Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1136

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11880857 \ EJ VERZ 25-200
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 7:673 BWArtikel 10.22 cao Gemeenten 2025-2027
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met transitievergoeding

De gemeente Haaksbergen verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], die sinds 1986 in dienst was, vanwege vermeend niet-integer handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. Het geschil ontstond na betrokkenheid van [verweerder] bij een bezwaarprocedure van haar buren tegen een gemeentelijk voorkeursrecht, waarbij zij onder werktijd inzage had genomen in vertrouwelijke documenten en actief had bijgedragen aan het bezwaar.

Na een onderzoek door Capra Advocaten werd geconcludeerd dat sprake was van belangenverstrengeling, maar geen onherstelbare samenwerkingsbreuk. De gemeente bood een interne herplaatsing aan, die uiteindelijk niet doorging vanwege twijfels over het zelfreflectief vermogen van [verweerder] en het ontbreken van draagvlak.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van ernstige wanprestatie of ernstig verwijtbaar handelen dat ontslag op staande voet zou rechtvaardigen. Wel was de arbeidsverhouding zodanig verstoord dat ontbinding gerechtvaardigd was, waarbij beide partijen een aandeel hadden in het conflict. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €90.557,52, terwijl de vordering tot vergoeding van onderzoekskosten en billijke vergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2026 wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van een transitievergoeding van €90.557,52.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer / rekestnummer: 11880857 \ EJ VERZ 25-200
Beschikking van 3 maart 2026
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Gemeente Haaksbergen,
gevestigd en kantoorhoudend te Haaksbergen,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de gemeente Haaksbergen,
gemachtigde: mr. C. Riemens,
tegen
[verweerder],
wonend te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. R. Winters,

1.De procedure

1.1.
De gemeente Haaksbergen heeft een verzoekschrift met 47 producties ingediend om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift met 12 producties ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 20 januari 2026 plaatsgevonden.
Namens de gemeente Haaksbergen waren aanwezig [naam 1], gemeentesecretaris, en [naam 2], interim P&O adviseur, bijgestaan door mr. Riemens.
[verweerder] is aanwezig met mr. Winters.

2.De feiten

2.1.
[verweerder], geboren op [geboortedatum] 1966, is sinds 1 augustus 1986 in dienst bij de gemeente Haaksbergen. De functie van [verweerder] is [functie], met per 1 januari 2026 een salaris, exclusief 17,05% IKB, van € 5.947,00 bruto per maand, bestaande uit het basissalaris van € 5.554,00 plus € 393,00 garantietoelage.
2.2.
[verweerder] maakt deel uit van het team Advies, dat alle juridische medewerkers en adviseurs omvat. Sinds 1 januari 2011 werkt [verweerder] op het taakveld Ruimtelijke Ordening.
2.3.
In verband met woningbouw in de toekomst binnen en aan de rand van de bebouwde kom, heeft het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente Haaksbergen eind november 2023 besloten om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op verschillende percelen aan de rand van Haaksbergen, waaronder dat van de echtparen [naam 3] en [naam 4], buren van [verweerder].
2.4.
Op 15 februari 2024 heeft de gemeenteraad het collegevoorstel ten aanzien van het voorkeursrecht aangenomen. Het echtpaar [naam 3] heeft een bezwaarschrift ingediend.
2.5.
Eind maart 2024 hebben twee collega’s melding gemaakt bij de teamleider van mogelijk niet-integer handelen door [verweerder], namelijk bemoeienis met de bezwaarprocedure van het echtpaar [naam 3].
2.6.
Naar aanleiding daarvan heeft op 26 maart 2024 een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeentesecretaris [naam 5] en [verweerder]. [verweerder] is op non-actief gesteld, zij is afgesloten van de systemen van de gemeente Haaksbergen en er is aangekondigd dat een onderzoek zal worden uitgevoerd door Capra Advocaten. Daarna moest [verweerder] haar laptop en andere spullen inleveren en werd zij naar de buitendeur van het gemeentehuis begeleid.
2.7.
