ECLI:NL:RBOVE:2026:1047

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
81.256721.20
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens kennelijke fout in kwalificatie medeplegen door rechtspersoon

De rechtbank Overijssel heeft op 19 februari 2026 een herstelvonnis gewezen waarin een kennelijke fout in het oorspronkelijke vonnis van dezelfde datum is hersteld.

In het oorspronkelijke vonnis was in de kwalificatie van het bewezen verklaarde feit niet vermeld dat het strafbare feit was begaan door een rechtspersoon en dat sprake was van medeplegen. Dit was een kennelijke fout aangezien de verdachte een rechtspersoon is en het feit tezamen en in vereniging met anderen is gepleegd.

De rechtbank heeft geoordeeld dat deze fout eenvoudig te herstellen is en heeft de kwalificatie aangepast door expliciet te vermelden dat het gaat om medeplegen door een rechtspersoon. Dit herstelvonnis vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan.

De griffier zal het herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden. De beslissing is opgemaakt en ondertekend door de voorzitter en rechters, waarbij één rechter niet in de gelegenheid was mede te ondertekenen.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de kwalificatie van het bewezen verklaarde feit door toe te voegen dat het strafbare feit is gepleegd door een rechtspersoon en medeplegen betreft.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 81.256721.20
Datum herstelvonnis: 19 februari 2026
Herstelvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[bedrijf] N.V.,
gevestigd aan het [adres].

1.De aanleiding en de beoordeling

De rechtbank heeft geconstateerd dat in het vonnis van 19 februari 2026 een kennelijke fout staat.
In paragraaf 4 en in het dictum staat als kwalificatie van het bewezen verklaarde feit vermeld:
‘het misdrijf: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten
en
het misdrijf: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten’
Abusievelijk is in de kwalificatie niet vermeld dat het strafbare feit is begaan door een rechtspersoon en dat sprake is van medeplegen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat hier sprake is van een kennelijke fout, aangezien verdachte een rechtspersoon is en de rechtbank bewezen heeft verklaard dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals in paragraaf 3.4 van het vonnis weergegeven, tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.

2.De beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat de kwalificatie van het strafbare feit, zoals vermeld in paragraaf 4 en het dictum van het vonnis als volgt (bij herstel) dient te worden gelezen:
‘het misdrijf: het medeplegen van aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten, begaan door een rechtspersoon
en
het misdrijf: het medeplegen van aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten, begaan door een rechtspersoon’;
- bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 19 februari 2026 wordt vermeld op de minuut van het oorspronkelijke vonnis van 19 februari 2026.
Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.
Deze herstelbeslissing is opgemaakt door mr. R.P. van Campen, voorzitter, mr. H. Stam en mr. A.S. Metgod, rechters, bijgestaan door mr. E.L. Vedder, griffier, en ondertekend op 19 februari 2026.
Buiten staat
Mr. H. Stam is niet in de gelegenheid dit herstelvonnis mede te ondertekenen.