De eiser verhuurt sinds november 2021 een woning aan de gedaagde, die een huurachterstand heeft opgebouwd van €20.650,00 tot en met februari 2026. Ondanks meerdere aanmaningen heeft de gedaagde niet voldaan aan zijn betalingsverplichtingen. De eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand inclusief rente en buitengerechtelijke kosten.
De gedaagde erkent de huurachterstand maar wenst in de woning te blijven vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden. Hij is sinds januari 2026 weer in loondienst en wil betalingen hervatten. De kantonrechter beoordeelt het beding over incassokosten in de algemene voorwaarden en vernietigt dit wegens onredelijk bezwarend karakter, waardoor de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst toe vanwege de omvang van de achterstand. Partijen treffen een betalingsregeling en de gedaagde moet uiterlijk 31 maart 2026 de woning ontruimen. Bij niet-naleving volgt veroordeling in proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.