BMN heeft in de periode april tot juli 2022 diverse bouwmaterialen geleverd aan gedaagde, waarvoor meerdere facturen zijn gestuurd met een totaalbedrag van €33.412,51 inclusief btw. Gedaagde heeft slechts een deel van de facturen betaald, waardoor een restant openstaat. BMN vordert betaling van het openstaande bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.
De procedure verliep schriftelijk zonder mondelinge behandeling. Gedaagde heeft ondanks gelegenheid geen antwoordakte ingediend. BMN heeft haar vordering verminderd en toegelicht dat de wettelijke handelsrente en incassokosten verschuldigd zijn. Gedaagde heeft dit niet weersproken, maar stelde financiële problemen aan als verweer, wat door de kantonrechter niet als reden wordt geaccepteerd om betaling te weigeren.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de openstaande facturen, de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldag van de facturen tot 21 mei 2024 en daarna over het verschuldigde bedrag, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. De vordering tot contractuele rente wordt afgewezen en vervangen door wettelijke handelsrente. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.