Aan mr. [naam 6] van Capra is opdracht gegeven om
´de feiten en omstandigheden in beeld te brengen met betrekking tot de meldingen van mogelijk niet-integer gedrag van [verweerder]. Breng daarbij voorts de feiten en omstandigheden in beeld met betrekking tot de vraag hoe directe collega’s kijken naar de samenwerking met [verweerder].’
2.8.
In het rapport van Capra van 28 augustus 2024 komt de onderzoeker tot de conclusie dat er sprake was van belangenverstrengeling omdat
[verweerder] zich onder werktijd inzage heeft verschaft tot niet openbare documenten over de vestiging van voorkeursrechten en de vaststelling van het addendum op de structuurvisie,
heeft gevraagd de behandeling van het bezwaar van haar buren uit te stellen,
haar buren heeft geholpen bij het maken van een uitstelverzoek.
De onderzoeker constateert geen onherstelbare samenwerkingsbreuk tussen de geïnterviewde collega’s en betrokkene.
2.9.
In een reactie op het rapport betwist [verweerder] dat zij zich heeft bemoeid met het bezwaar van haar buren. Zij stelt dat de reactie van de gemeente disproportioneel is.
2.10.
In een brief aan [verweerder] van 10 december 2024 schrijft de gemeente Haaksbergen dat zij heeft besloten om in te zetten op interne herplaatsing. Zij wijst erop dat het vertrouwen van de werkgever ernstig in het geding is, ook doordat [verweerder] zelf de ernst van de verwijten niet lijkt in te zien. Ook hangt de vertrouwenskwestie samen met de toegang tot vertrouwelijke gegevens. Er is nazorg nodig voor de directe collega’s en terugkeer naar de oude functie is niet meer mogelijk. ‘
We zijn bereid je een nieuwe maar ook dan wel laatste kans te bieden bij het programmateam Haaksbergen Sterk(er) in Ontwikkeling. Je kan aldaar aan de slag met behoud van jouw huidige arbeidsvoorwaarden. Een en ander kan met ingang van 1 februari 2025 geëffectueerd worden.’
2.11.
In een brief van 23 december 2024 heeft [verweerder] de herplaatsing geaccepteerd, onder voorwaarde dat de gemeente haar juridische kosten van € 8.500,00 vergoedt. De gemeente is daartoe niet bereid. Gesprekken over een minnelijk oplossing hebben geen resultaat.
2.12.
Op 21 februari 2025 schrijft gemeentesecretaris [naam 7] aan [verweerder]:
Wij nodigen je bij deze uit voor een startgesprek over de werkzaamheden, verwachtingen en werkafspraken die voor jouw terugkeer van belang zijn. Daarnaast bespreken we het flankerend beleid dat we opgesteld hebben. Dit flankerend beleid bestaat o.a. uit (individuele) gesprekken met een neutrale externe begeleider om te komen tot een voor alle betrokkenen werkbare situatie.’
2.13.
Tijdens het startgesprek op 10 maart 2025 heeft [verweerder] aangegeven het voorstel voor herplaatsing te accepteren. Op onder meer 11 en 12 maart 2025 heeft [verweerder] gesprekken gevoerd met de externe begeleider.
2.14.
Op 31 maart 2025 heeft [verweerder] een gesprek met de nieuwe gemeentesecretaris [naam 1]. Daarna heeft de gemeentesecretaris laten weten dat hij twijfels heeft of herplaatsing van [verweerder] een goed idee is. In een e-mail van 9 mei 2025 licht hij dat toe:
‘Tijdens ons gesprek heb je geen enkele blijk gegeven van enig schuldbewustzijn ten aanzien van jouw niet-integer handelen, dit terwijl er een uitvoerige rapportage aan ten grondslag ligt. (…) In ons gesprek heb je de objectiviteit van het onderhavige integriteitsonderzoek in twijfel getrokken en heb je ook aangegeven dat jouw vertrouwen in de gemeente Haaksbergen is aangetast. Aan het einde van ons gesprek werd door jouw echtgenoot nog aangegeven dat jullie een rechtszaak in voorbereiding hebben om de door jouw gemaakte juridische kosten te vorderen van de gemeente Haaksbergen.’
2.15.
