In deze civiele zaak stond centraal de vraag of eiser de auto van gedaagde had gekocht en of gedaagde onrechtmatig had gehandeld door de auto als gestolen te registreren en niet af te staan. Na benoeming van een deskundige werd vastgesteld dat de handtekening van gedaagde onder de inkoopverklaring authentiek was, waarmee eiser haar bewijsopdracht had voldaan.
De kantonrechter stelde vast dat Anglr. B.V. de verkoper was van de auto en dat zowel Anglr. als haar bestuurder onrechtmatig hadden gehandeld door de auto als gestolen te registreren en na politie-inbeslagname zelf in ontvangst te nemen, waardoor zij het eigendomsrecht van eiser hadden geschonden. De bestuurder werd persoonlijk aansprakelijk gehouden wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Eiser vorderde schadevergoeding voor de betaalde koopsom, inruilwaarde van een andere auto, verzekeringspenningen, belastingen, onderhoudskosten, tenaamstellingskosten, reiskosten en incassokosten. De kantonrechter wees vrijwel alle posten toe, met uitzondering van de GBLT-kosten wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van €4.951,88 plus wettelijke rente en de proceskosten van €5.551,55. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.