ECLI:NL:RBOVE:2026:1073
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor bijgebouw in essenlandschap
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een geschil over de aan een derde belanghebbende verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw op zijn perceel. Verzoekers, buren van het perceel, maken bezwaar uit vrees voor aantasting van hun woongenot en het essenlandschap en verzoeken om een voorlopige voorziening om de bouw te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek op grond van een voorlopige rechtmatigheidstoets. Het bouwplan is volgens het tijdelijk geldende bestemmingsplan en het omgevingsplan niet in strijd met de regels, en het college is daarom verplicht de vergunning te verlenen. De stelling dat instemming van Gedeputeerde Staten vereist is, wordt verworpen omdat geen ander bestuursorgaan bevoegd is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestemmingsplan onherroepelijk is en als toetsingskader geldt. De provinciale omgevingsvisie en verordening bevatten geen direct werkende regels die het college moet toepassen. Het college heeft terecht geconcludeerd dat het bijgebouw binnen het bestemmingsplan is toegestaan en voldoet aan de bouw- en welstandscriteria.
Omdat het een gebonden beschikking betreft, was het college niet bevoegd om belangenafwegingen te maken, ook niet ten aanzien van de vrees van verzoekers. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen, zodat de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verzoekers krijgen het griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bijgebouw wordt afgewezen.