Op 9 juni 2025 heeft de extern begeleidster een terugkoppeling gegeven van de procesbegeleiding die zij de afgelopen drie maanden op verzoek van de gemeente heeft gegeven. Zij ziet bij [verweerder] ‘
voldoende zelfreflectief vermogen’. Verder ziet zij op hoofdlijn het beeld bevestigd dat er te weinig vertrouwen zou zijn vanuit de collega’s om de werkrelatie weer te hervatten,
‘zij het dat er ook collega’s zijn die van mening zijn dat een functionele werkrelatie wel tot de mogelijkheden behoort.’
2.16.
Ter afsluiting heeft de extern begeleidster een aantal aanbevelingen voor de gemeente Haaksbergen:
  • [verweerder] zal waarschijnlijk niet de laatste werknemer zijn die wegens integriteit gerelateerde incidenten in beeld komt. Zorg dat er beleid wordt geformuleerd voor een werknemer die beschuldigd wordt van een integriteitsschending / grensoverschrijdend gedrag. (…)
  • Onderzoek de mogelijkheden om in gesprek te gaan met betrokkenen, bijvoorbeeld door middel van bemiddeling of mediation. Het kan leed voorkomen voor zowel de melder(s) als de beschuldigde en sluit extern onderzoek bovendien geenszins uit.
  • Een gemeente heeft als werkgever een wettelijke zorgplicht voor haar medewerkers. Een goed verloop van een integriteitsonderzoek vereist dat melders, maar ook de beschuldigde werknemer zich veilig en gehoord voelen. Als een werknemer zich in de steek gelaten voelt, kan dit het proces verstoren of escaleren.
  • (…)
  • Een gezonde integriteitscultuur betekent niet alleen dat misstanden streng moeten worden aangepakt, maar ook het eerlijk en rechtvaardig behandelen van werknemers die (mogelijk onterecht) beschuldigd worden. Zo wordt duidelijk dat integriteit ook gaat over hoe de organisatie zelf omdat met moeilijke situaties, wat haar waarden zijn.
(…)
2.17.
Tijdens een gesprek op 19 juni 2025 heeft de gemeente aan [verweerder] medegedeeld dat de interne herplaatsing niet doorgaat. Dit is bevestigd in een brief van 1 juli 2025.
2.18.
De gemeente Haaksbergen heeft op 16 september 2025 een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
2.19.
In oktober 2025 heeft de gemeente de zakelijke e-mailbox van [verweerder] onderzocht. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente Haaksbergen in december 2025 een herziene versie van het verzoekschrift ingediend.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De gemeente Haaksbergen verzoekt de kantonrechter:
1) de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden per datum beschikking, of zo kort mogelijk daarna, zonder rekening te houden met de opzegtermijn;
2) te bepalen dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding;
3) [verweerder] te veroordelen om aan de gemeente Haaksbergen te betalen € 28.384,23, vermeerderd met rente;
4) voor zover wordt ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsrelatie te bepalen dat de passende regeling als bedoeld in de cao niet ook bestaat uit de aanvullende en
na-wettelijke uitkering;
5) [verweerder] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Ter onderbouwing voert de gemeente Haaksbergen het volgende aan.
[verweerder] werkt al tientallen jaren bij de gemeente en is bekend met het integriteitsbeleid. Zij heeft in het verleden nota bene zelf meegeschreven aan beleidsstukken daarover.
Eind 2023 en begin 2024 is het gemeentebestuur bezig met besluitvorming rond een addendum op de structuurvisie en het vestigen van voorkeursrecht gemeente op bepaalde percelen. Op 21 november 2023 heeft B&W het besluit genomen tot de voorlopige aanwijzing van gebieden aan de rand van Haaksbergen, genoemd in het addendum op de structuurvisie, waarop de Wet voorkeursrecht gemeente van toepassing wordt verklaard. Op 23 november 2023 heeft de teamleider [verweerder] persoonlijk geïnformeerd over het collegebesluit, omdat zij woont in één van de betrokken gebieden en zij wilde voorkomen dat [verweerder] het bericht uit de krant zou vernemen. Diezelfde dag en de dagen erna heeft [verweerder] de betrokken collega’s allerlei vragen gesteld, zodanig dat de leidinggevende haar heeft gevraagd daarmee op te houden. Daaraan heeft ze zich gehouden tot februari 2024.
