.
De kantonrechter zal de hoofdzaak verwijzen naar de rol zodat partijen verhinderdata kunnen opgeven waarna een mondelinge behandeling van de hoofdzaak kan worden gepland.
3.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
in het incident
4.1.
veroordeelt [partij A] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle facturen van 2020 tot en met 2025 van [partij A] aan HorseDeals, aan HorseDeals over te leggen,
4.2.
veroordeelt [partij A] om aan HorseDeals een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag (of deel daarvan) dat [partij A] niet aan de veroordeling in onderdeel 4.1 van dit vonnis voldoet, tot een maximum van € 15.000,00,
4.3.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van het incident van € 577,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 144,00 plus de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de hoofdzaak
4.5.
beveelt een verschijning van partijen in persoon (rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd) bijgestaan door hun gemachtigden voor het geven van inlichtingen en het onderzoeken van de mogelijkheden tot het treffen van een schikking op de comparitie van mr. drs. Van Diggele, in het gerechtsgebouw te Almelo, Egbert Gorterstraat 5, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,
4.6.
bepaalt dat partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is deze partij te vertegenwoordigen,
4.7.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 17 maart 2026voor het bepalen van dag en tijdstip waarop de comparitie van partijen zal plaatsvinden. Partijen hoeven niet aanwezig te zijn bij deze rolzitting. Partijen kunnen tot uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) opgeven voor de drie maanden volgend op genoemde rolzitting,
4.8.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen, alsmede dat de comparitie zou kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, indien partijen bij hun opgave meer dan 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) hebben opgegeven,
4.9.
bepaalt dat de comparitie in beginsel niet zal worden uitgesteld nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald,
4.10.
wijst partijen er op, dat voor de comparitie in beginsel anderhalf uur zal worden uitgetrokken,
4.11.
bepaalt dat partijen eventuele nadere stukken ten behoeve van de comparitie uiterlijk twee weken voor de dag van de comparitie aan de kantonrechter en de wederpartij(en) moeten toesturen,
4.12.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.