ECLI:NL:RBOVE:2026:1133

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11969833 \ CV EXPL 25-3369
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en vaststellingsovereenkomst tussen winkelcentrum en huurder

Winkelcentrum Zuid-Berghuizen en de huurder zijn een huurovereenkomst aangegaan voor een winkelruimte voor tien jaar tegen een maandelijkse huurprijs van €2.455,59. Winkelcentrum heeft de ruimte aangepast voor gebruik als viszaak voor €36.264,11. De huurder is in gebreke gebleven met betaling van meerdere huurtermijnen, waardoor Winkelcentrum ontbinding, ontruiming en betaling van huurachterstand en schade vorderde.

De huurder heeft de vordering niet betwist. Partijen zijn buiten de procedure tot overeenstemming gekomen en hebben hun afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst van 2 februari 2026. Zij hebben de kantonrechter verzocht deze overeenkomst in een vonnis vast te leggen.

De kantonrechter ziet geen reden om het verzoek af te wijzen en legt de vaststellingsovereenkomst vast. Iedere partij draagt de eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en verdere vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de vaststellingsovereenkomst tussen partijen wordt in een vonnis vastgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11969833 \ CV EXPL 25-3369
Vonnis van 3 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WINKELCENTRUM ZUID-BERGHUIZEN B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,
eisende partij, hierna te noemen Winkelcentrum Zuid-Berghuizen,
gemachtigde: Weersink Incasso, Juridische Zaken & Debiteurenbeheer,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
gemachtigde: mr. M.B. Bollen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 november 2025,
- de vaststellingsovereenkomst van 2 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn voor een periode van 10 jaar een huurovereenkomst aangegaan voor de winkelruimte aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde), tegen een huurprijs van € 2.455,59 per maand bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Winkelcentrum Zuid Berghuizen heeft het gehuurde voor [gedaagde] aangepast om te dienen als viszaak voor een bedrag van € 36.264,11.
2.3.
[gedaagde] is in gebreke gebleven met de betaling van een aantal huurtermijnen.

3.Het geschil en de beoordeling

3.1.
Winkelcentrum Zuid-Berghuizen vordert - samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 8.261,89 aan huurachterstand, buitengerechtelijke kosten en rente en € 36.264,11 wegens door Winkelcentrum Zuid Berghuizen geleden schade.
3.2.
Winkelcentrum Zuid Berghuizen legt aan haar vordering ten grondslag dat
[gedaagde] in haar verplichtingen als huurder is tekortgeschoten, door niet aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Winkelcentrum Zuid Berghuizen de ontbinding en ontruiming.
3.3.
[gedaagde] heeft de vordering niet weersproken.
3.4.
Partijen zijn buiten de procedure tot overeenstemming gekomen en hebben de gemaakte afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Partijen hebben de kantonrechter gevraagd om de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het onderhavige geschil in een proces-verbaal of een vonnis vast te leggen. Bij het verzoek is een door de partijen ondertekend en gedateerd exemplaar van hun vaststellingsovereenkomst gevoegd, waarvan een afschrift aan dit vonnis wordt is gehecht.
3.5.
Partijen hebben de kantonrechter dus gezamenlijk gevraagd om de in vaststellingsovereenkomst omschreven afspraken in een vonnis op te nemen. De kantonrechter ziet geen reden om niet aan het verzoek te voldoen. De kantonrechter zal een veroordeling uitspreken die met de afspraken van partijen in overeenstemming is.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verstaat dat partijen gezamenlijk afspraken hebben gemaakt en deze hebben vastgelegd in de op 2 februari 2026 door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht.
4.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van de procedure draagt;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. (PHR(O)