Op 15 februari 2024 heeft de gemeente het collegevoorstel tot vestiging van het voorkeursrecht aangenomen.
3.3.
Op 29 februari en 7 maart 2024 zijn de bezwaarschriften tegen de besluiten behandeld in de hoorzittingen van de externe commissie. Op 21 februari 2024 heeft [verweerder] de secretaris van de commissie gebeld met de vraag of de hoorzitting kon worden uitgesteld. Omdat dat verzoek niet werd ingewilligd, hebben de buren zelf enkele dagen later schriftelijk om uitstel gevraagd. Het uitstel verzoek lijkt echter te zijn geschreven door [verweerder], omdat zij in de metadata van het document als auteur is vermeld.
3.4.
[verweerder] heeft op 27 februari in Decos JOIN de stukken geraadpleegd die zien op de bezwaarprocedure en op 28 februari heeft zij een collega gevraagd
of het niet slim was de hoorzitting uit te stellen. Ook heeft ze gezegd dat
ze druk waren met het verweer voor morgenen dat zij het een rommeltje vond in Decos JOIN. [verweerder] heeft later verklaard dat ze alleen op verzoek van de buren wilde kijken of de uitstelverzoeken wel in het dossier zaten en dat zij alleen openbare stukken heeft bekeken. Dat klopt echter niet; uit onderzoek is gebleken dat ze tientallen keren verschillende documenten heeft bekeken.
3.5.
Tijdens de hoorzitting op 29 februari 2024 heeft de echtgenoot van [verweerder] het woord gevoerd namens de buren, waarbij hij zijn verhaal heeft voorgelezen van zijn telefoon. Meerdere betrokkenen hadden het gevoel dat hij teksten van de hand van [verweerder] voorlas; de tekst met goed onderbouwde juridische argumenten had de stijl die de collega’s van [verweerder] kennen. Dit idee werd ondersteund door het feit dat noch de buren noch de echtgenoot van [verweerder] over juridische kennis beschikken. [verweerder] heeft naderhand steeds ontkend dat zij verantwoordelijk is voor (de onderbouwing van) het verweerschrift, maar uit de controle van haar mailbox is gebleken dat dat wel het geval is. Uit de e-mails aan haar echtgenoot, die onder werktijd zijn verstuurd, blijkt dat zij heeft geholpen bij het opstellen van stukken. Op 27 februari 2024 heeft [verweerder] de volgende e-mails naar haar echtgenoot gestuurd:
12:50 : Hebben wij die kaarten die als bijlage bij de brief van 21 febr. 2024 zijn meegestuurd? En hebben we ook een kopie van de ondertekende brieven van 21 febr.?
13:06 : Nog een kleine wijziging aangegeven.
15:40 doorgestuurd aanvullend bezwaar met bijlagen.pdf, verzoek uitstellen bezwaar.pdf, brief aanvullende stukken 21 febr.pdf.
17:05: Dankjewel! Ben zo enthousiast over jouw reactie, dat ik nog maar weer iets heb aangevuld. Zie bijlage. Misschien moet jij het maar gaan voorlezen. Dat jij namens [naam 8] spreekt.
3.6.
De gemeente Haaksbergen neemt [verweerder] bijzonder kwalijk dat zij het bijdragen aan de bezwaarprocedure vanaf 26 maart 2024 heeft ontkend, net als het feit dat zij tijdens het hele proces weinig zelfreflectie heeft laten zien. Zij ziet zichzelf als slachtoffer en eist zelfs vergoeding van juridische kosten. Achteraf gezien had de gemeente ontslag op staande voet moeten geven.
Het onderzoek en de beslissing om toch een ontbindingsverzoek in te dienen hebben allemaal erg lang geduurd, maar dat ligt niet alleen aan de gemeente.
De primaire grond is daarom wanprestatie, subsidiair (ernstig) verwijtbaar handelen meer subsidiair een verstoorde arbeidsrelatie.
Het onderzoek door Capra heeft € 28.384,23 inclusief BTW gekost en dat bedrag wordt als schadevergoeding gevorderd.
3.7.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Zij erkent wel dat zij een fout heeft gemaakt door haar buren te helpen bij hun bezwaarprocedure, maar de reactie van de gemeente Haaksbergen is disproportioneel. [verweerder] erkent dat zij beter had moeten weten, maar de situatie had heel veel impact binnen de buurt en er werd een beroep op haar gedaan. Zij heeft aan de buren een voorbeeld gegeven van een bezwaarschrift en heeft het concept dat zij hadden gemaakt, nagekeken en verbeterd.
3.8.
[verweerder] begrijpt echter nog steeds niet waarom het nodig was om ten overstaan van collega’s de werkspullen in te nemen en haar naar de buitendeur te begeleiden. Doordat haar was verboden om contact te onderhouden tijdens het onderzoek heeft zij maandenlang geïsoleerd thuis gezeten en dat na een werkverband van bijna 40 jaar. Deze periode was zwaar en leidde tot eenzaamheid en depressieve gevoelens.
[verweerder] heeft zich altijd ingezet en er was nooit eerder iets op haar aan te merken. De gemeente Haaksbergen heeft eerst een advocaat van Capra aangesteld voor het onderzoek en al snel daarna nog een andere advocaat om de mogelijkheden van een ontbindingsverzoek te verkennen. In die situatie zag zij zich gedwongen om ook een advocaat in de arm te nemen. Het is daarom niet fair dat de gemeente Haaksbergen haar nu verwijt dat zij op 31 maart 2024, toen werd gesproken over werkhervatting, heeft gevraagd om vergoeding van haar kosten. Dat er geen draagvlak was voor haar terugkeer zoals de gemeentesecretaris stelt, is niet waar; er was voldoende draagvlak.
3.9.
Indien het ontbindingsverzoek wordt toegewezen, verzoekt [verweerder] de gemeente Haaksbergen te veroordelen tot het betalen van een transitievergoeding van € 92.718,30, een billijke vergoeding van € 700.000,00 en, indien wordt ontbonden op de i-grond, een cumulatievergoeding. Indien wordt ontbonden op de g-grond verzoekt [verweerder] te gemeente Haaksbergen te veroordelen tot het treffen van een passende regeling in de zin van artikel 10.22 van de cao gemeenten 2025-2027. [verweerder] verzoekt om bij ontbinding rekening te houden met de opzegtermijn van vier maanden.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden en zo ja, op welke grondslag.
Geen ontbinding wegens wanprestatie
4.2.
Primair wordt verzocht de arbeidsovereenkomst per heden te ontbinden omdat [verweerder] (ernstig) tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst. Voor toewijzing daarvan ziet de kantonrechter geen aanleiding. Een dergelijke vordering is slechts toewijsbaar bij hoge uitzondering. Het moet dan gaan om gevallen van ernstige wanprestatie, zodanig dat zij het ingrijpende gevolg van een ontbinding per datum beschikking kan rechtvaardigen. De ernst van de verwijten moet op één lijn te stellen zijn met omstandigheden die een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Daarvan is geen sprake.
Geen ontbinding wegens ernstig verwijtbaar gedrag
4.3.
[verweerder] heeft sinds 1986 diverse functies doorlopen binnen de gemeente Haaksbergen en heeft altijd goede beoordelingen gekregen. In september 2022 is aan haar nog een functioneringstoelage verstrekt wegens het inwerken van een onervaren collega. Wel heeft [verweerder] in 2023 en 2024 fouten gemaakt en daarvan kunnen haar verwijten worden gemaakt. De kantonrechter oordeelt dat [verweerder] kan worden verweten dat zij eind 2023 en begin 2024 tijdens het werk (ook) bezig is geweest met haar eigen belangen bij het addendum op de structuurvisie en de beslissingen op grond van WVG. Zij heeft zich op dat moment onvoldoende rekenschap gegeven van de afstand die ze moest bewaken tussen haar positie op het werk en haar positie als inwoner van Haaksbergen. Ze heeft ook geen oog gehad voor het feit dat zij door haar betrokkenheid bij de bezwaarschriftprocedure van haar buren feitelijk tegenover haar directe collega’s kwam te staan en hoe dit op de werkvloer zou doorwerken.
4.4.
[verweerder] is over de schreef gegaan door de secretaris van de bezwaarschriftencommissie te benaderen over uitstel van de zitting. Ze had moeten weten dat door dit te doen terwijl ze [functie] is van de gemeente, de schijn van belangenverstrengeling kan ontstaan en het is terecht dat de gemeente Haaksbergen haar op dit punt verwijten maakt. Bovendien heeft de gemeente Haaksbergen voldoende aangetoond dat [verweerder] in januari en februari 2024 stukken in DECOS Join heeft bekeken en geopend die te maken hebben met de besluitvorming op het omstreden onderwerp. Dat ze dit alleen deed om na te kijken of het uitstelverzoek van de buren goed was ontvangen, is niet aannemelijk gezien het overzicht van alle raadplegingen dat is opgenomen in het rapport van Capra van 28 augustus 2024. Bovendien hadden de buren dit gewoon zelf kunnen navragen. Ook op dit punt heeft de gemeente Haaksbergen reden om [verweerder] verwijten te maken.
4.5.
Tenslotte is aannemelijk dat [verweerder] (grote delen van) het bezwaarschrift van haar buren heeft geschreven. De kantonrechter oordeelt net als de gemeente Haaksbergen dat de inhoud en de schrijfstijl daarop wijzen, zeker nu de andere betrokkenen, de echtgenoot en buurman van [verweerder], niet beschikken over kennis en jargon voor het opstellen van zo’n bezwaarschrift. Ook de e-mailwisseling tussen [verweerder] en haar echtgenoot ondersteunt die conclusie. Ook hier geldt dat zij door dit voor haar buren te doen een fout heeft gemaakt. Zij had op hun verzoek moeten zeggen dat zij niet de persoon was om hun belangen te behartigen, omdat dit niet kan worden verenigd met haar functie bij de gemeente Haaksbergen.
4.6.
Al deze verwijtbare gedragingen zijn echter naar het oordeel van de kantonrechter niet ernstig verwijtbaar, althans zodanig dat voldaan is aan het vereiste van artikel 7:669
lid 3 onder e BW. Dat was ook niet hoe de gemeente Haaksbergen het heeft beoordeeld eind maart 2024. Men heeft immers geen ontslag op staande voet overwogen, maar een onderzoeksbureau opdracht gegeven de feiten en omstandigheden in kaart te brengen en te verkennen of samenwerking in de toekomst mogelijk was. Ook na het rapport van Capra uit augustus 2024 is gekozen om [verweerder] de kans te geven in dienst te blijven.
4.7.
De gemeente Haaksbergen heeft aangevoerd dat sindsdien is gebleken dat [verweerder] heeft gelogen, onder meer over haar aandeel bij de bezwaarschriftprocedure. Deze wetenschap alleen maakt echter niet dat er nu wel sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Dat [verweerder] op dit punt na maart 2024 niet de waarheid sprak, vermoedde de gemeente immers al die tijd al; [verweerder] had eerst zelf aan collega’s verteld dat ze bezig was met dat bezwaar. Ook voordat de mailbox werd doorzocht, bestond bij de gemeente Haaksbergen daarom al de indruk dat zij niet volledig open was. Toch stond dat niet in de weg aan de keuze voor herplaatsing als oplossing. Dat [verweerder] haar bijdrage heeft gebagatelliseerd, is dus niet genoeg om te concluderen tot ernstig verwijtbaar handelen.
Ontbinding wegens een verstoorde verstandhouding
4.8.
Wel stelt de kantonrechter vast dat er sprake is van een verstoorde verstandhouding, zodanig dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Bij het ontstaan van die situatie hebben beide partijen een aandeel gehad. De verwijtbare gedragingen van [verweerder] zijn hierboven al besproken.
4.9.
Aan de gemeente Haaksbergen kan naar het oordeel van de kantonrechter worden verweten dat zij in de twee jaar die zijn verstreken sinds het begin van het onderzoek, wisselende standpunten heeft ingenomen over de situatie. Bij de gemeente Haaksbergen en in het bijzonder voor de collega’s op de afdeling waar [verweerder] werkte, was te voorzien dat de besluitvorming over het aanwijzen van de [locatie] als mogelijke locatie voor nieuwbouw grote impact zou hebben voor [verweerder]. Om die reden is zij op 23 november 2023 ook apart geïnformeerd over het besluit van het college van B&W. Het had dan ook op de weg van de werkgever gelegen om, toen in de periode daarna bleek dat het onderwerp [verweerder] erg bezig hield, daar met haar over in gesprek te gaan en afspraken te maken hoe hier op de werkvloer mee zou worden omgegaan. Op dit punt heeft de extern begeleider ook adviezen aan de gemeente gegeven, zoals hierboven geciteerd onder 2.16.
4.10.
De noodzaak om met haar in gesprek te gaan was ook duidelijk omdat [verweerder] eind 2023 en begin 2024 open geweest over haar betrokkenheid bij het onderwerp. Zij heeft hierover collega’s aangesproken, tot het moment dat haar werd gevraagd daarmee op te houden. Op 20 januari hebben 44 inwoners van Haaksbergen gezamenlijk een zienswijze ingediend op het ter inzage gelegde addendum op de Structuurvisie 2030 Haaksbergen. De namen van de indieners staan in de bijlage, met [verweerder] op nummer 1. Eind februari 2024 heeft zij zelf verteld dat ze zich bezig hield met de bezwaarprocedure, maar ook toen heeft niemand ingegrepen. Pas achteraf is er actie ondernomen.
4.11.
Dat de verstandhouding tussen partijen zo is geëscaleerd, is ook mede te wijten aan de wijze waarop de gemeente Haaksbergen de kwestie vanaf eind maart 2024 heeft aangepakt. [verweerder] heeft gesteld en niet is betwist dat een advocaat van Capra de opdracht kreeg het onderzoek uit te voeren terwijl een andere advocaat van de gemeente Haaksbergen de opdracht kreeg om zich te beraden op een ontbindingsprocedure. Dat [verweerder] besloot toen ook zelf een advocaat in de arm te nemen, is niet vreemd. Ander contact met de gemeente Haaksbergen was er inmiddels ook niet meer; dit was [verweerder] immers verboden gedurende het onderzoek. Door het onderzoek op te tuigen, door haar te schorsen en contact met collega’s te verbieden en deze situatie vervolgens maandenlang te laten duren, is de gemeente Haaksbergen aansprakelijk voor een verharding van het conflict.
4.12.
Dat [verweerder], toen de gemeente Haaksbergen een jaar na het begin van het onderzoek uiteindelijk met het voorstel kwam dat zij weer aan het werk zou gaan, te kennen gaf dan wel een vergoeding van haar kosten te willen, is dan ook niet vreemd en kan haar niet worden verweten. Voor de nieuwe gemeentesecretaris, die zelf niet bij de voorgeschiedenis was betrokken, was het – samen met volgens hem onvoldoende reflectief vermogen bij [verweerder] – reden om de voorgenomen nieuwe start af te blazen. Er waren echter al concrete afspraken gemaakt over een nieuwe functie, waar [verweerder] zou werken zonder toegang tot informatie. Ook was flankerend beleid in ontwikkeling om de samenwerking met collega’s in goede banen te leiden. Door plotseling de stekker uit dit plan te trekken, zonder dat de situatie wezenlijk anders was dan voorheen, zijn de verstandhoudingen definitief verstoord. De overeenkomst zal daarom worden ontbonden met ingang van 1 mei 2026, waarbij rekening is gehouden met de duur van de procedure.
transitievergoeding
4.13.
De gemeente moet aan [verweerder] de transitievergoeding betalen. De hoogte daarvan moet worden bepaald op grond van de berekening van de gemeente Haaksbergen, die als productie 37 bij het herziene verzoekschrift is gevoegd, met dien verstande dat de einddatum wordt bepaald op 01-05-2026. De transitievergoeding is dan € 90.557,52.
onderzoekskosten
4.14.
De vorderingen om [verweerder] te veroordelen tot vergoeding van de onderzoekskosten is niet toewijsbaar. Naar het oordeel van de kantonrechter was het voorbarig om zo’n uitgebreid onderzoek te laten verrichten, voordat de gemeente zelf had geprobeerd de zaak te beoordelen of te onderzoeken. Het gedeelte waarbij werd onderzocht hoe collega’s het vonden om met haar samen te werken, is bovendien niet relevant. Als daar twijfels over waren, had dat aan de orde kunnen komen in functioneringsgesprekken maar dat is niet gebeurd.
Geen billijke vergoeding
4.15.
Omdat de ontbinding het gevolg is van een verstoorde verstandhouding waaraan beide partijen een aandeel in hebben gehad, is er geen reden om een billijke vergoeding toe te kennen, zoals [verweerder] heeft gevraagd. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor is overwogen over het ontstaan van de verstoorde verstandhouding.
Geen bepaling over recht op nawettelijke of bovenwettelijke uitkering
4.16.
De gemeente heeft gevraagd om - voor zover wordt ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsrelatie - te bepalen dat de passende regeling als bedoeld in de cao niet ook bestaat uit de aanvullende en na-wettelijke uitkering.
4.17.
In de cao Gemeenten 2025-2027 staat:
Artikel 10.22 Passende regeling bij verstoorde arbeidsverhouding
De werkgever die het voornemen heeft om de kantonrechter te vragen de arbeidsovereenkomst met een werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding te ontbinden, treft voor die werknemer een passende regeling.
De werkgever betrekt bij het bepalen van de passende regeling voor zover dat redelijk en billijk is, de inhoud van paragraaf 1 en 2 van hoofdstuk 10 en artikel 7:673 BW Pro over de toekenning van een transitievergoeding.
4.18.
Per 1 januari 2026 is er een wijziging doorgevoerd in de cao Gemeenten 2025-2027 en wordt het recht op de aanvullende uitkering voor oud-medewerkers waarvan de arbeidsovereenkomst is beëindigd i.v.m. disfunctioneren geschrapt. In het verlengde daarvan krijgen deze medewerkers ook geen na-wettelijke uitkering meer.
Nu bij ontslag wegens ongeschiktheid geen enkele aanspraak meer bestaat op een bovenwettelijke uitkering stelt de gemeente Haaksbergen dat het passend is om bij een ontbinding wegens verstoorde verhoudingen enkel nog een bovenwettelijke uitkering toe te kennen als de er geen enkel verwijt te maken is aan de werknemer en als de situatie (dus) te vergelijken is met een reorganisatie ontslag. Die situatie is namelijk nog de enige grond waarbij een werknemer altijd aanspraak heeft op een bovenwettelijke uitkering.
4.19.
Volgens de gemeente Haaksbergen kunnen in het onderhavige geval wel verwijten worden gemaakt aan [verweerder], dus is het niet redelijk en passend om aan haar wel recht op een bovenwettelijke uitkering toe te kennen. Als er wel een passende regeling moet worden getroffen, moet daarbij betrokken worden de transitievergoeding van € 89.987,97, zoals die door gemeente Haaksbergen in het verzoekschrift is berekend. Een reparatie-uitkering is naar de stelling van gemeente Haaksbergen wel passend.
[verweerder] concludeert tot afwijzing van de vordering van de gemeente Haaksbergen; alleen de aanvullende uitkering bij disfunctioneren is uit de cao geschrapt en daarvan is geen sprake. Artikel 10.22 van de cao is niet geschrapt.
4.20.
De kantonrechter oordeelt dat uit de tekst van de cao volgt dat er niets is veranderd ten aanzien van bovenwettelijke en nawettelijke uitkeringen in geval van verstoorde verhoudingen. De stelling dat consequenties moeten worden verbonden aan de wijzigingen voor beëindiging na disfunctioneren volgt de kantonrechter niet. Wat een passende regeling is, kan de kantonrechter niet bepalen. De vordering van de gemeente Haaksbergen op dit punt zal worden afgewezen.
Geen gelegenheid tot intrekken verzoekschrift
4.21.
De gemeente Haaksbergen hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.
proceskosten
4.22.
Omdat het ontbindingsverzoek wordt toegewezen en de gemeente Haaksbergen op het primair verzochte in het gelijk wordt gesteld, komen de proceskosten komen voor rekening van [verweerder]. De proceskosten aan de zijde van Gemeente Haaksbergen worden begroot op € 711,00 (€ 135,00 aan griffierecht plus (2 x € 288,00 =) € 576,00 aan salaris gemachtigde).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2026,
5.2.
veroordeelt de gemeente Haaksbergen om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 90.557,52;
5.3.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 711,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
5.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers op 3 maart 2026.